De gevaarlijke moed van Maleisië; De handel in ringgits aan banden gelegd

Maleisië heeft de handel in zijn munt aan banden gelegd. De koers is vastgelegd op 3,8 ringgit voor een dollar. Het is een krasse maatregel ter bestrijding van de recessie die het land heeft getroffen. In een vrije wereldeconomie zou het eigenlijk niet mogen, en er zijn talrijke praktische bezwaren tegenin te brengen, maar desondanks is er veel begrip.

Hoeveel Maleisische ringgits hij nog op zak heeft, wil de gesluierde Maleisische dame in de vertrekhal van het vliegveld weten. De Britse zakenman reageert wat geïrriteerd. Hij heeft werkelijk geen idee, en bovendien, moppert hij haar toe, is dat ook eigenlijk “none of your business”. De inhoud van zijn portemonnee is een pure privé-aangelegenheid, legt hij uit en wandelt, met in de ene hand een kledingzak en in de andere zijn zware werkkoffer, kordaat verder, richting douane.

Als hij daar zijn paspoort op de balie legt, wordt hem door de dienstdoende douanier nogmaals vriendelijk dezelfde vraag gesteld: hoeveel geld heeft u bij u? Pas dan beseft de zakenman voorzichtig dat er werkelijk prijs wordt gesteld op een eerlijk antwoord. Na enige uitleg van de douanier telt de Brit zuchtend de blauwe, rode en groene flappen voor de ogen van de Maleisische beambte die hem een formulier overhandigt waarop hij mag invullen hoeveel ringgits en andere valuta hij mee terugneemt naar huis.

Dergelijke scènes spelen zich dezer dagen vaak af op het splinternieuwe vliegveld van Maleisië, zeventig kilometer buiten de hoofdstad Kuala Lumpur. Elke buitenlandse reiziger die het land binnenkomt of verlaat is sinds het begin van deze maand verplicht te melden hoeveel Maleisische ringgits hij bij zich draagt en moet dat bedrag invullen op een borang perisytiharan pengembara, een speciaal declaratieformulier voor reizigers dat samen met het paspoort aan de douane moet worden getoond.

Het zijn uitvloeisels van nieuwe valutaregels die Maleisië begin september lanceerde. De regels maken deel uit van een poging van de autoriteiten de waarde van de eigen munteenheid, die door de Aziatische crisis in veertien maanden tijd veertig procent van zijn waarde verloor, te stabiliseren. Daartoe verzamelt Maleisië zoveel mogelijk ringgits in eigen land. De zakenlui en toeristen die een reis naar het land boeken, moeten er voortaan rekening mee houden dat zij alleen in Maleisië zelf hun buitenlandse valuta kunnen inwisselen tegen ringgits. De Maleisische munt is voorlopig niet meer buiten Maleisië te krijgen.

De meeste reizigers die Maleisië verlaten, hebben zelden meer dan duizend ringgit op zak en komen daarom volgens de nieuwe regels niet in problemen. Ook de Maleisiërs zelf en mensen met een permanente verblijfsvergunning voor het land mogen maximaal duizend ringgit bij zich hebben bij vertrek. Wie meer in- en uitvoert moet daarvoor schriftelijk toestemming vragen aan het hoofd van de afdeling 'balanstotaal' van Bank Negara, de centrale bank van het land, zo staat keurig vermeld in de informatiefolder die op postkantoren, treinstations, bij banken en op het vliegveld in veelvoud klaar ligt.

Het doel van de nieuwe valutaregels is helder: er moeten vanaf nu zo min mogelijk ringgits Maleisië verlaten. Veel zakenmensen en toeristen ontgaat nut en reden van de verplichte aangifte, maar de regels zijn dan ook niet zozeer voor hen bedoeld. Ze zijn vooral gericht op de professionele valutahandelaren. Deze, door de Maleisische premier Mahathir Mohamad zo verfoeide valutaspeculanten die volgens hem schuldig zijn aan de Aziatische crisis, worden door de nieuwe maatregelen ernstig in hun werk op de Maleisische financiële markt beperkt.

Maleisië is niet langer bereid de markt haar gang maar te laten gaan en sluit zich nu uit bescherming voor munt en economie af van de vrije kapitaalmarkten. Het land leeft voorlopig volgens eigen regels. De ringgit is op dit moment alleen verhandelbaar in Maleisië zelf, tegen een vaste koers die begin deze maand is vastgesteld op 3,80 ringgit tegenover de Amerikaanse dollar. Alle overige valuta die in Maleisië worden ingeruild tegen ringgits, krijgen via de Amerikaanse dollar een waarde tegenover de Maleisische munt. De dollarwaarde van de ringgit staat dus vast, de fluctuatie zit voortaan in de waarde van andere munten ten opzichte van de dollar.

“De meeste bedrijven die hier zijn gevestigd, vinden het voorlopig prima”, zegt Klaas Engelse, directeur van de Rabobank in Maleisië. “Er kan eindelijk weer gepland worden nu iedereen weet dat de ringgit een vaste waarde heeft ten opzichte van de dollar.” Plannen maken was de afgelopen maanden een ramp voor buitenlandse bedrijven die in Maleisië actief zijn door de steeds verder dalende koers van de ringgit. “Alle cijfers moesten constant worden bijgesteld als de ringgit weer verder gedaald was”, weet Engelse.

In de financiële wereld zijn de nieuwe maatregelen minder enthousiast ontvangen en is er nog steeds enige verwarring over wat nu wel en niet meer mag. Fondsmanagers, bijvoorbeeld, die winst kunnen boeken via de verkoop van Maleisische aandelen, kunnen hun ringgits zonder aparte restricties omwisselen in buitenlandse valuta. Maar het kapitaal dat is geïnvesteerd in de aandelen moet wel eerst minimaal een jaar op de rekening van een Maleisische bank blijven staan voordat die omzetting in buitenlandse valuta kan plaats hebben. In de tussentijd kan de waarde van de dollar gaan fluctueren en in dat geval moeten de fondsmanagers de waarde van hun fondsen herwaarderen.

“De meeste global funds schrijven de waarde van hun fondsen in Maleisië nu helemaal af omdat ze voorlopig geen geld uit het land kunnen halen. Er zit zo'n tien miljard dollar aan aandelen en obligaties vast in Maleisië door de nieuwe regels”, schat William Pitman, investment-directeur van Henderson Investors Singapore. “Niemand wil nu eenmaal twaalf maanden vastzitten in een markt voordat hij zijn geld er weer uit kan halen.”

Een bijkomende moeilijkheid voor buitenlandse beleggers en (vooral) beursspeculanten is de regel dat elke koper of verkoper van aandelen voortaan onder eigen naam moet opereren. Tot begin september kon alles onder de vlag van een effectenkantoor gebeuren, zodat de belegger anoniem bleef. Maar om de door Mahathir en consorten zo gehate speculanten definitief te ontmaskeren, geldt nu deze nieuwe regel.

“Het is onze verwachting dat de maatregelen die Maleisië heeft genomen, zullen zorgen voor versterking van de economie”, zei Deryck Maughan, co-chairman van Salomon Smith Barney eerder deze maand, nadat deze Amerikaanse effectenbank was ingehuurd door de Maleisische regering als financieel adviseur. De aanstelling van de Amerikaanse bank, met een joodse grondlegger, verbaasde menigeen na de anti-Westerse retoriek van de Maleisische premier en zijn antisemitische opmerkingen over een “verborgen joodse agenda” die achter de aanval op de Aziatische economie zou hebben gezeten. Het weerhield Salomon er niet van de opdracht aan te nemen en meteen te beginnen met positieve Maleisië-PR: “We verwachten dat Maleisië een solide fiscale positie houdt en een substantieel overschot op de lopende rekening”, zei Maughan daags nadat de bank was ingehuurd.

Salomon-medewerkers zullen de komende maanden ongetwijfeld nog vaak dergelijke taal bezigen als het over Maleisië gaat. De keuze van het land om zich voorlopig af te sluiten van de kapitaalmarkt wordt in de financiële wereld algemeen gezien als een gok met grote risico's. “Maleisië heeft nu ruimte gecreëerd om zijn economie te laten herstellen door middel van een renteverlaging. Op die manier kunnen Maleisische banken en bedrijven die lijden onder een zware schuldenlast weer geld lenen tegen betaalbare rente. En de buitenlandse schulden worden met een stabiele ringgit nu ook minder kostbaar voor de regering”, zegt Vikram Khanna, een regionaal economisch analist in Singapore. “Maar het gevaar bestaat dat de hoeveelheid ringgits die nu in één klap het land binnenkomen door de nieuwe regels, de liquiditeit te snel vergroot. Op die manier werk je inflatie in de hand waardoor de levensvatbaarheid van de nieuwe waarde van de ringgit op het spel komt te staan.”

Volgens bankiers zal de waarde van de Maleisische munt voorlopig wel gehandhaafd blijven op 3,80 tegenover de dollar. “Als Maleisië die waarde binnenkort ook weer aanpast, schaadt dat het vertrouwen van investeerders alleen maar. Dan gaat iedereen zich afvragen hoe vaak die waarde daarna nog eens zal worden bijgesteld”, meent Klaas Engelse van de Rabobank. “Bovendien is die waarde van 3,80 monetair bekeken aardig in balans met de actuele financiële reserves en de monetaire positie van het land.”

Premier Mahathir schatte begin deze maand dat ruim twintig miljard ringgit buiten Maleisië vastzit in kluizen van banken en wisselkantoren en in portemonnees van zakenlui en toeristen. Mahathir wil al die ringgits voor 1 oktober van dit jaar terughebben in de eigen staatskas. Een welkome injectie, zo meent de premier, en een vitaal onderdeel van wat hij zelf omschrijft als “het laatste reddingsplan”.

Maar bankiers en analisten in Kuala Lumpur tekenen aan dat het om een veel minder groot bedrag gaat: slechts vijf tot acht miljard ringgit zou daadwerkelijk terug te halen zijn. “Een groot deel van de ringgits in het buitenland, is niet 'echt'. Het gaat om een synthetische markt. Er staan weliswaar miljoenen ringgits buiten Maleisië uit, maar daarbij gaat het om ringgits op een zogeheten interbancaire offshore-markt; leningen tussen banken buiten Maleisië waarbij maar een deel van de ringgits in handen van de betrokken banken is. De rest bestaat alleen op papier”, zegt een Europese bankier die, als zovele in Maleisië werkende bankiers, anoniem wil blijven.

Maleisië wil via de nieuwe regels monetaire onafhankelijkheid proberen terug te winnen en de eigen economie minder vatbaar maken voor invloeden van buitenaf. De Maleisische regering erkende eind augustus openlijk dat het land sinds het uitbreken van de economische crisis in Azië in een diepe recessie is beland. In het tweede kwartaal van dit jaar bedroeg het bruto binnenlands produkt zeven procent minder dan in de vergelijkbare periode vorig jaar. In het eerste kwartaal was al sprake van een achteruitgang van 1,8 procent. Twee kwartalen van negatieve groei: officieel kampt Maleisië dus met recessie.

De laatste keer dat dat gebeurde was in 1985. Na het herstel uit die economische slump, groeide de economie jaren achtereen met jaarlijks zeven procent en stampten de autoriteiten overmoeibaar de symbolen uit de grond die bij die economische opmars hoorden, met als climax de vorig jaar geopende Petronas Towers, het hoogste gebouw ter wereld. Nu vormen de torens wederom een symbool van Maleisië's economische gezondheid: in het winkelcentrum op de onderste verdiepingen is het pijnlijk leeg. De sterk gedaalde koopkracht van de bevolking heeft duidelijk zijn weerslag.

Tot voor kort was Maleisië voor veel buitenlandse bedrijven en banken een ideaal land in Zuidoost-Azië om te werken. Een onafgebroken groeiende economie en een stabiele politieke situatie. “Wie de context waarin gewerkt diende te worden, accepteerde, kon hier goed zaken doen”, zegt een Westerse bankier, verwijzend naar de 'Nieuwe Ecomische Politiek' die Maleisië begin jaren zeventig lanceerde en de basis vormde onder een explosieve economische ontwikkeling.

De politiek was gericht op de Maleisische bevolking die voor ruim zestig procent bestaat uit 'bumiputras', de inheemse Maleisiërs. Iets minder dan een derde van het volk is etnisch Chinees en negen procent Indisch. Het economische programma moest de inheemse Maleisiërs (overwegend boeren) in de gelegenheid stellen hun achterstand in te lopen op de economisch machtige en succesvolle Chinezen. De politiek behelsde een vorm van positieve discriminatie bij kredietverlening, benoemingen en de toewijzing van onderwijsplaatsen. Ondanks aanvankelijke kritiek van niet-Maleisische bevolkingsgroepen, werkte het plan, al mopperden veel buitenlandse ondernemingen die in Maleisië actief zijn vaak over de verplichte opname van 'bumi's' in de directie van hun bedrijf. “Ze zijn er vooral om af en toe deurtjes te openen”, zegt een directeur van een Westers bedrijf.

Maar anno 1998 is Maleisië niet langer een ideaal land om te investeren. Eerst was er de Aziatische crisis die ook dit land schade toebracht, vervolgens joeg premier Mahathir veel buitenlanders weg met zijn anti-Westerse commentaren. Sinds het begin van deze maand is de situatie in korte tijd verder verslechterd. De nieuwe ringgit-regels zorgen voor beperkingen voor bedrijven die van plan waren in Maleisië actief te worden, maar hebben - op korte termijn althans - ook nog voordelen voor ondernemingen die er al zitten.

Hun grootste zorg is echter de plotselinge politieke instabiliteit die is ontstaan na het ontslag van vice-premier en minister van financiën Anwar Ibrahim. Hoewel Mahathir aanvoert dat het “immoreel onverantwoord” zou zijn om zijn gedoodverfde opvolger, die hij verdenkt van seksschandalen, later dit jaar premier te maken, lijkt alles er op dat Maleisië verwikkeld is geraakt in een felle machtsstrijd tussen twee mensen die verschillen in hun inzicht hoe de economie uit het moeras getrokken moet worden.

Het jongste reddingsplan voor Maleisië komt uit de koker van Mahathir maar gaat in tegen de liberale economische plannen waarmee Anwar de crisis wilde bezweren. Anwar staat bekend als een vrijemarkt-econoom die in navolging van het IMF een sobere economische politiek met veel bezuinigingen en hoge rentetarieven voorstaat voor de Maleisische economie.

Mahathir kreeg de afgelopen weken wel van opvallend veel kanten steun voor zijn nieuwe regels voor Maleisië. “We moeten sympathie hebben voor de pogingen van Kuala Lumpur om zichzelf te verdedigen tegen wat Maleisië ziet als een soort mondiaal laisser-faire kapitalisme dat niet meer onder controle is”, zei de voormalig president van de Filippijnen, Fidel Ramos, begin deze maand in een toespraak.

Ook de Thaise vice-premier Supachai Panitchpakdi, die getipt wordt als de nieuwe topman van de Wereldhandelsraad (WTO), sprak onlangs in de Aziatische pers begripvol over Mahathir: “Er zit een zekere waarheid in wat Mahathir zegt, dat er soms excessief veel gespeculeerd is zonder dat men keek naar de zwakte van onze economieën”, aldus Supachai, die de ringgit-regels van Maleisië ziet als “een tijdelijke maatregel”.

Wanneer Maleisië weer afscheid neemt van de deviezencontrole die het nu heeft ingevoerd, is nog moeilijk in te schatten. De vooraanstaande econoom Paul Krugman van het Massachusetts Institute of Technology, adviseerde premier Mahathir in een open brief dat Maleisië nu al een datum vaststelt waarop de kapitaalcontrole ophoudt. “Maximaal drie jaar, misschien kan het korter”, meent de Amerikaan. En hij had nog een tip: “Gebruik de tijdelijke restricties niet als alternatief voor hervormingen.”

Dat laatste is een cruciaal onderdeel bij het welslagen van Mahathirs plan. Als het Maleisië lukt door middel van de nieuwe regels en een reeks hervormingen zijn economie weer op orde te krijgen, kan het land een voorbeeldfunctie krijgen voor andere door crisis getroffen economieën in de wereld. Maar als Maleisië faalt - en de huidige politieke criris vergroot de kans daarop - dan is de schade enorm en zullen de economische problemen gecompliceerder zijn dan ooit tevoren. “Maleisië heeft een moedige stap gezet, maar het neemt een heel groot risico”, vindt econoom Vikram Khanna.