De discus van Ria Stalman

Zomaar ineens werd Ria Stalman op de Olympische Spelen van 1984 in Los Angeles kampioen discuswerpen. Bij afwezigheid van de opgepompte vrouwen uit Oost-Europa, wier autoriteiten uit politieke gronden de Spelen in de Verenigde Staten besloten te boycotten, slingerde de stevig gebouwde Nederlandse atlete de schijf het verst van alle deelnemers.

Liefst 65 meter en 36 meter liet ze het projectiel door de lucht zeilen alvorens het in het gras plofte. Voorwaar een prestatie voor een in Nederland opgegroeide discuswerpster om stil bij te staan. De houten schijf met metalen velg die vrouwen werpen, weegt een kilo en mag een diameter hebben van 180 tot 182 millimeter. Mannen dienen een discus van twee kilo met een diameter van 219 tot 221 millimeter van zich af te gooien. De dikte van de mannendiscus bedraagt in het midden, waar een metalen inlegplaat is bevestigd, tussen 44 en 46 millimeter. Die van de vrouwendiscus bedraagt tussen 37 en 39 millimeter. Het vereist jaren oefening in techniek en veel training van arm, schouders en beenspieren om de schijf zo ver mogelijk het veld in te gooien. Doorgaans zijn de stevigste atleten ook de beste werpers. Ria Stalman is niet meer zo stevig gebouwd. Sinds zij jaren geleden haar sportloopbaan heeft afgerond, is ze aanzienlijk afgeslankt. Ze gooit ook niet meer. Ze schrijft alleen nog. Maar nooit over discuswerpen.