'Dat vragen we aan Zalm'; De drie penningmeesters van de coalitie in debat:

Ze zijn de rekenaars van de politiek. Eensgezind bepalen ze de komende kabinetsperiode of er geld is voor nieuwe ideeën. Toch lopen de financieel specialisten van PvdA, VVD en D66 aan de leiband van minister Zalm. Een twistgesprek over het verschil tussen droom en daad.

Dat hele circuit is een soort georganiseerde chaos. Soms merk ik hoe de organisatie is. Soms is het voor mij alleen nog chaos”. Wanneer het nieuwe Tweede-Kamerlid Willibrord van Beek (VVD) over de Tweede Kamer spreekt, heeft hij de onbevangenheid van een kind in een snoepwinkel. Hij is na minister Zalm - die in afwachting van het nieuwe kabinet korte tijd kamerlid was - de hoogste nieuwkomer in de liberale fractie. Zalm werd opnieuw minister, nu in het tweede paarse kabinet, financieel woordvoerder Hans Hoogervorst werd staatssecretaris. Zo kreeg Verbeek binnen de VVD-fractie een voor een nieuwkomer prestigieuze functie van financieel specialist. “Ik loop te sprinten op het ogenblik. Ik moet een heleboel zaken inhalen.”

Ook bij de PvdA en D66 promoveerden de financieel woordvoerders Rick van der Ploeg en Gerrit Ybema naar het kabinet. Het maakte de weg vrij voor Ferd Crone (PvdA) en Bert Bakker (D66). Financieel woordvoerders zijn, na de fractievoorzitter, het belangrijkste fractielid. Zij bepalen de komende kabinetsperiode of er geld is voor nieuwe ideeën; het verschil tussen droom en daad. Samen met minister Zalm zijn de financieel woordvoerders de penningmeesters van de Nederlandse politiek. “We zitten in de kern van de fractie”, zegt Van Beek: “Bij elk idee dat in de fractie leeft, kijken we even over de schouder mee.”

In de statige regentenzaal van het voormalige ministerie van Koloniën treffen de drie kersverse cijferaars elkaar: Crone (44 jaar), Van Beek (49) en Bakker (40). Aan de vooravond van de algemene en financiële beschouwingen debatteren de financieel woordvoerders onder het portret van de jonge koningin Wilhelmina over de vraag wat hen scheidt en bindt, het paarse gevoel, de drijfveren, het strakke regeerakkoord en wat de toekomst brengt.

De wortels van het drietal verraden een affiniteit met andere politieke partijen. Ondernemerszoon Crone werd grootgebracht met de liberale beginselen, maar werd lid van de PvdA. Van Beek, zoon van een registeraccountant, komt uit een “KVP-nest”, maar voelde zich meer thuis bij de VVD. Bakker, wiens vader actief was bij de vakbond, groeide op in een SDAP-gezin, maar koos voor D66: “Ik voelde me erg aangesproken door de doelstellingen van de sociaal-democratie. Maar het financiële beheer hè, dat vond ik op mijn zeventiende al niet solide genoeg.”

De milieu-econoom Crone werd door toenmalig partijvoorzitter Felix Rottenberg benaderd om vorm te geven aan de vernieuwing van de versufte PvdA-fractie, waar hij de afgelopen vier jaar stem van de vakbond was. Samen met voormalig PvdA-leider Joop den Uyl was Rottenberg één van zijn grote voorbeelden. “Den Uyl en Rottenberg staan voor een traditie binnen de PvdA van de intellectuele uitdaging”, vindt Crone die zelf meer een bestuurlijk type is: “Een kamerlid moet ordening aanbrengen in de chaos”.

Het 'werk, werk en nog eens werk' van het vorige kabinet wordt wat Van Beek betreft 'nog meer werk'. “Paars I heeft een half miljoen banen gecreëerd. Het zou fantastisch zijn als we er in slagen om binnen acht jaar één miljoen nieuwe banen te scheppen”, zegt de nieuwkomer. Crone en Bakker kijken hun collega ongelovig aan. Van Beek: “Oké, oké, de plannetjes zitten er rekentechnisch wat onder, maar ik zou zeggen: leg de lat wat hoger.”

Naast meer banen, leggen Bakker en Crone eensgezind de nadruk op een verbetering van de kwaliteit van de samenleving. Meer geld voor onderwijs, gezondheidszorg en milieu. Maar ook geld voor technologie en de 'kennis-economie' behoren tot de grote opknapbeurt van Nederland. En alledrie komen woorden tekort om te benadrukken hoe belangrijk solide overheidsfinanciën zijn, vooral nu het economische walhalla plaats lijkt te maken voor een krimpende groei.

Crisis in Azië, Rusland en nu ook Latijns Amerika, enorme koersdalingen op de beurzen in Europa en de Verenigde Staten en een verwachte vertraging van de economische groei. Wat staat Nederland te wachten?

Bakker: De vraag is of en in welke mate de zaak doordominoot. Niet direct, want Noordrijn-Westfalen is voor ons nog altijd veel belangrijker dan Rusland en heel Zuidoost Azië bij elkaar; als je Japan niet meerekent. Maar als de crisis ook neerslaat in Frankrijk, Duitsland en Italië - landen die wel veel zaken doen met het Oostblok - dan plukken wij daar ook de vruchten van.

Daar is nu nog weinig van te zeggen, dus je moet ontzettend oppassen om daar paniek over te zaaien. Het is voor een belangrijk deel psychologie; economie is een gedragswetenschap.

Crone: Ik ben benieuwd hoe we er voor staan, want als het goed gaat valt dat niet zo op. Is de arbeidsmarkt flexibeler geworden, zoals we wilden de laatste jaren? Zijn we nog steeds een bulkeconomie die als eerste de klappen krijgt bij een tegenvallende conjunctuur, of produceren we hoogwaardige producten die gewoon goed blijven lopen?

Als politicus weet u toch wel 'hoe we er voor staan'?

Crone: Dat vragen we aan Zalm. Ik heb bij de financiële beschouwingen meer vragen dan antwoorden.

Dat geldt ook voor de VVD?

Van Beek: Wat Nederland te wachten staat is een teruglopende economische groei. Als je kijkt over de afgelopen jaren dan moet het ook een keer gebeuren, het is bijna voorspelbaar want economsiche groei verloopt via een golfbeweging. De vraag is alleen hoe diep die golf is en hoe lang.

Nederland maakt vanaf 1 januari deel uit van de Economische en Monetaire Unie, daardoor is de economie beter bestand tegen een stootje?

Crone: Het feit dat we een Euro-land zijn, is een goede positieve impuls. Als deze crisis zes jaar geleden had plaats gehad, dan zou een aantal landen zoals Italië en Portugal gigantisch zijn besprongen door speculatiekapitaal en zouden de kleinste economische verschillen tussen landen worden uitvergroot. Het Euro-blok blijkt zo sterk en groot te zijn, dat het speculatiekapitaal geen kans heeft. Landen die hun munt niet vrijwillig aan de euro-munten hebben gekoppeld zoals Noorwegen zitten gigantisch in de problemen.

Van Beek: We zijn met z'n allen heel erg diep gegaan en hebben onze economie de afgelopen tien jaar enorm gesaneerd. Daardoor hebben we nu een ongelooflijke voorsprong op een aantal andere landen. Als het over de hele linie wat minder goed gaat, moet Nederland het naar verhouding beter kunnen doen dan die anderen. Uit onze inspanning, die tijd heeft gekost en sociaal veel pijn heeft gedaan, moeten we nu het rendement halen.

Bakker: Niet alleen onze economie is minder kwetsbaar, maar ook onze overheidsfinanciën. De bezuinigingen in andere landen om aan de normen voor de EMU te voldoen hebben wij in de jaren tachtig al gehad. Dat was een moeizaam proces, maar mede door de constructieve opstelling van de vakbeweging ligt er nu een sterk draagvlak onder de Europese ontwikkeling.

U bent alledrie zeer ingenomen met het behoedzame 'conjunctuurbestendige' regeerakkoord. In de Miljoenennota 1999 is echter ook opgenomen dat bij tegenvallende inkomsten niet alleen het tekort oploopt maar ook de lasten weer worden verzwaard; en dat terwijl bij een economische dip een lastenverlichting eerder op zijn plaats zou zijn. Is dat geen bezwaar?

Crone: Ik vind het wel een verstandig compromis van het kabinet. Je laat de schommelingen doorwerken in de begroting. Als het tegenvalt met de economische ontwikkeling, maar dan moet alles misgaan, dan gaat ook het tekort oplopen en dan is de lastenverlichting iets minder.

Bakker: Tegen dat automatisme heb ik mijn bedenkingen, ik vind het onverstandig. We hebben voor de herziening van het belastingstelsel een lastenverlichting gereserveerd van 4,5 miljard gulden. Wanneer we daar aan gaan tornen, komt de stelselherziening in gevaar.

Crone: Met andere woorden: je wilt meer bezuinigen.

Bakker: Dat zeg ik niet. Maar ik vind het niet verstandig om je op voorhand vast te leggen op lastenverzwaring op zo'n moment.

Van Beek: Er kan natuurlijk best een keer een moment komen waarop de afspraken opnieuw ter discussie komen te staan. Als door de conjunctuur, de koopkrachtontwikkeling of andere economische factoren een lastenverzwaring op dat moment niet zou kunnen, dan kun je niet zeggen: het is een afspraak.

Crone: Voor alle afspraken geldt, dat we altijd blijven nadenken, altijd met z'n drieën.

Bakker: Over dit punt hebben we helemaal geen afspraak gemaakt, want het staat niet in het regeerakkoord. Het kabinet kan afspreken wat het wil, wij nemen onze eigen verantwoordelijkheid. Ik ben daar laconiek over. We zijn geen filiaal van het ministerie van Financiën.

U mag dan uw eigen verantwoordelijkheid hebben, maar wat is eigenlijk uw macht nu steeds meer beslissingen buiten 'Den Haag' worden genomen?

Bakker: Wij zijn een generatie politici die niet zo'n behoefte heeft de maatschappij te ordenen. Wat we niet hoeven te regelen, dat moeten we ook niet willen regelen. De toezichthouders voor onder meer de concurrentie hebben een specifieke opdracht en zolang dat allemaal goed gaat, is er geen enkele reden om je er zorgen over te maken.

Crone: De onafhankelijkheid van de toezichthouders heeft de politieke invloed juist vergroot. In de energiesector bijvoorbeeld was het departement van Economische Zaken toezichthouder en tevens belangenbehartiger van allerlei lobbygroepen, die buiten ons om dingen regelden in convenanten en onderhandse afspraken. Nu is het toezicht onafhankelijk en daarnaast hebben we nu een reeks van wetten aangenomen voor het vaststellen van de prijzen en het milieu.

Van Beek: Onze invloed wordt niet minder, het speelterrein wordt wel duidelijker. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor het begrotingsbeleid, de spelregels die zijn gemaakt, schelen ons veel werk. Binnen de fractie, maar ik hoef ook geen politiek schijngevecht met Bakker en Crone aan te gaan.

Tussen de PvdA en D66 bestaat op het terrein van het financieel-economisch beleid nauwelijks nog een verschil van mening. Meneer Bakker, u constateerde dat dat ruim twintig jaar geleden anders was, dus ...

Bakker (lacht): Nu kan ik lid worden van de PvdA. De PvdA is veel te veel de partij van het collectivisme.

Crone: Dan heb je vier jaar niet opgelet.

Bakker: Bij de PvdA is de reflex: 'de overheid moet het oplossen'. Ik was bijvoorbeeld bij een armoede-conferentie. De PvdA-insteek is: coördinatieplatforms, programmasturing, subsidies. Ik kies meer voor, sorry het is een vreselijk woord, empowerment: hoe kunnen mensen zo snel mogelijk het stuur weer in handen krijgen.

Dat vindt de VVD ook.

Bakker: De VVD heeft gewoon te weinig aandacht voor de armoede.

Meneer Crone onderkent u de reflex: bij de PvdA lost de overheid het probleem op.

Crone: Wij zijn voor een actieve interveniërende overheid. Wanneer een grote groep mensen niet aan de slag dreigt te komen dan ligt daar een taak voor de overheid. Via Melkertbanen kunnen die mensen aan de slag. Ik vond het een doorbraak dat de VVD daar vier jaar geleden mee akkoord ging. Tegen de VVD-retoriek van een kleinere collectieve sector werd bewust gekozen voor een uitbreiding.

Het verschil tussen de PvdA enerzijds en VVD/D66 anderzijds is dat deze partijen gemakkelijker accepteren dat er mensen over de rand vallen. En de VVD heeft naar mijn mening veel te weinig oog voor het milieu.

Bakker: (geïrriteerd) Ik kan niet onbesproken laten dat D66 mensen over de rand laat vallen. De 'arme kant' van Nederland is niet het privé-domein van de PvdA.

Mijnheer Van Beek, de VVD laat zowel mensen als milieuvervuiling over de rand vallen?

Van Beek: Ik hoor het met belangstelling aan; zo leer ik de collega's een beetje kennen. De VVD neemt een andere positie in. Het is van groot belang dat mensen in welke situatie ze ook verkeren, weten dat er een sociaal vangnet hangt. Maar ik denk dat het vangnet bij ons in het algemeen iets lager hangt dan bij de collega's. We spreken in plaats van een vangnet liever van een trampoline. Je moet je niet vlijen in de hangmat, je moet een impuls krijgen van de trampoline om weer op eigen benen te komen.

Wat betreft het milieubeleid, u zou de ecotax ook als een onding typeren?

Van Beek: Dat ding is niet door ons uitgevonden. Het is een compromis. We nemen de verantwoordelijkheid, maar we geloven niet in de werking. Wij geloven in internationale afspraken.

Crone: Dat vind ik altijd zo vreemd van die liberalen. Bij de VVD werkt altijd het marktmechanisme, maar als het om het milieu gaat dan werkt het systeem opeens niet meer. Wij lopen, ondanks de VVD, in de wereld voorop met de vergroening van het belastingstelsel. En ook bij de onderhandelingen over het nieuwe regeerakkoord hebben we toch weer grote bedragen kunnen uittrekken voor het milieubeleid, zo'n 2 à 2,5 miljard. VVD-minister Jorritsma zegt vaak dat de PvdA liever één weg duur (lees: milieuvriendelijk) aanlegt, terwijl de VVD liever twee wegen heeft voor dat geld. Dat is onze politieke keuze.

Heeft milieu de plaats ingenomen van bijvoorbeeld een politiek gevoelig thema als de inkomensverdeling in de strijd om de profilering.

Van Beek: Ik vind dat de afgelopen jaren de compromissen duidelijker zijn geworden. Je weet beter waar een partij voor staat en het compromis wordt niet als een overwinning verkocht. Ik ben niet bang dat de kiezer niet zal weten wat de invalshoek van de VVD zal zijn bij een discussie over de inkomens.

Crone: Mensen weten precies, denk ik, als je op de Partij van de Arbeid stemt, dan ligt het accent bij de lagere inkomens. Kiezers willen dat de PvdA sterk is. Niet omdat ze het altijd met ons eens zijn, maar ze willen een tegenwicht. In de kabinetsplannen gaan de mensen die een arbeidsinkomen hebben er meer op vooruit dat de midden- en hogere groepen.

Uw voorgangers zijn alledrie staatssecretaris geworden. Dat is ook uw ambitie?

Bakker: Ik vind niet dat je pas politiek geslaagd bent, als je staatssecretaris of minister bent geworden. Ik wilde altijd Kamerlid zijn. Dat heb ik van jongs af aan ook gewild en daarna hielden de ambities op. Op de dag dat er over de poppetjes voor het nieuwe kabinet werd gesproken, ben ik op vakantie gegaan.

Crone: Het is me allemaal overkomen. Ik heb nooit als jongetje gedacht dat ik in de Kamer zou komen, maar toen ik werd gevraagd dacht ik 'leuk'. Ik ambieer niet direct de functie van staatssecretaris of minister.

Van Beek: Je hebt het niet in de hand. Ik ben ongepland een gedeputeerde geworden. Wat je wel leert in een bestuurlijke functie in het land, dat je altijd tegen de grenzen van Den Haag oploopt. Als puntje bij paaltje kwam, was het toch zo dat de echte beslissingen in Den Haag vielen. En daar zit ik nu.