Crisis?

Sinds de zomer is de wereldeconomie er wat brozer gaan uitzien. De voorspelling in mijn column van 20 juni jl. kwam uit dat Rusland maar beter kon besluiten om een faillissement te verklaren ten opzichte van speculerende New Yorkse bankiers en twijfelachtige binnenlandse geldleners. De feitelijke gang van zaken was technisch niet handig, maar een faillissement in een of andere vorm liet zich niet meer vermijden, en het was zinloos om nog langer westers belastinggeld via het Internationale Monetaire Fonds door te sluizen naar Rusland waar het in de kortste keren toch maar weer verdween naar clandestiene dollar-rekeningen van rijke Russen of New Yorkse speculanten. Nu moeten de arme Russische burgers maar hopen dat een volgende president beter in staat is om de rechtsstaat op te bouwen en de belastingen te innen; geen comfortabel vooruitzicht voor de Russen die van dag tot dag moeten overleven, maar niet bedreigend voor de totale wereldeconomie.

In Japan blijkt het nog steeds heel moeilijk om een transparant plan voor de sanering van het bankwezen door het parlement te laten goedkeuren, en is bovendien intussen de positie van het bankwezen nog weer zoveel zwakker geworden, dat tijdelijke nationalisatie van een aantal grote banken nu nog de meest reële optie lijkt. De overheid neemt dan het bestuur tijdelijk in handen, vervangt de managers, en hevelt zoveel mogelijk twijfelachtige oude schulden over naar wat wij hier in Nederland een sterfhuisconstructie noemen. Daarna kunnen de banken terugkeren in de private sector en houdt de gemeenschap een deel van het aandelenkapitaal als compensatie voor de bijdrage vanuit de staatskas aan de sanering. Dat blijft de beste oplossing, zeker wanneer intussen de Bank of Japan in een zo hoog mogelijk tempo met nieuw geld onderpanden zoals grond en gebouwen gaat opkopen voor eigen rekening, zoals ook bepleit in mijn column van 20 juni.

Het lijkt nu alsof de consensus in Japan groeit dat zo'n nieuw monetair beleid, gericht op het na acht jaar eindelijk stabiliseren van de land- en gebouwenprijzen, nog de beste kans biedt voor Japan om uit een gevaarlijke deflatoire spiraal te komen. Intussen heeft de crisis in Oost-Azië en Rusland geleid tot nervositeit in Latijns Amerika. Misschien komen ook daar nog gedwongen devaluaties van de munten in Brazilië en Argentinië.

Maar intussen is er ook een gunstige ontwikkeling die te weinig aandacht heeft gekregen maar best kan bijdragen tot optimisme over de toekomst. Was het niet zo dat dit voorjaar de New Yorkse bankiers moord en brand schreeuwden dat het complete wereldgeldstelsel zou instorten wanneer een land als Rusland niet langer bereid zou zijn de verplichtingen aan de geldschieters zorgvuldig na te komen? Welnu, Rusland ging luidruchtig en op botte wijze failliet, maar met het wereldgeldstelsel is niets gebeurd. Integendeel, de Duitse mark werd iets sterker ten opzichte van de dollar, hoewel Duitse banken grotere belangen hebben in de langetermijn kredietverlening in Oost-Europa dan de Amerikaanse instellingen.

Het wereldgeldstelsel lijkt dus niet beschadigd, en dat is een cruciaal verschil met bijvoorbeeld de grote depressie in de jaren dertig toen kettingreacties leidden tot destructie van het toenmalige systeem van de Gouden Standaard, en ook een scherp contrast met de periode 1971-'73 toen de Verenigde Staten en West-Europa een eind maakten aan het systeem van vaste wisselkoersen van Breton Woods, waarna hier in het Westen de inflatie veel te hard opliep en OPEC er een schepje overheen deed door ter compensatie de energieprijzen nog eens te verdrievoudigen. Dat is nu allemaal niet aan de orde.

Op dit moment laten bijvoorbeeld renteverschillen tussen korte kredieten aan westerse banken enerzijds en korte kredieten aan westerse overheden anderzijds weinig of niets zien van zorg in de financiële markten dat het wereldgeldstelsel in serieus gevaar verkeerd. Daarbij helpt natuurlijk dat er vrij zwevende wisselkoersen bestaan tussen de Amerikaanse dollar, de Duitse mark, de yen en een aantal andere belangrijke valuta zoals sterling en de Zwitserse frank. Die vrije wisselkoersen bieden bescherming tegen schokken op het wereldgeldsysteem, en verminderen het risico van een mondiale recessie. Toch opende afgelopen woensdag de krant met het bericht dat ook bij ons in Nederland de consumenten minder vertrouwen hebben in de toekomst. Ik zou dat bericht niet al te veel gewicht toekennen.

De algemene index van het consumentenvertrouwen blijkt vooral aan te geven of mensen het passend vinden om bezorgdheid te tonen over het nieuws op de televisie. Zijn er veel sombere berichten dan wil niemand oppervlakkig lijken door bij zo'n enquête een zonnig antwoord te geven. De voorspelkracht van de enquête is echter heel gering, en professionele voorspellers kijken liever naar enquêteresultaten die aangeven of de ondervraagden nog van plan zijn de komende tijd grote uitgaven te doen. Die indicator is in Nederland nog steeds heel positief en dat stemt overeen met de berichten uit het bedrijfsleven. En de daling van de beurs dan? Die lijkt dit jaar vooral ingegeven doordat bedrijven hun verwachtingen van de toekomstige winst moeten terugbrengen (Shell, Philips), of omdat beleggers niet meer zó veel willen betalen voor high-tech bedrijven die helemaal geen winst maken, maar op een koers staan van honderd keer de hypothetische winst in het jaar 2001 (Amazon. com).

In het verleden daalde de beurs vaak fors omdat tegelijkertijd centrale banken een hard anti-inflatiebeleid inzetten, en dan was de beurs inderdaad een nuttige voorspeller van een op handen zijnde economische recessie met negatieve economische groei en oplopende werkloosheid. Dit jaar is er geen enkele reden om aan te nemen dat in de VS of in Euroland de centrale bank zich verplicht voelt om krachtig de inflatie te bestrijden met een krap-geld politiek. Daarom deel ik niet in de somberheid van Jaap van Duijn bij Robeco die nu drie jaren zonder economische groei voorspelt omdat eens in de acht tot tien jaar het kapitalisme pas op de plaats wil houden. In zijn academische periode schreef Van Duijn een fascinerend boek over mogelijke onafwendbare golfbewegingen in de kapitalistische economie, maar het onderwerp is sindsdien geheel uit de mode geraakt omdat het wetenschappelijk bewijsmateriaal zo afwezig is.

President Duisenberg was deze week voorzichtig optimistisch over de economische groei. Volgens Robeco-topman Van Duijn omdat hij in zijn positie niets anders mag zeggen; naar mijn mening omdat grote verschillen tussen 1998 en echt sterkte jaren als 1980, 1974 of 1929 gelukkig goede redenen bieden voor Duisenberg's optimisme.