Blairs plan

We moeten niet bang zijn om fundamenteel en radicaal te denken. Gezien de ernst van de crisis waarmee we geconfronteerd worden, zijn we verplicht om het leiderschap te tonen waarop de wereld wanhopig zit te wachten. We moeten onszelf de opdracht geven om een nieuw stelsel van 'Bretton Woods' voor de volgende eeuw op te bouwen.

Aldus Tony Blair, de Britse premier, afgelopen maandag in een toespraak voor de New Yorkse effectenbeurs. Op de dag waarop de videoband met het verhoor van Bill Clinton wereldwijd was te zien, hield Blair een gepassioneerd betoog voor hervorming van het internationale financiële stelsel. Het komende jaar, zei Blair, moeten de regeringsleiders van de belangrijkste landen plannen uitwerken om een open, kapitalistische wereldeconomie in de volgende eeuw veilig te stellen.

Blair is een ambitieuze politicus. Hij heeft zijn Labour partij hervormd, hij heeft de hervormingen in Groot-Brittannië, de erfenis van Margaret Thatcher, voortgezet. En nu heeft hij zijn oog op de wereld laten vallen.

De financieel-economische crises in Rusland en in wat tot voor kort 'opkomende landen' heetten, vormen het uitgangspunt van Blairs analyse. Verwacht van de Britse Labour-leider geen zachte aanpak. Hij begint met de vaststelling dat landen die getroffen zijn door een crisis, moeten doorgaan met financiële en economische hervormingen.

“De les van de huidige crisis is niet dat de marktdiscipline niet heeft gefunctioneerd, maar dat in een wereldwijde economie, met reusachtige kapitaalstromen, de afwezigheid van een dergelijke disciplinerende werking een vernietigend effect heeft.”

Landen, aldus Blair, moeten een gezond beleid voeren - een beleid gericht op lage inflatie, lage begrotingstekorten, grotere marktwerking, een functionerend belastingstelsel en deugdelijk toezicht op het financiële systeem. Alleen landen die ernst maken met dergelijke hervormingen, kunnen aanspraak maken op steun van het Westen, het IMF en de Wereldbank. “Het is dus een dubbelzijdige afspraak, voor Rusland en andere landen die op korte termijn hulp nodig hebben: steun maar slechts in ruil voor hervormingen.”

Terloops maakt Blair ook een toespeling dat in de geïndustrialiseerde landen de afstemming van een soepeler monetair beleid wenselijk is omdat niet inflatie, maar deflatie de grootste bedreiging vormt.

Het wordt echt interessant als Blair met een oproep komt voor de hervorming van het internationale financiële stelsel voor de komende eeuw. Dat wil zeggen: een nieuw 'Bretton Woods'. Bretton Woods is het gehucht in de Amerikaanse staat New Hampshire waar in 1944 de conferentie werd gehouden over de grondslagen van het na-oorlogse internationale financiële stelsel. Daar werd besloten tot de oprichting van het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank volgens de plannen van de Amerikaanse onderminister Harry Dexter White en de Britse econoom John Maynard Keynes. Blair vindt dat deze instellingen zich 54 jaar na hun oprichting moeten aanpassen aan een veranderde wereld. Dat wil zeggen: een wereld met vrij kapitaalverkeer, zwevende wisselkoersen en reusachtige particuliere kapitaalstromen.

De hervormingen vat hij samen in vijf punten die in de werkwijze van het IMF en de Wereldbank moeten worden opgenomen:

verplichting tot grotere openheid over en doorzichtigheid van de financiële omstandigheden in landen;

verbetering van het toezicht op en de regulering van financiële instellingen in landen;

versterking van de mogelijkheden om acute liquiditeitscrises op te vangen en landen te helpen bij hervormingen door de toegang tot de internationale kapitaalmarkten open te houden in tijden van grote financiële spanningen;

betere beheersing van de enorme kapitaalstromen in de wereld waarbij investeerders een groter deel van de risico's moeten dragen en landen voorzichtiger dienen om te gaan met liberalisatie van het kapitaalverkeer;

Grotere openheid en aanspreekbaarheid van de internationale financiële instellingen zelf.

Blair beseft dat het forum van de Groep van 7 onvoldoende draagvlak heeft om dergelijke institutionele veranderingen door te voeren. Daarom moeten ontwikkelingslanden en experts van buiten - bankiers, economen en zakenlieden - hierbij betrokken worden. En er is haast geboden: volgend jaar september moet de zaak rond zijn.

Opmerkelijk aan deze vijf punten is wat Blair níet noemt: geen opheffing (of samenvoeging) van het IMF en de Wereldbank, geen invoering van een verplichte kapitaalbelasting (de 'Tobin-tax' die in linkse kringen populair was), geen strenge controles op het kapitaalverkeer, geen terugkeer naar handelsbescherming, geen oproep tot staatsingrijpen, geen ongelimiteerde reddingsacties of schuldkwijtschelding voor landen. Blair houdt een pragmatisch pleidooi voor aanpassingen van de bestaande instituties.

Toch is het een gedurfd voorstel. Want het is lang niet gebeurd dat een Westerse regeringsleider een dergelijk oproep tot hervorming van de Bretton Woods-instituties doet, en dan nog wel de politieke leider afkomstig uit het land van Keynes, de mede-oprichter van het IMF en de Wereldbank.

Het is verheugend dat Blair oog heeft voor de acute bedreigingen voor de stabiliteit van de wereldeconomie en dat hij de verworvenheden van het vrije marktkapitalisme op de langere termijn wil veilig stellen.

Je zou willen dat een vooraanstaand Nederlands politicus eens een betoog met déze strekking en déze inhoudelijke reikwijdte zou houden.