15 jaar later

HET IS INMIDDELS 15 jaar geleden dat ik promoveerde op een onderzoek naar de loopbaan van leraren en hun tevredenheid met het werk. Is dit derde lustrum iets om te vieren? Nee, het tegendeel is het geval. Dat proefschrift heeft namelijk veel ellende in de Nederlandse onderwijswereld teweeggebracht. Als het niet was geschreven, was de instroom naar de lerarenopleidingen nooit teruggelopen en waren initiatieven om de status van de leraar te verbeteren niet nodig geweest. Sommigen twijfelen weleens aan de macht van het geschreven woord. Geheel ten onrechte, zoals u ziet. Met één boek ben ik erin geslaagd het leraarsberoep te omringen met problemen die er anders nooit geweest zouden zijn.

Getuigt deze visie van zelfoverschatting? Nee, ook al is het natuurlijk wel onzin. Onzin overigens die ik toch de moeite van het vermelden waard vind, omdat er mensen zijn die menen dat dit serieus het geval is. Die mensen zijn dommeriken, hoor ik u denken, daar hoef je geen rekening mee te houden. Het eerste is waar, maar het laatste helaas niet: die dommeriken tref je namelijk aan, zo heb ik ettelijke keren mogen ervaren, tot in de hoogste regionen van politiek en ambtenarij.

De overtuiging dat ik als boodschapper de oorzaak ben geweest van het slechte nieuws heeft zich alleen maar in hun hoofden kunnen vastzetten doordat zij onbekend waren met ontwikkelingen die zich in vrijwel de hele westerse wereld voordeden. In 1983, het jaar waarin ik promoveerde, verscheen in Amerika het geruchtmakende rapport 'A Nation at Risk', waarin werd gewaarschuwd dat Amerika in gevaar was als gevolg van de slechte kwaliteit van het onderwijs. De belangrijkste oorzaak hiervan werd gezocht bij de leraren. Dit rapport heeft Amerika wakkergeschud en allerwegen is men daar meer in het onderwijs gaan investeren. Omdat er diezelfde tijd signalen te over waren die erop duidden dat ook wij 'at risk' waren, hadden wij hetzelfde kunnen doen, maar wij deden het tegendeel: gingen steeds lagere eisen stellen aan leraren in opleiding, zijn leraren minder gaan betalen dan vergelijkbaar opgeleiden en hebben hun werkomstandigheden en andere arbeidsvoorwaarden verslechterd. Om het onderwijs als werkterrein voor jonge mensen nog eens extra onaantrekkelijk te maken is in 1983 de Herziening Onderwijs Salarisstructuur, de beruchte HOS, ingevoerd.

Overigens hadden al deze maatregelen aanvankelijk nauwelijks enig negatief effect op de belangstelling voor het onderwijs als werkterrein: begin jaren tachtig was er een uitgebreid reservoir aan werkloze leraren, en omdat de beroerde arbeidsmarkt van toen een ontsnapping naar andere sectoren onmogelijk maakte, kon de overheid vooralsnog ongestraft dit soort maatregelen nemen.

Verder werd het onderwijs een vrijplaats waar minister en lokale bestuurders mochten wedijveren in vrouwvriendelijkheid, met als gevolg dat de pedagogische academie een meisjesschool werd. Ten slotte werden de achterblijvende salarissen voor een stukje gecompenseerd met extra vrije dagen. Het Nederlandse onderwijs, toch al wereldkampioen part time werken, werd een duiventil van in- en uitvliegend personeel. Daarmee zijn de basisscholen voor hun directeuren nauwelijks te beheersen organisaties geworden.

Er is, zoals u ziet, de afgelopen vijftien jaar heel wat meer gebeurd dan het verschijnen van een proefschrift. En laten politici en topambtenaren vooral niet vergeten het weinige geld dat we aan onderwijs besteden. Tussen 1985 en 1995 groeiden de uitgaven per leerling in België jaarlijks gemiddeld met 2,2, in Denemarken met 3,1, in Frankrijk met 2,7 en in Groot-Brittannië met 3,3 procent. Gemiddeld. Per jaar. In Nederland met 1,1 procent. Van Duitsland zijn, als gevolg van de samenvoeging, geen gegevens vermeld in het onlangs uitgebrachte World Education Report van de Unesco.