Wethouder Delfzijl mag onderzoek naar subsidie afwachten

DELFZIJL, 25 SEPT. Een onafhankelijke commissie moet binnen veertien dagen een bestuurlijke beoordeling geven over het handelen van PvdA-wethouder J. Menninga (ruimtelijke ordening en welzijn) in Delfzijl. Hiertoe heeft de gemeenteraad gisteravond in meerderheid besloten. Een vooraf aangekondigde en ook ingediende motie van wantrouwen tegen de wethouder werd niet in stemming gebracht.

Menninga wordt verweten dat hij twee jaar geleden als wethouder economische zaken de raad niet inlichtte over een subsidie van een half miljoen gulden aan het bedrijf Blijdorp Merchant Group in Farmsum voor de aankoop van grond. De groothandel in luxegoederen had eerder al een investeringspremie van 300.000 gulden gekregen. Menninga gaf gisteren toe fouten te hebben gemaakt. Zijn optreden had “geen schoonheidsprijs” verdiend, zei hij. De andere collegepartijen, CDA en VVD, besloten tot een compromis, nadat duidelijk was geworden dat de PvdA bij een vertrek van Menninga niet in een nieuw te vormen college zitting zou willen nemen. VVD-fractievoorzitter W.S. Heijn: “Dit is een tussenoplossing, in het belang van Delfzijl. We zitten niet op een bestuurscrisis te wachten.”

De commissie, bestaande uit drie of vier mensen, moet binnen veertien dagen een oordeel geven over Menninga's handelwijze. Wethouder Menninga heeft eerder laten weten niet van plan te zijn op te stappen. Volgens hem had hij de financiële toezeggingen gedaan in het belang van de werkgelegenheid. Bij Blijdorp ging het om 110 arbeidsplaatsen voor laagstgeschoolden. Op 8 oktober spreekt de raad zich opnieuw over de kwestie uit. GroenLinks en de SP, die de motie mede hadden ingediend, verlieten gisteren woedend de raadszaal. Volgens fractievoorzitter H.B. Ketting van GroenLinks hebben VVD en CDA zich “onsterfelijk belachelijk” gemaakt, door eerst hoog van de toren te blazen, maar terug te deinzen voor de consequenties.

Volgens VVD'er Heijn is zijn partij echter niet teruggekrabbeld. “We staan nog steeds achter de motie van wantrouwen. Die is niet van tafel.” Als de beoordelingscommissie tot de conclusie komt dat Menninga inderdaad fout heeft gehandeld, moet de opstelling van de PvdA anders zijn, meent hij.