Wat bedoelt criticus van homoseksuele levensstijl?; Justitie onderzoekt column

AMSTERDAM, 25 SEPT. Het openbaar ministerie in Amsterdam heeft een nader onderzoek gelast naar mogelijke belediging van homoseksuelen door Gerry van der List. De columnist van de Volkskrant, medewerker van de Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau van de VVD, haalde zich vorige maand de woede van velen op de hals door kritiek op een levensstijl van homoseksuelen zoals die tot uitdrukking kwam tijdens de Gay Games in Amsterdam. De officier van justitie belast met discriminatiezaken vindt de inhoud van de column niet van dien aard dat op voorhand al geoordeeld kan worden dat er geen sprake is van een strafbaar feit.

De politie gaat Van der List nu horen over wat hij met zijn opmerkingen heeft bedoeld. Afhankelijk van de uitkomst hiervan zal het openbaar ministerie een beslissing nemen over eventuele vervolging. In dat geval staat hij terecht voor het opzettelijk beledigen van mensen met een homoseksuele gerichtheid, zoals omschreven in artikel 137c van het wetboek van strafrecht. Eerder deze week moest L. van Dijke, fractievoorzitter van de RPF in de Tweede Kamer, zich voor de rechter verantwoorden, omdat hij in een vraaggesprek homoseksualiteit en diefstal op één lijn had gesteld.

Van der List schreef in zijn column van 14 augustus onder meer: “Het is vreemd dat weinigen opmerken hoe weerzinwekkend zo'n levensstijl is. Dat weinigen de goede smaak durven te verdedigen tegen de genotzucht en de platheid in het homopretpark dat Amsterdam tijdens de Gay Games was. Dat weinigen een verband leggen tussen het oprukken van een decadente, hedonistische cultuur waarin het schaamteloos achterna lopen van je geslachtsorgaan het hoogste goed is, en de kinderporno uit Zandvoort.”

Hij eindigde de column als volgt: “Vanuit het oogpunt van de beschaving valt het alleen maar toe te juichen dat de homo's, na hun Amsterdamse orgie van sperma, het publieke domein weer overlaten aan de burgerij en zich terugtrekken in hun darkroom, waar ze zich anoniem en ongestoord kunnen overgeven aan hun troosteloze liefhebberijen. Opgeruimd staat netjes.”

Na het verschijnen van de column diende het Meldpunt Discriminatie Amsterdam een klacht in bij justitie. Bij de Volkskrant kwam tachtig opzeggingen binnen. De krant weigerde een verzoek van het meldpunt om een rectificatie te plaatsen. “Rectificatie vindt alleen plaats wanneer er sprake is van publicatie van onjuiste gegevens”, aldus hoofdredacteur Pieter Broertjes in een brief aan het meldpunt. Wel publiceerde Van der List zes dagen na de column een artikel waarin hij betoogde dat hij niet de bedoeling had gehad de achterstelling van homo's te bepleiten. In een tweede brief aan het meldpunt schreef Broertjes te hopen “dat daarmee de bitterheid van degenen die zich gekwetst voelen, enigszins is verzacht”. Volgens de hoofdredacteur had Van der List in zijn eerste column “op de rand van het aanvaardbare” gebalanceerd.