Van de Yankees naar bouwput in Rotterdam

Na negen jaar profhonkbal in Amerika keerde Robert Eenhoorn (30) vorige maand terug in Nederland. Als coach van Neptunus begint de Rotterdammer vanavond aan de finale van de play-offs tegen HCAW.

ROTTERDAM, 25 SEPT. Van een wereld vol glitter en glamour naar een veredelde bouwput aan de rand van Rotterdam. Het contrast is groot, om niet te zeggen schrijnend. Maar Robert Eenhoorn zegt zijn kopje koffie in het clubhuis van Neptunus met evenveel plezier te drinken als destijds aan boord van het privé-vliegtuig van de New York Yankees. Bovendien: “Ik ben niet teruggekomen om stil te staan bij de verschillen.”

Negen jaar verbleef Robert Eenhoorn (30) in het mekka van het honkbal, de Major League in de Verenigde Staten. “Een fantastisch avontuur dat ik voor geen goud had willen missen”, zo noemt hij zijn verblijf in de sterkste competitie ter wereld. En: “De beste manier om een grote jongen te worden. Toen ik ging was ik een teringventje, intussen mag ik mezelf redelijk volwassen noemen.”

Eenhoorn speelde 37 wedstrijden op het hoogste niveau, twintig duels bij de New York Yankees, zeventien in dienst van de Anaheim Angels. Het merendeel van de tijd bracht de eigenzinnige Rotterdammer, goed voor een jaarsalaris van ruim 3,5 ton per jaar, evenwel door in de Minor Leagues, de eerste divisie van het Amerikaanse profhonkbal waar de topclubs overbodige spelers onderbrengen bij een filiaal-club.

Critici sneerden dat Eenhoorn - bijnaam Dutch - kwaliteiten tekort kwam. Zelf beweert hij meer dan eens het slachtoffer te zijn geworden van een typisch Amerikaanse sportwet, die wil dat de prestaties op het veld ondergeschikt zijn aan de politiek in kleed- en bestuurskamers. “Sommige mensen kunnen je daar bijna letterlijk maken en breken. Vriendjespolitiek is een groot woord, maar feit is dat wie het goed kan vinden met de coach, een streepje voor heeft.”

Wie frustraties vermoedt bij Eenhoorn, komt bedrogen uit. Zelfverzekerd: “Hoewel ik er misschien niet alles heb uitgehaald, kijk ik met veel voldoening terug. Als mens en als sporter ben ik wijzer geworden, vooral mentaal. Harder en scherper. Dat telt.”

Slechts één verwijt zou Eenhoorn zichzelf kunnen maken “Het is achteraf gemakkelijk praten, maar misschien had ik mijn grote mond wat vaker moeten houden. In Amerika houden ze er niet van als een speler voor zijn mening uit komt. Een speler voert uit wat de coach hem opdraagt en houdt verder zijn waffel.”

Eenhoorn schond die erecode nadat hij “om duistere redenen” buiten de ploeg van de Yankees was gelaten. De gevolgen lieten zich raden. “Het is nooit meer goed gekomen tussen mij en de coach.” Zijn grootste teleurstelling kwam echter begin dit jaar bij de Angels. In de voorbereiding op het nieuwe seizoen liet de infielder een uitstekende indruk achter. “Alles wat ik sloeg was raak. Ik had het beste slaggemiddelde van de ploeg en leek zeker van een plaats.”

Maar een uur voor het verstrijken van de deadline vervloog de hoop op een loopbaan als volwaardig Major League-speler. Eenhoorn moest plaats maken voor een 35-jarige veteraan. “Ik ging door de grond. Mijn vrouw kwam me ophalen van het vliegveld. Ze wist van niks.”

Het heilige vuur was weg, maar Eenhoorn bleef “puur voor het geld”. Hij verkaste, naar de New York Mets ditmaal die hem prompt uitleenden aan Norfolk Tides, het hoogste opleidingsteam van de Mets. Eenhoorn vond echter nimmer meer de spelvreugde waarnaar hij op zoek was. “Of ik nou goed speelde of slecht speelde, telkens keerde ik met een 'leeg gevoel' naar huis. Honkbal raakte me niet meer.”

Ruim een maand geleden hakte Eenhoorn de knoop door. Hoewel hij “het niveau daar nog gemakkelijk aan kan” besloot hij zijn profloopbaan voortijdig af te breken. Hij ging in op de aanbieding om trainer-coach te worden van Neptunus, waar hij voorlopig niet speelgerechtigd is.

Wat hem tot dusverre het meest opviel in Nederland? “Het gebrek aan respect. Iedereen gaat z'n eigen gangetje. Vorige week vroeg de speaker of het publiek zo vriendelijk zou willen zijn ergens anders plaats te nemen omdat de tribunes nog in aanbouw zijn. Denk maar niet dat er iemand opstond.”

Ook bij veel spelers signaleert Eenhoorn een gebrek aan discipline. Al te zwaar wenst hij daar vooralsnog niet te tillen. “Ik ben er net, maar mocht ik blijven, dan gaan we daar aan werken.” Toch kost het hem zo nu en dan moeite zijn woede te beteugelen. “Als ik zie dat een jongen drie keer op exact dezelfde manier wordt uitgegooid, dan denk ik: heb je niets geleerd? Denk je wel na over honkbal? Nee dus. Geen visie, weinig beleving.”

Amerika laat Eenhoorn niet los. De homerun-wedloop tussen Mark McGwire en Sammy Sosa volgt hij op de voet. “Absolute topsport”, volgens Eenhoorn, al beseft hij dat de prestaties niet altijd even zuiver zijn. Van McGwire is bekend dat hij zijn indrukwekkende slagkracht deels te danken heeft aan het gebruik van spierversterkende middelen.

Eenhoorn maakte het wijdverbreide dopinggebruik van nabij mee. “Sommige jongens hadden altijd een voorraadje op zak. Het is niet verboden, dus waarom zouden ze het laten?” Ter verklaring wijst Eenhoorn op de immense druk. “Zo'n 160 wedstrijden per jaar gaan niet in je kouwe kleren zitten. Al blijft mentale kracht belangrijker dan fysieke kracht.”

Zelf heeft hij de spierversterkende middelen altijd links laten liggen. “Ik was korte-stop. Teveel spiermassa zou ten koste zijn gegaan van mijn snelheid.” Toch werd hem vaak genoeg iets aangeboden. Hij sloeg het aanbod meer dan eens af. “Een vriend van mij is arts en heeft mij ooit gewezen op de gevaren. Vandaar.”

Eenhoorn beperkte zich tot wat hij “een soort efedrine” noemt. “Een tamelijk onschuldig middel waar je longen verder van gingen openstaan, bedoeld om de zuurstofopname te vergroten. Het werkte, maar meer wedstrijden ging ik er niet door spelen.”