Van Aartsen werft steun zetel V-Raad

NEW YORK, 25 SEPT. Nederland kan in de Verenigde Naties worden beschouwd als “een land waar je wat aan hebt”. Onder dat motto heeft minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) gisteren de Algemene Vergadering van de VN gevraagd op 13 oktober de Nederlandse kandidatuur te steunen voor een zetel in 1999 en 2000 in de Veiligheidsraad. Met Canada en Griekenland dingt Nederland naar twee plaatsen in de “Westelijke groep” van de V-Raad. Voor verkiezing is steun van tweederde van de VN-leden nodig. Canada's verkiezing geldt als vrijwel zeker. In de wandelgangen van de VN - onder meer ook in de Griekse delegatie - heet het dat Nederland thans een flinke voorsprong op Griekenland heeft.

Van Aartsen wees er in zijn campagnespeech op dat Nederland tot de belangrijke leden van de volkerenorganisaties behoort. Dat geldt zowel voor zijn bijdrage aan VN-vredesoperaties (1650 man) als voor zijn donaties aan VN-instellingen. Als voorbeelden daarvan noemde hij dat Den Haag alleen voor Afrika vorig jaar al meer dan 600 miljoen dollar heeft uitgetrokken voor armoedebestrijding. Daarnaast is Nederland de grootste donor van de wereldvoedsel- en landbouworganisatie, de FAO.

In totaal droeg Nederland in 1997 ruim 750 miljoen dollar bij aan VN-dochters, zoals het ontwikkelingsprogramma UNDP, de wereldgezondheidsorganisatie WHO, de arbeidsorganisatie ILO en Unicef. Van Aartsen noemde ook “trots” het budget voor ontwikkelingshulp van 0,8 procent van het brutto binnenlands product (bbp), waarmee Nederland tot de internationale voorhoede behoort. In absolute termen staat Nederland wereldwijd op de zesde plaats, terwijl het ook als investeerder en economische macht veel groter is dan het geografisch lijkt, zei Van Aarsten

De minister benadrukte voorts het open en multiculturele karakter van de Nederlandse samenleving en de traditie die Nederland heeft als verdediger van de mensenrechten en als promotor van het internationale recht. Mocht Nederland in de V-Raad worden gekozen, dan zal het als doelstelling ook het “primaat van het internationale recht” nastreven. Overigens zou Nederland, aldus Van Aartsen, bruggenbouwer tussen de Veiligheidsraad en de VN willen zijn en daarbij zijn idealisme willen laten sturen door realisme.

De minister ontkende na zijn rede dat hij mogelijk een al te mooi beeld van Nederland had geschetst. Hij herhaalde desgevraagd dat hij en minister Herfkens (Ontwikkelingssamenwerking) de komende jaren niet van plan zijn om Nederland kleiner voor te stellen dan het is. “Ik voel niets voor die typisch Nederlandse houding. We betekenen wat en daar mogen we best voor uitkomen. Bovendien hebben we een opdracht in de wereld. Bijna niemand weet hier dat wij de eerste donor van de FAO zijn. Ik heb er geen moeite mee om dat te melden of op de omvang van ons ontwikkelingsbudget te wijzen”, aldus Van Aartsen.