Transplantatie hand omstreden

ROTTERDAM, 25 SEPT. Een Franse, een Australische en een Britse chirurg hebben gisteren in een ziekenhuis in Lyon de onderarm en hand van een hersendode Franse donor aan de armstomp van een Australiër gezet. De chirurgen durfden de ingreep aan omdat er volgens hen tegenwoordig voldoende effectieve en veilige afweeronderdrukkende middelen beschikbaar zijn om iemand een niet-levensreddend transplantaat te geven.

De ontvanger van het donorlichaamsdeel, de Australische zakenman Clint Hallam (48), zal levenslang afweeronderdrukkende middelen moeten slikken, waarmee hij zijn risico op infecties, kanker en orgaanschade verhoogt. Om die reden vinden veel transplantatiechirurgen het onethisch om organen, weefsels of lichaamsdelen te transplanteren die voor het overleven onnodig zijn.

Het is niet voor het eerst dat een donorhand wordt getransplantaard. Een eerste poging om een hand te transplanteren werd in 1964 in Ecuador ondernomen. Dat lichaamsdeel ging spoedig door afstoting verloren. Operatietechnieken om een afgezaagde hand, arm, been of voet bij de oorspronkelijke eigenaar terug te zetten worden al jaren toegepast bij mensen die door een ongeval een extremiteit kwijtraakten. De botten worden gezet waarna de (micro)chirurgen spieren, pezen, bloedvaten en zenuwen aan elkaar zetten.

Hallam raakte zijn onderarm en hand in 1989 bij een ongeluk met een cirkelzaag kwijt. Direct na het ongeluk werd het lichaamsdeel wel weer aangezet, maar Hallam kon zijn hand niet meer bewegen, had er ook geen gevoel meer in en liet de hand toch weer verwijderen.

De operateurs hopen dat Hallam zijn donorhand wel zal kunnen gebruiken. Het duurt echter één tot anderhalf jaar voordat duidelijk is welke operatief aangebrachte zenuwverbindingen ook werkelijk zenuwprikkels gaan geleiden. Chirurgen kunnen wel de omhulsels van zenuwen aan elkaar naaien, maar de zenuwvezels die daarin zitten moeten zelf contact met elkaar leggen.

Onbekend is of de artsen Hallam zenuwgroeifactoren toedienen. Ook is de vraag hoe het voor Hallam nieuwe lichaamsdeel de komende inactieve periode overleeft. De arm en hand komen misschien van een gezonde en getrainde donor, maar spieren die een paar weken niet worden gebruikt nemen snel in omvang en kracht af.

Deze onzekerheden brachtten Neil Jones, van de University of California in Los Angeles tot de reactie dat het volgens hem veel te vroeg was om het stadium van de proefdierexperimenten met donorpoten al te verlaten.