Oppikken kinderen Internet onderzocht

ROTTERDAM, 25 SEPT. Justitie heeft een onderzoek ingesteld naar het met het oog op seksueel contact 'oppikken' van kinderen via Internet.

Dit zegt officier van justitie P. Quak vandaag in deze krant. Bij het Landelijk Bureau Openbaar Ministerie coördineert Quak vijf zogenoemde pilot-onderzoeken naar kinderporno op Internet, waarmee de Divisie Centrale Recherche Informatie (CRI) is belast.

Volgens het Meldpunt Kinderporno op Internet waren er in juni van dit jaar ten minste vier gevallen bekend van Nederlandse kinderen met wie pedofielen via babbelboxen op Internet in contact probeerden te komen. Ouders ontdekten dit toen hun kinderen vervolgens e-mail ontvingen, waarin hun geld werd geboden in ruil voor seks.

In de Verenigde Staten is het fenomeen al langer bekend onder de naam hawking: op Internet surfende volwassenen wachten in babbelboxen tot zich een kind aanmeldt. Ze leggen vervolgens contact en proberen zo het kind buiten Internet te ontmoeten voor seksueel contact. Soms stemmen de kinderen zelf toe in een afspraak, bijvoorbeeld omdat de volwassene zich op Internet als kind voordoet.

Sinds de Zandvoortse kinderporno-zaak deze zomer in de publiciteit kwam heeft het Meldpunt Kinderporno op Internet zoveel meldingen over kinderpornografie ontvangen dat het aan een inventarisatie nog nauwelijks is toegekomen. Recente cijfers over hawking zijn daarom volgens voorzitter C. Karman nog niet te geven.

Een van de andere kinderporno-zaken die de CRI onderzoekt, houdt verband met 'operatie Cathedral' van de Britse politie. Begin september werden na tips uit het Verenigd Koninkrijk in elf landen 200 personen gearresteerd in verband met de verspreiding van kinderporno op Internet. In Nederland zijn daarbij geen aanhoudingen verricht.