Ook Zuid-Afrika intervenieert uit eigenbelang

Zuid-Afrika heeft zich deze week gebrand aan de politieke crisis in het buurstaatje Lesotho. Toen de hel uitbrak in Congo, pleitte Pretoria voor een goed gesprek, maar op de eigen stoep prefereert het kennelijk de dikke stok.

JOHANNESBURG, 25 SEPT. De Zuid-Afrikaanse buitenlandse politiek heeft in korte tijd een ommezwaai gemaakt. Vorige maand was Zuid-Afrika nog een verklaard tegenstander van buitenlandse bemoeienis met Congo, nu heeft het zich zélf in een militair wespennest gestoken met de invasie in Lesotho. Pretoria concipieerde de dinsdag begonnen interventie in het kleine buurland als 'vredesmissie', maar moest al gauw overgaan tot grof geweld.

Toen president Kabila van Congo in augustus zijn medeleden van de Ontwikkelingsgemeenschap van Zuidelijk Afrika (SADC), overeenkomstig een SADC-verdrag, smeekte om militaire hulp om zijn door rebellen belegerde bewind te redden, kreeg hij van Zuid-Afrika een cold shoulder. President Mandela en vice-president Mbeki verkondigden dat meningsverschillen in het 'nieuwe Afrika' moesten worden uitgepraat en niet langer uitgevochten. Zuid-Afrika verklaarde de liefde aan de diplomatie.

Zimbabwe, Angola en Namibië dachten daar heel anders over. Zij sprongen Kabila wèl bij en hielden hem in het zadel. Zuid-Afrika haalde zich de hoon op de hals van de Zimbabweaanse president Mugabe, die zijn zuiderburen indirect betichtte van lafheid en huichelarij. Overigens was voor iedereen duidelijk dat de hulp van Angola en Zimbabwe aan Kabila vooral was ingegeven door eigenbelang; de Angolese regering vreesde dat de rebellenbeweging UNITA van de crisis in Congo zou profiteren, terwijl Zimbabwe zijn investeringen wenste veilig te stellen.

Op de top van de Beweging van niet-gebonden landen, in Durban begin deze maand, gaf Zuid-Afrika zijn Congobeleid plotseling een draai van 180 graden. Ineens heette de steun van de drie SADC-leden aan Congo “gerechtvaardigd” omdat de “legitieme” regering-Kabila werd bedreigd door “buitenlandse mogendheden”, voor de goede verstaander: Rwanda en Oeganda. Mandela was er inmiddels van overtuigd dat de diplomatie had gefaald.

In de tussentijd broeide in Lesotho, een 2 mijoen inwoners tellende enclave in Zuid-Afrika, een ander politiek conflict. De verkiezingen van 23 mei in het kleine koninkrijk verliepen onregelmatig, de oppositie voelde zich ernstig benadeeld. Zuid-Afrika poogde te bemiddelen en liet een onderzoek instellen door een juridische commissie. Maar toen die vorige week tot de slotsom kwam dat de zittende regering recht van bestaan had, brak de hel los.

De Lesothaanse oppositie, gesteund door muitende legereenheden, maakte het de regering onmogelijk het land verder te besturen. Premier Mosisili vroeg om buitenlandse assistentie. Opnieuw was het een “legitieme” regering die hier onder verwijzing naar de SADC-statuten om vroeg. En nu gaf Zuid-Afrika, geconfronteerd met politieke heisa op de eigen stoep, wel thuis. Dinsdag trok het Zuid-Afrikaanse leger met 600 man de grens over om orde op zaken te stellen.

Mandela zei deze week in Washington dat het om een “vredesmissie” ging omdat de Lesothaanse oppositie feitelijk een staatsgreep had gepleegd. “De Zuid-Afrikaanse troepen kwamen niet om te vechten, maar om een einde te maken aan chaos en anarchie. Terwijl ze dat aan de bevolking wilden uitleggen, werden ze beschoten”, aldus Mandela. “Toen moesten ze zichzelf wel beschermen en schoten ze helaas 58 Lesothaanse soldaten dood.”

Minister van Defensie Joe Modise heeft toegegeven dat de situatie in Lesotho verkeerd is ingeschat. “We wisten niet dat er zoveel verzet zou komen”, zei hij. Pas ter plekke bleek dat de opposanten en gedeserteerde militairen 53 trucks met wapens tot hun beschikking hadden. De tegenstand kostte aan ten minste acht en mogelijk tien Zuid-Afrikaanse militairen het leven.

'Vredesmissie' klinkt goed, maar op de keper beschouwd handelde Zuid-Afrika in Lesotho uit eigenbelang, net zoals Angola en Zimbabwe dat vorige maand in Congo deden. Politieke onrust in het land van de Basotho's (welgeteld 99,7 procent van de inwoners) zou kunnen overslaan naar Zuid-Afrika, dat ook een grote Sotho-bevolking heeft. Bovendien is het zakenleven in Lesotho voor een belangrijk deel in handen van Zuid-Afrikanen en voor hen vormt politieke instabiliteit een bedreiging.

Alles wijst erop dat de Zuid-Afrikaanse invasie het omgekeerde heeft bereikt van wat Pretoria beoogde. In de hoofdstad Maseru zijn nagenoeg alle winkels door woedende menigtes geplunderd en platgebrand. Een Zuid-Afrikaanse ondernemer verzuchtte vandaag voor de radio dat de vermeende staatsgreep te verkiezen was geweest boven de militaire invasie. De meeste Zuid-Afrikanen in Lesotho hebben hun hele have en goed verloren.

Uitgerekend in het kleine Lesotho, waar iedereen elkaar kent en geen etnische tegenstellingen bestaan, was een politieke oplossing verre te verkiezen geweest boven grof geweld.

Hier had Zuid-Afrika zich de kampioen van de diplomatie kunnen tonen.