Kosovo ontbeert zelfs een papieren 'oplossing'

Wat is in Kosovo het dringendst? Hulp aan de vele tienduizenden ontheemden die op de vlucht zijn geslagen sinds de Serviërs hun steden, dorpen en boerderijen met de grond gelijk maken. Zij bevinden zich, met het intreden van de winter aanstaande, in barre omstandigheden onder de blote hemel of in onbeschermde noodkampementen, verstoken van iedere vorm van hulp.

Hun toestand herinnert aan de situatie waarin de Koerden waren komen te verkeren toen zij na hun mislukte opstand tegen Saddam Hussein in de nasleep van de Golfoorlog werden opgejaagd tot in het onherbergzame en ontoegankelijke berggebied langs de Turks-Iraakse grens. Het verschil is dat het lot van de Koerden dagelijks op de televisie was te volgen en dat beelden van de Kosovaren slechts sporadisch de huiskamer binnenkomen. Bovendien, er zijn zoveel andere beelden die vandaag de dag om de publieke aandacht vragen.

Er is nog een onderscheid. De Iraakse strijdkrachten hadden in de Golfoorlog een bloedige nederlaag geleden. De Verenigde Staten, gesteund door enkele Europese landen, maakten van de gunstige internationale constellatie van het moment gebruik om Iraaks Koerdistan tot verboden gebied voor Saddams troepen te verklaren. Een grootscheeps terugkeer- en hulpprogramma kwam vervolgens op gang. Maar in Kosovo regeren de Servische commando's en de internationale constellatie is een andere. Rusland heeft nu wel een iets steviger aangezette VN-resolutie gesteund, maar dat betekent nog niet dat het Kremlin akkoord gaat met daadwerkelijk NAVO-ingrijpen in Kosovo.

Het Westen lijkt het geschikte moment voor een interventie voorbij te hebben laten gaan. Dat was in de voorzomer toen Kosovaarse rebellen het ene succes na het andere boekten en een groot deel van het gebied, inclusief een enkele stad, in handen hadden. Maar zelfs met veronachtzaming van Russische tegenstand had het Westen het niet met zichzelf eens kunnen worden over een interventie. Het wenste niet verder te gaan dan de eis van autonomie voor Kosovo binnen Joegoslavië terwijl president Miloševic niet dacht aan zelfs maar autonomie binnen Servië en de Kosovaarse opstandelingen meenden dat onbeperkte onafhankelijkheid binnen bereik was. Ingrijpen van de NAVO zou de rebellen slechts hebben gesterkt in hun ook voor het Westen te ver reikende verlangens. En daar was men niet aan toe, bevreesd als men is voor de internationale anarchie die een steeds verder gaande versplintering van staten met zich meebrengt.

Waar de jongste resolutie van de Veiligheidsraad vaag blijft over mogelijke dwangmaatregelen, is zij betrekkelijk precies over de politieke en humanitaire stappen die noodzakelijk worden geacht. Het Kosovaarse debacle heeft zich voltrokken terwijl Europa met vakantie was. Gematigde Kosovaarse leiders die altijd al bereid waren tot een compromis, maar die door de opmars van de rebellen terzijde waren geschoven, moeten nu opnieuw worden gemobiliseerd om een politieke uitweg te helpen verkennen. Dat de Serviërs nu meer dan voorheen tot toegeven bereid zouden zijn, lijkt onwaarschijnlijk. Het dreigement van een gewapende interventie die in de resolutie ligt besloten is dan ook vooral bedoeld om het bewind in Belgrado tot medewerking te bewegen. Ten slotte weet het van zijn ervaringen in Bosnië wat de vuurkracht van de NAVO betekent.

Intussen: de nood is hoog, de tijd dringt. Voor de ontheemden is het een kwestie van dagen. Zij kunnen niet wachten op de uitslag van moeizame en tijd vergende onderhandelingen. Vandaar dat de resolutie de Servische autoriteiten oproept de terugkeer van vluchtelingen naar hun haardsteden te bevorderen en internationale organisaties als het Rode Kruis de hulpverlening ter hand te laten nemen. Maar hier zit de moeilijkheid. De Koerden konden destijds terugkeren naar internationaal beschermd gebied. Van de Kosovaren wordt gevraagd zich onder de hoede te stellen van hun belagers. De ervaring van Bosnië leert dat de aanwezigheid van internationale instellingen en waarnemers geen garantie biedt aan volksgroepen waarop de Serviërs het hebben gemunt. En de ervaring in Kosovo zelf waar de Serviërs hun praktijken uit Bosnië herhalen, vergroot de toch al gerechtvaardigde angst.

Een alternatief zou zijn om, onder internationale bescherming, in het Kosovaars-Albanese grensgebied vluchtelingenkampen in te richten. Dat alternatief is al eens overwogen, maar er zijn bezwaren aan verbonden. Er zou een nieuwe (semi-)permanente categorie vluchtelingen ontstaan met alle consequenties van dien, er zouden grondtroepen moeten worden ingezet om voor hun veiligheid te zorgen, de ontoegankelijkheid van het gebied zou de hulpverlening ernstig bemoeilijken. Bovendien zouden dergelijke kampen zich gemakkelijk ontwikkelen tot uitvalsbases van Kosovaarse rebellen. De lessen van Srebrenica en andere 'veilige havens' in Bosnië en van de vluchtelingenkampen in het Midden-Afrikaanse gebied van de Grote Meren zijn niet geleerd om ze weer zo snel mogelijk te vergeten.

De dilemma's waarvoor een verdeelde internationale gemeenschap zich ziet geplaatst zijn onoverzienbaar. Het humanitaire probleem, het meest acuut, is slechts oplosbaar met hulp van degenen die het in eerste instantie hebben veroorzaakt. De ontvolking van Kosovo is niet zo maar een gevolg van de gewapende strijd, zij lijkt bovenal hoofddoel van de Servische politiek te zijn. De Serviërs beschouwen Kosovo als hun historisch stamland waar zich in de voorbije eeuwen huns ondanks een vreemde volksplanting heeft voltrokken. Bovendien, er zijn voldoende Servische ontheemden uit Bosnië en Kroatië voorhanden om een Servische 'terugkeer' naar Kosovo mogelijk te maken. Onder die omstandigheden is loyale Servische aanvaarding van terugkeer van Kosovaren naar hun dorpen en steden vrijwel ondenkbaar.

De gedwongen volksverhuizing in voormalig Joegoslavië is al met al nog niet aan haar einde gekomen. In Bosnië en Kroatië is zij als gevolg van jarenlang toegelaten etnische zuiveringen min of meer voltooid. Kroatië is nu etnisch gesproken nagenoeg homogeen. In Bosnië bevinden de etnische tegenstellingen zich onder internationale auspiciën sur place. De jongste verkiezingen daar tonen aan dat de scheidslijnen zijn geconsolideerd. Van een Bosnische staat is slechts op papier sprake. Voor Kosovo is zelfs een papieren 'oplossing' geen realiteit. Als er al bombardementen aan te pas komen zullen zij nauwelijks aan een duurzame oplossing bijdragen. En toch moeten de ontheemde Kosovaren worden bijgestaan.