Kleingeld

“Mevrouw de Minister, beste Els”. Zo begon toenmalig fractievoorzitter F. Bolkenstein drie jaar geleden een briefje aan minister E. Borst van Volksgezondheid om de rappe invoering van een nieuw geneesmiddel te bepleiten. En vervolgens:“Ik schrijf u in mijn hoedanigheid van commissaris van Merck Sharp & Dohme te Haarlem.”

Bolkensteins lobby voor de medicijnenfabrikant MSD zorgde voor de nodige politieke commotie. Was hier sprake van ongeoorloofde belangenverstrengeling? Nevenfuncties liggen sinds jaar en dag gevoelig in Den Haag, mede doordat de openbaarheid en publicatieplicht op dit terrein vrij mager is.

Bolkenstein loste het belangenconflict in de MSD-zaak zelf op door in de beste Britse tradities de brief te beginnen met het feit dat hij hier een belang als commissaris van een bedrijf vertegenwoordigde. Zo gaat dat in het Britse parlement waar nevenfuncties toegestaan zijn, mits de geachte afgevaardige daarvan melding maakt aan het begin van zijn speech.

Maar hoe moet een parlementariër zich gedragen als hij of zij niet het spreekgestoelte bestijgt, maar de opiniepagina van een krant? CDA-europarlementariër K. Peijs gispte afgelopen week op die plaats een commentaar in deze krant over de snelheid van de invoering van de euro en de gevolgen voor de detailhandel. Zij pleit voor een snelle omwisseling, die de kosten voor de detailhandel beperkt. Onvermeld liet zij het feit dat zij commissaris is bij een van de grootste Nederlandse detailhandelsconcerns, Vendex International.