Hay-on-Wye, het eldorado van het tweedehands boek; Oude boeken sterven niet

Keltische muziek, science fiction, het houden van bijen, reizen, John F. Kennedy - er is geen onderwerp of een van de boekhandelaren in het dorpje Hay-on-Wye, op de grens van Wales, heeft er wel 'alles' over. Maar om te vinden wat men zoekt is brandende begeerte een voorwaarde.

Book of Hay, Kate Clarke, Hay Book 1991, ISDN 0-9517699-0-1.

Ruim vijftien jaar geleden legde ik samen met een vriendin Offa's Dyke Path af, een roemruchte Britse lange afstandswandeling door het grensgebied tussen Wales en Engeland. De malende motoriek van het onophoudelijk de ene voet voor de andere zetten bracht mij zinloze, zich urenlang herhalende dwanggedachten, zoals 'Piet Hein, Piet Hein, Piet Hein zijn naam is klein'. Ook liep ik hele trajecten op het ritme van 'Publish and be damned! Publish and be damned'. Publish and be Damned! was de titel van een antiquarisch boek waarnaar ik in die periode koortsachtig op zoek was. Het behandelde de geschiedenis van de Britse krant The Daily Mirror. Zelfs in Londen had ik het tot mijn verdriet niet kunnen vinden.

Een van de onbarmhartigste etappes van Offa's Dyke voerde dwars door de Black Mountains. Het weer was te grimmig om af en toe te kunnen pauzeren, en toen wij 's avonds eindelijk onze beoogde halteplaats bereikten, een klein dorpje aan de voet van het dodelijk gebergte, waren we versleten. Te glazig om zelfs nog maar om ons heen te kijken dronken we een kopje thee en gingen naar bed. Pas de volgende ochtend drong tot ons door dat we ons in Hay-on-Wye bevonden. In Hay-on-Wye, met zijn bijna dertig tweedehandsboekwinkels, het Mekka van bibliofielen aller landen.

Bij deze ontdekking sjorde ik mijn pijnlijke spieren in het gelid. Ik liep door de uit boekhandels bestaande straten, ging een willekeurige winkel in, strekte mijn hand uit en pakte pardoes een eerste druk van Publish and be Damned! van Hugh Cudlipp van de plank.

Alle jaren nadien heb ik mij afgevraagd of deze overrompelende truc met een ander boek ooit te herhalen zou zijn. Maar hoe graag ik veel onvindbare boeken ook wilde hebben, er was er nooit één naar welks bezit ik zo desperaat smachtte als destijds. Ik voelde aan mijn water dat een tweede bezoek aan Hay zinloos zou zijn zonder brandende begeerte, die als ectoplasma uit mijn vingertoppen zou druipen. Ook voor een wonder moet je zelf de juiste randvoorwaarden creëren. Pas onlangs wist de duivel van de hebzucht me weer te vinden. Allemensen, wat een maniakaal verlangen maakte zich op een kwade dag van mij meester. Terug dus, naar Hay.

Hengelsport

Het fenomenale van Hay-on-Wye zit hem niet zozeer in het feit dat er naar schatting een miljoen antiquarische en tweedehands boeken te koop zijn, maar met name in de specialisaties. Er is geen onderwerp te verzinnen of een van de boekhandelaren heeft er wel 'alles' over. Keltische muziek, science fiction, het houden van bijen, reizen, detectives, hengelsport, John F. Kennedy, anarchisme, theater, alternatieve geneeskunde, culinaria, ornithologie, geschiedenis, reizen, tuinieren, Indianen, ballet, esoterica, Darwin, transport, goochelen, astrologie, het leger, fotografie, linguïstiek, cinema, of de kruissteek vanaf de Middeleeuwen: overal is een speciaal adresje voor. Eén winkel heeft zich zelfs toegelegd op publicaties van en over dominee Kilvert, de Victoriaanse dagboekschrijver die zoveel kleine meisjes in zijn dagelijkse notities opnam.

Een dergelijke profilering is misschien uit concurrentieoverwegingen noodzaak met zo'n dichtheid aan winkels. Maar bovenal is het idee van specialisatie afkomstig van Richard Booth, de man die Hay vijfendertig jaar geleden transformeerde van een marktplaatsje dat op sterven na dood was, tot het eldorado van het tweedehands boek.

Richard Boot was 'a bit of a rogue' zoals ze ter plaatse liefkozend zeggen. Als zoon van een kolonel doorliep hij de bekende miserabele upper-class jeugd, vol hardvochtige docenten en schoolmaaltijden van ingeblikte, gekookte ham. Op zijn 23ste, na een geschiedenisstudie in Oxford, was hij dientengevolge 'distinctly anarchistic', zoals Kate Clarke het stelt in haar Book of Hay, een profielschets van het stadje en zijn bekendste inwoner.

Na mislukte pogingen om zich te vestigen als accountant en als antiekhandelaar, kocht Booth in 1962 voor zeshonderd pond de oude brandweerpost van Hay en begon die vol boeken te sjouwen. 'Old books never die', was zijn simpele adagium. Hoe sjofel en onaantrekkelijk ook, er moest voor elk boek, altijd, ergens een koper bestaan. Hij reisde als een wilde door het hele land en kocht alles wat hij tegenkwam. Van meet af aan legde hij zich toe op complete collecties, om bibliotheken en universiteiten in de gelegenheid te stellen grote aantallen titels over één onderwerp aan te schaffen.

Hay bevond zich op dat moment in een economisch dieptepunt. Zoals veel kleine dorpen had het in de naoorlogse jaren te maken met leegloop en de helft van de winkels in de hoofdstraat was dichtgetimmerd. Onroerend goed ging tegen spotprijzen van de hand, een omstandigheid waarvan Booth gretig gebruik maakte. Binnen vijf jaar had hij een omzet van honderdduizend pond, en een Rolls Royce op de oprijlaan van het eeuwenoude kasteel van Hay, een van zijn meest flamboyante aankopen. In 1969, toen hij al een fikse hoeveelheid gespecialiseerde boekwinkels bezat, nam hij bovendien de Plaza bioscoop over, die door de opkomst van de televisie geen klanten meer trok, en vestigde daarin de grootste algemene tweedehands boekenmarkt ter wereld.

De media kregen steeds meer belangstelling voor Hay's metamorfose. In het kielzog van de boekhandels, die alras van heinde en verre bezoekers trokken, vestigden zich er eerst ambachtelijke boekbinders en restaurateurs, maar snel ook andere handwerkslieden zoals pottenbakkers, glasblazers en zadelmakers. Daardoor kreeg Hay, dat enkele decennia eerder bijna was genekt door de opheffing van de plaatselijke spoorlijn, een uitstraling die het lang vóór de komst van diezelfde spoorlijn in de negentiende eeuw moest hebben gehad: een ouderwets, vriendelijk oord voor nijvere ambachtslui, zetelend achter sfeervolle geveltjes die met manden lobelia's en geraniums waren behangen, en met op elke straathoek een etalage vol antieke hobbelpaarden en serviezen om het af te maken.

Booth zag het allemaal met welgevallen aan. In 1977 riep hij het dorp in een geïnspireerde toespraak uit tot koninkrijk, en zichzelf tot Koning Richard, Coeur de Livres. Tijdens de onafhankelijkheidsverklaring cirkelde de Hay Air Force door de lucht, bestaande uit de tweezits Beagle van Boots vriendin April Ashley, inderhaast tot Duchess of Offa's Dyke geslagen. Om de gebeurtenis te bezegelen benoemde de nieuwe koning zijn paard Caligula tot premier. De publiciteit was overweldigend, temeer daar Booth een niet onzinnig verhaal had. Hij ging graag tekeer tegen het wanbeleid van de plaatselijke en landelijke overheden dat zo vaak de dood had betekend voor kleine dorpen zoals Hay.

Brand

Maar luttele maanden later sloeg het noodlot toe. Een deel van het kasteel brandde af onder mysterieuze omstandigheden, samen met een reusachtige verzameling kostbare antiquarische boeken. De restauratie, waarmee jaren waren gemoeid (per schoorsteen moesten er zevenduizend handgemaakte bakstenen worden gemetseld), kostte driehonderdduizend pond. Een faillissement dreigde, en Booth zag zich genoodzaakt een aantal van zijn zaken te verkopen, waaronder zijn fameuze Hay Cinema Bookshop.

Tegenwoordig rest er van zijn imperium niet meer dan het antiquariaat in het kasteel, plus de grote boekenhal The Limited in Lion Street. Zijn vriendin April Ashley hield het tijdig voor gezien en verliet Hay al jaren geleden, met achterlating van haar autistische whippet Florabella. Booth is sedertdien een braaf getrouwd man, en droomt er naar zeggen van om samen met zijn vrouw Hope in Frankrijk of Amerika zijn succes te herhalen, maar daarvan heeft zich nog weinig gematerialiseerd.

Hay bloeit inmiddels dankzij een gestage toestroom van collega-boekhandelaren. Sinds enige jaren wordt er elke zomer een groots en drukbezocht literatuurfestival gehouden. Maar eigenlijk heerst er altijd wel een drukte van belang, omdat de meeste winkels 363 dagen per jaar geopend zijn. Door de nauwe straatjes sjouwen bezoekers af en aan, beladen met boekentassen. Die bevatten niet alleen aankopen. Er worden ook heel wat kubieke meters titels van huis mee naar Hay gesleept in de hoop dat ze goud waard blijken te zijn. In het kasteel zit een inkoper klaar om de buit te beoordelen. Een bedremmeld middelbaar echtpaar geeft omstandig uitleg over het sterfbed van een oude tante terwijl de man band en bindwerk inspecteert. “Vijf pond voor het hele zooitje”, zegt hij tenslotte onaangedaan.

“Het blijft de droom van iedere handelaar om een keer een echt waardevol exemplaar tegen te komen”, zegt Peter Harries van Boz Books, gevestigd in de oude brandweerpost waar ooit voor Booth de victorie begon. “En zulke dingen gebeuren gelukkig nog steeds. Nog niet zo lang geleden was er hier een vrouw die op een liefdadigheidsverkoping voor vijftig pence een eerste druk van Darwins Origin of Species had gekocht. Ze heeft het in Hay voor tachtigduizend pond van de hand gedaan.” Wie weinig te besteden heeft kan beter terecht bij de honesty bookshops, stalletjes op straat zonder personeel, voorzien van een oud conservenblikje waarin je naar eer en geweten de prijs van je aankoop deponeert. In de winkels ben je duurder uit, maar daar wordt doorgaans dan ook niet zomaar rondgeneusd. Geleund tegen een schap staat een meisje in een spijkerbroek geconcentreerd te lezen in The Dictionary of Dreams. Een oudere man met een kaal hoofd, al een hele stapel boeken onder de arm, bladert in Reading Realism in Stendhal. Een vader met een slapend kind in een buggy koopt The life and teachings of Jesus Christ. Een vrouw aarzelt, zichtbaar watertandend, met een in leer gebonden eerste druk van Robinson Crusoe in haar hand. Twee Duitse meisjes klagen op fluisterende toon bitter als ze een exemplaar van Heidi voor £7.50 aantreffen: gisteren hebben ze er elders £13 voor betaald.

Rijk geschakeerd

Nergens sneller dan in een boekwinkel kom je er achter wat een rijk geschakeerde interesse je in feite toch hebt. Man against disease zou wel eens de aankoop van je leven kunnen zijn, alsmede The top 10 of everything en niet te vergeten The cat in magic. Het is zaak het hoofd koel te houden en tegen jezelf te zeggen: “Ik ben een vrouw met één missie.”

Ik zal een jaar of twaalf geweest zijn toen ik de zes delen van Pitty op kostschool van Enid Blyton las. Waarom wil ik die boeken op mijn 44ste zo dringend herlezen? Omdat ze mij terug zullen voeren naar de tijd waarin het vuil van het bestaan nog geen vat op mij had. Ik stel me voor dat ik er lekker mee in bed zal kruipen, met de radio zachtjes aan, en een gezellig briesje door het raam erbij, dat de gordijnen licht doet opbollen.

Na in vier in jeugdboeken gespecialiseerde winkels willekeurig mijn hand te hebben uitgestrekt in het volste vertrouwen dat Blyton daar vanzelf in zal vallen, moet ik besluiten de zaak analytischer aan te pakken, en begin ik te speuren onder de B. Nergens Pitty! Ontredderd begin ik aan een nieuwe ronde, waarbij ik ditmaal het personeel raadpleeg. Geen mens heeft ooit van mijn Pitty gehoord. Ik pers mijn geheugen uit: ik vergis me heus niet, ik herinner me Mam'zelle Dupont en Mam'zelle Rougier, de beide Franse leraressen op Pitty's school, die Malory Towers heette, en de eindeloze wedstrijden lacrosse die de meisjes daar speelden. Nooit gesnapt hoe lacrosse in zijn werk ging, trouwens.

O, is het gewoon de Malory Towers-serie die ik zoek? Dat had ik dan meteen moeten zeggen. Hup, hier deel twee: Second form at Malory Towers. Ademloos sla ik het in geel linnen gebonden exemplaar open en moet uit de eerste zin opmaken dat er in de originele versie in het geheel geen sprake is van een Pitty. Mijn heldin werd door Enid Blyton 'Darrell' gedoopt, een naam die de Nederlandse vertaler niet aansprekend genoeg gevonden zal hebben.

Geen wonder dat ik mijn magisch fluïdum niet tot de juiste hoogte kreeg opgekrikt om opnieuw een wonderbaarlijke vondst te bewerkstelligen: ik zond de verkeerde naam uit. Het lag niet aan Hay, het lag aan mij. Volgende keer beter.