Gergjev geeft vuurvogel magie

Concert: Koor en Orkest van de Kirov Opera o.l.v. Valery Gergjev, m.m.v. Olga Trifonova, Alexander Morozov, Gennady Bezzubenkov, Girgory Karassev, Evgeny Akimov, Lia Shevtsova, Olga Markova-Mikhailenko, Viktor Vikhrov, Yuri Laptev. Programma: Stravinsky: De nachtegaal; De vuurvogel. Gehoord 24/9 Concertgebouw Amsterdam.

Voor het Koor en Orkest van de Kirov Opera zijn buitenlandse tournees geen luxe uitstapjes, maar noodzakelijkheden om extra inkomsten te vergaren. Vandaar dat directeur Valery Gergjev zich op de vrije avond van zijn Gergjev Festival in de Rotterdamse Doelen naar Amsterdam spoedde, om zijn vermaarde gezelschap uit Petersburg te dirigeren op het eerste concert van 'Opera in concert', een nieuwe serie van het Amsterdamse Concertgebouw. Zaterdag opent het Kirov-Koor met de Vespers en Russische volksmelodieën van Rachmaninov in het Concertgebouw de nieuwe Koorserie.

Gergjev en gedrevenheid zijn zo ongeveer synoniem, maar toch kent ook deze geniale workaholic onder de dirigenten, die zijn tomeloze energie verdeelt over St. Petersburg, Rotterdam en de New-Yorkse Metropolitan Opera, zijn minder geïnspireerde momenten. Terwijl in Rotterdam alles om de muzikale belichting van de 'tragische liefde' draait, beleed Gergjev in Amsterdam zijn passie voor Strawinsky. Veelbelovend en suggestief klonk de orkestrale opening van diens De nachtegaal, een mini-opera in drie bedrijven waarvoor Andersens gelijknamige sprookje model stond. Maar nadat de solisten hun intrede hadden gedaan, daalde het niveau van geïnspireerd, kleurrijk en betoverend af naar zuiver ambachtelijk en soms zelfs een beetje routineus.

Evenals het Koor van de Kirov Opera leverden de solisten voortreffelijke prestaties, maar alleen de nachtegaal, subliem gezongen door sopraan Olga Trifonova, wist de sprookjessfeer in de kern te raken. Zoals de dauwdruppels op de rozen rondom het paleis van de Chinese keizer oplichtten in de ochtendzon, zo schitterde haar kristallijne, volmaakt zuivere stemgeluid.

'Het is niet voldoende om muziek te horen, je moet haar ook voor je kunnen zien', verklaarde Strawinsky in 1942. Vanaf de eerste maten van De vuurvogel, door Gergjev ingezet met van ingehouden emotie trillende en sidderende vingers en verderop voortgezet met demonisch klapwiekende armgebaren, voltrok dit wonder zich aan de toehoorders. Gergjev slaagde er volledig in de door Katschei's tovertuin fladderende vuurvogel tot leven te wekken. Feilloos reageerde het Orkest van de Kirov Opera op zijn impulsen. In dat op plastische wijze aanschouwelijk maken van de muziek, waarbij een hartstochtelijk beroep wordt gedaan op alle zintuigen, schuilt Gergjevs magische kracht.