Geen toestemming voor islamitische middelbare school

DEN HAAG 25 SEPT. De eerste islamitische middelbare school in Nederland laat voorlopig nog op zich wachten. Staatssecretaris Adelmund (Onderwijs) heeft de Rotterdamse aanvraag afgewezen omdat niet aan de wettelijke regels die gelden voor het stichten van een school wordt voldaan. De coalitiepartijen steunden Adelmund gisteren in haar besluit.

Een middelbare school mag alleen worden opgericht als er voldoende basisschoolleerlingen zijn. De 1.200 potentiële leerlingen die nodig zijn voor de oprichting van een brede islamitische scholengemeenschap in Rotterdam zijn er niet op de twee reeds bestaande islamitische basisscholen in de stad. Bovendien is de aanvraag te laat ingediend en is er geen huisvesting geregeld. De islamitische stichting die de aanvraag indiende, heeft wel een enquête gehouden naar de belangstelling van ouders voor de school. Daaruit bleek dat er voldoende interesse bestaat.

Adelmund vond dat geen reden om de aanvraag toch goed te keuren. “We moeten de regels strikt toepassen. Iedere school heeft recht op duidelijkheid.” De drie coalitiepartijen waren dat met haar eens, maar het CDA en GroenLinks verzetten zich tegen dat argument. Volgens W. van de Camp (CDA) zijn er al eerder uitzonderingen gemaakt op grond van de resultaten van een peiling onder ouders, de zogenoemde directe meting. Dat zou nu ook moeten gebeuren voor de islamitische middelbare school in Rotterdam, evenals voor de aanvraag van een evangelische school in Utrecht die ook formeel niet aan de stichtingscriteria voldoet.

C. Cornielje (VVD) wees het CDA erop dat het bij de uitzonderingsgevallen om openbare scholen ging. Het is bij de wet geregeld dat er overal openbare scholen moeten zijn. Het VVD-Kamerlid is persoonlijk tegen de oprichting van een islamitische school omdat dat de integratie van moslims zou bemoeilijken. Als de school echter aan de wettelijke criteria voor de oprichting voldoet, zal de VVD moslims “geen strobreed in de weg leggen”.

Adelmund is wel bereid om te kijken of ze de regelgeving kan aanpassen, zodat de resultaten van de directe meting voortaan mogen mee tellen bij een aanvraag. Op die manier kan het aanbod van scholen beter worden afgestemd op de wensen van ouders. De coalitiepartijen steunden haar daarin. Wel wees Adelmund op mogelijke nadelige neveneffecten van nieuwe regels. Zo zou de stichting van nieuwe scholen kunnen leiden tot leegloop van bestaande scholen.

De partijen toonden zich sceptisch over de haalbaarheid van een eventuele snelle wetswijziging. Volgens Van de Camp is dat op de korte termijn geen oplossing voor de islamitische en de evangelische school.