'Geef OM meer gezag over de CRI'

Hij kwam voor fraude, maar werd bij het openbaar ministerie ook al snel belast met de opsporing van kinderporno op Internet. Nu adviseert officier P. Quak, die pas deze zomer echt aan de slag ging, de zwaar bekritiseerde CRI. “Het OM mag wel wat meer bevoegdheden krijgen.”

ROTTERDAM, 25 SEPT. Nee, de kinderporno-officier wil hij niet worden genoemd. Perry Quak, tot voor kort officier van justitie in Almelo, werd deze zomer dan ook voor fraudezaken aangesteld bij het Landelijk Bureau Openbaar Ministerie. Maar in augustus kreeg hij er kinderporno bij.

Of Quak vijf zogenoemde pilotonderzoeken van de divisie Centrale Recherche Informatie (CRI) naar kinderporno op Internet wilde begeleiden, was de vraag.

Quak: “Ik heb meteen gevraagd of die CRI-zaken al langer liepen. Ik wilde niet een soort excuus-officier voor haastwerk worden.”

Want Quak kreeg het verzoek in augustus, kort nadat de publiciteit rond de Zandvoortse-kinderpornozaak was losgebarsten. Justitie kreeg toen veel kritiek, omdat het de opsporing op Internet leek te verwaarlozen. En bij de CRI, die wordt geacht de opsporing in Nederland te coördineren, leek niets te gebeuren met de meldingen van kinderporno die er al jaren binnenkwamen. Maar hij kreeg de verzekering dat de CRI al medio 1997 met de vijf pilotzaken was begonnen, zegt hij nu.

In juni van dit jaar was het OM niets over pilot-zaken bekend. En minister Korthals van Justitie wekte begin augustus in een brief aan de Kamer evenmin de indruk dat die CRI-onderzoeken al langer liepen.

Quak fronst en vraagt de voorlichter van het OM die bij het gesprek aanwezig is “het meteen even uit te zoeken”. Deze komt al snel terug: “Afgelopen zomer begonnen.” Quak: “Juist. Zo hoor je nog eens wat. Dat wist ik niet.”

Dit klinkt toch enigszins alsof u niet compleet bent ingelicht. Alsof er met alle ophef snel iemand nodig was, en dat werd u.

“Ja, zo klinkt het, hè. Maar ik kan me dat niet voorstellen. Het is misschien ook moeilijk te zeggen wanneer de pilot-zaken precies begonnen zijn, omdat het formeel nog geen zaken zijn. Alle vijf zijn ze nog in de opsporingsfase.”

Quak heeft ervaring met kinderpornozaken en werd bekend als doorbijter. Zo boekte hij begin dit jaar in Almelo een opmerkelijke overwinning in de zaak over de 'Björn-tapes', videobanden waarop een gedrogeerd jongetje wordt misbruikt. Na vrijspraak in hoger beroep van de stiefbroer van Björn begon Quak een nieuwe zaak voor de rechtbank. Door middel van een summiere wijziging in de tenlastelegging wist hij de stiefbroer alsnog veroordeeld te krijgen tot twee jaar cel en tbs. Dat was uitzonderlijk, omdat een verdachte in Nederland niet tweemaal voor hetzelfde mag worden vervolgd.

Nu adviseert Quak de CRI bij het 'voorkoken' van de proefzaken. Pas als ze rijp zijn voor de rechtbank worden ze daar bij een arrondissementsparket ondergebracht. Quak: “Ik ben aangesteld om goed bij te houden wat kan en wat de problemen zijn bij de opsporing op Internet, zodat we ervan leren en die informatie straks kunnen doorgeven.”

Maar de CRI geeft nauwelijks bruikbare informatie door, concludeert de Rekenkamer nu in een onderzoeksrapport.

“Ik herken die kritiek niet in mijn dagelijkse praktijk. Ik weet wel dat de CRI lang met een gebrek aan capaciteit kampte. Pas sinds kort zijn er vier mensen fulltime beschikbaar voor kinderporno op Internet.

“Het OM mag ook wel eens wat meer bevoegdheden krijgen om het gezag dat ze behoort uit te oefenen, ook waar te maken. Waarom hebben wij niet méér te zeggen over de capaciteit van de CRI? Het OM zou vaker een doorslaggevende inbreng moeten hebben in de verdeling van de centen. En het OM zou ook moeten kunnen beslissen dat de CRI meer mensen voor kinderporno nodig heeft.”

Volgens het rapport van de Rekenkamer bereikt informatie van de CRI de verschillende politiekorpsen niet. En omgekeerd. De Rekenkamer suggereert ook de recherche-afdeling van de CRI op termijn maar af te schaffen, omdat deze nauwelijks opvalt door deskundigheid.

Maar juist de opsporing op Internet kan beter landelijk worden geleid en niet aan de afzonderlijke opsporingsdiensten worden overgelaten, vindt Quak. “Zo kan expertise sneller worden opgebouwd.” Bovendien is het vaak de vraag in welke regio een Internetzaak kan worden aangepakt: daar waar de provider is gevestigd die de kinderporno doorgaf? Waar de persoon woont die de plaatjes van Internet heeft gehaald? Of in de woonplaats van een persoon die ze op Internet heeft gezet?

Het achterhalen van adressen noemt Quak “het belangrijkste probleem”. Hij vindt het “onbegrijpelijk” dat Internetproviders dankzij de privacy-wetgeving de adressen van Internetgebruikers niet verplicht hoeven door te geven. “Terwijl hele bestanden met duizenden adressen verkocht mogen worden ten behoeve van direct mailing, dan geldt de privacy-wet opeens niet!” Wat hem betreft “kunnen ze rekenen op huiszoeking”.

Begin september was hij in Dublin, op de jaarlijkse besloten conferentie van de International Association of Prosecutors (IAP). Het onderwerp was kindermisbruik en ook daar werd geconcludeerd dat ieder land een 'contact-officier' voor kindermisbruik zou moeten hebben. Daarnaast werd opnieuw gepleit voor meer eenduidigheid in de internationale wetgeving over kindermisbruik en een betere samenwerking.

Juist tijdens deze conferentie maakte de Britse politie operatie 'Cathedral' bekend: in elf landen waren in de nacht van 1 op 2 september 200 verdachten gearresteerd en ruim 100.000 kinderpornografische afbeeldingen in beslag genomen. Het oprollen van een netwerk leek opeens een stuk eenvoudiger dan justitie in Nederland tot dusver had gesteld. De CRI was pas kort voor de arrestaties op de hoogte, zegt Quak nu. “Nu werken we samen met de Britse politie aan Cathedral, het is één van de pilotprojecten”.

Waarom werd u niet eerder ingelicht?

“U moet zich van die samenwerkig niet te veel voorstellen. De Britse politie kwam iets op het spoor dat zich over elf landen uitstrekte. Om de zaak snel aan het rollen te brengen, hebben ze informatie 'uitbesteed' aan justitie en politie in die verschillenden landen. Of achter Cathedral één grote organisatie schuil gaat moet nog blijken. Het zijn vooralsnog allerlei zaken in allerlei landen waar de Britse politie op is gestuit. In Nederland zijn in het kader van Cathedral ook geen arrestaties verricht, omdat de informatie die wij kregen nog te summier was. Die moet hier nog worden uitgewerkt.”

Over de andere vier proefprojecten van de CRI wil Quak niet meer zeggen dan dat “het om individuele zaken gaat waarvan nog niet vaststaat of er een netwerk achter zit”. De rechercheurs observeren nog, zegt Quak. “Ik kan er alleen nog aan toevoegen dat er ook onderzoek wordt gedaan naar het oppikken van kinderen via Internet”. Deze zogenoemde hawkers maken via babbelboxen op Internet afspraakjes met kinderen en staan ze dan bijvoorbeeld later bij school op te wachten.

Om een 'hawker' te betrappen moet iemand zich op Internet voor een kind uitgeven. En ook de ruwste afbeeldingen met kinderporno worden via Internet verspreid op plaatsen waar alleen een infiltrant iets uit kan richten.

Quak: “Bij mijn weten gebeurt het nog niet. Het is overigens wel mogelijk in afzonderlijke gevallen toestemming voor infiltratie te krijgen.

“Ik ben wel een voorstander van meer 'blauw' op Internet. Maar hoe dat moet, weet ik ook nog niet precies.” De politie zou om te beginnen meer op Internet kunnen surfen, vindt hij. “En het is denkbaar dat agenten dan een waarschuwing achterlaten als ze kinderporno aantreffen. In de trant van: verwijder deze afbeeldingen, of u wordt vervolgd.”