Formule I ook een spel van illusionisten

Als Mika Hakkinen zondag op de Nürburgring de een na laatste race van het seizoen wint en Michael Schumacher geen punten behaalt, is de Fin wereldkampioen Formule I.

NÜRNBURG, 25 SEPT. Formule I is synoniem aan geheimzinnigheid. Tussen de vrachtwagens van Ferrari in het rennerskwartier op de Nürburgring wordt met een hydraulisch kraantje een motorblok uit een kist gehaald. Zo'n solide kist waarvan illusionisten zich bedienen om mensen te laten verdwijnen. Zodra de motor het daglicht ziet, draperen mecaniciens van de Italiaanse renstal er direct een rode hoes over.

Een zwarte afbeelding van het steigerende paard siert het omhulsel van het hart van de F300. Met bouten wordt de tiencylinder op een karretje vastgezet en naar pitbox nummer 12 gereden. Aan het eind van de middag, als teamgenoten David Coulthard en Mika Hakkinen bij de coach van McLaren-Mercedes uitvoerig de pers te woord hebben gestaan, reageert Mercedes' motorsportchef Norbert Haug afgemeten op een vraag over de motor waarmee zijn twee coureurs op de Nürburgring zullen rondrijden.

De Duitse sensatiekrant Bild schreef gisteren dat de twee Silberpfeile voor de een na laatste Grand Prix zijn uitgerust met een 'monster-motor' die de magische grens van 800 pk is gepasseerd en meer dan 18.000 toeren per minuut maakt, tegenover de 780 pk sterke motor die de krachtbron vormt van de Ferrari's van Schumacher en Eddie Irvine, bij maximaal 17.600 toeren per minuut. Dat betekent dat de McLaren-Mercedessen in elke van de zes versnellingen langer kunnen optrekken, dus sneller zijn.

Bovendien zou de Mercedes FO 110 G 'S' de zuinigste motor in het rennersveld zijn. Om een afstand van honderd kilometer af te leggen, heeft de Duitse tiencylinder ongeveer 70 liter nodig, een Ferrari 75 liter. En hoe minder benzine je hoeft te tanken, hoe lichter de wagen en hoe groter de snelheid van de auto. Haug heeft geen enkele behoefte om een gedetailleerde toelichting te geven. “De motor is doorontwikkeld, we zijn weer een stap verder. Dat is alles wat ik erover wil zeggen.”

Ook de coureurs die zondag op de Nürburgring hun titanenstrijd zullen strijden, Hakkinen en Schumacher, hielden zich gisteren op de vlakte. Aan het begin van een persconferentie voorafgaand aan de GP van Luxemburg, waarvan de Duitse bondskanselier Kohl de beschermheer is, schudden ze elkaar stevig de hand om vervolgens veel nietszeggende antwoorden te geven.

Dat ze niet voor elkaar onderdoen leert een blik op de tussenstand in de strijd om de wereldtitel: 80-80. Beiden behaalden dit seizoen zes overwinningen. Maar het aantal tweede plaatsen - bij een gelijke eindstand doorslaggevend - is met 2-1 in het voordeel van Hakkinen.

Welk weer ze zondag het liefst hebben tijdens de race, luidde een andere vraag. De Fin en de Duitser keken elkaar aan, moesten even lachen. Hakkinen sprak uiteindelijk zijn voorkeur uit voor goed, droog weer. Om er snel aan toe te voegen dat rijden in de regen voor hem ook geen probleem is. Schumacher, wiens reputatie van 'regenkoning' na zijn botsing in de regen van Spa-Francorchamps met Coulthard een flinke deuk heeft opgelopen, zweeg wijselijk.

Wat Schumacher niet over Hakkinen zegt, doet zijn manager Willi Weber wel. “Hakkinen is een klassecoureur”, zei Weber deze week in het Duitse sportblad Kicker, “maar geen topcoureur.” Bij Schumacher bemerkte Weber de afgelopen dagen een ongekende vastberadenheid, terwijl hij bij Hakkinen de overtuiging mist dat die graag wereldkampioen wil worden. Over 'Schumi' sprak hij geen kwaad woord.

Daarvoor konden journalisten gistermiddag terecht bij David Coulthard, die bestreed dat Schumacher de taaiste en de koelste van de twee titelpretendenten is. “Van hun tweeën heeft Mika de minste brokken gemaakt. Hij heeft het meest clean gereden. Michael heeft meer aanrijdingen gehad en telkens was het de schuld van iemand anders. Is dat dan zo tough? En neem van mij aan, al zal het er in de laatste bocht in de laatste race op aankomen, Mika zal hem geen inch ruimte geven.”

In tegenstelling tot tweevoudig wereldkampioen Schumacher is Hakkinen, die na de Grote Prijs van Italië in Monza een paar dagen rust nam, geen man van grote woorden. “Ik laat liever mijn daden op het circuit spreken.” Zondagmiddag vanaf twee uur kan de Fin zich in de geschiedenisboeken rijden. In dat geval kan hij zelfverzekerd afreizen naar Japan, waar op 1 november de laatste Grand Prix de beslissing zal brengen.

Maar dan moet hij in de Eifel meer geluk hebben dan een jaar geleden. Bij de vorige GP van Luxemburg werd Schumacher al in de eerste bocht door zijn broer Ralf meegesleurd in de grindbak, om in de tweede ronde met een kapotte wielophanging de strijd te moeten staken. Van zo'n scenario kan Hakkinen alleen maar dromen. Zenuwachtig zijn ze geen van beiden. Zeggen ze. “Ik ben zenuwachtiger als ik moet voetballen dan wanneer ik in de auto zit”, zei Schumacher. “En de mensen om me heen zijn zenuwachtiger dan ik.”

Hakkinen was ook gisteren de koele Scandinaviër, die zelfs aan Schumacherfans zijn handtekening gaf. Er was echter één voorwerp dat hem aangereikte werd en waarop hij het vertikte zijn krabbel te zetten. Een rode pet met nummer 3, die van Schumacher.