Fons Welters

Het lijkt simpel. Je huurt een ruimte, nodigt een paar van de beste kunstenaars van Nederland uit, hangt een bordje op de deur en zie: je bent de beste galeriehouder van Nederland. Zo vanzelfsprekend ziet het er in ieder geval wel uit op de tentoonstelling Going up the country in De Paviljoens in Almere, waar een overzicht wordt getoond van de kunstenaars uit 'de stal' van de Amsterdamse galerie Fons Welters. Het is een overzicht dat iets museaals uitstraalt en dat komt vooral doordat bijna alle Welters-kunstenaars tot de vaste aanwezigen horen op de meeste hedendaagse tentoonstellingen in Nederland: Rob Birza, Atelier (Joep) van Lieshout, Aernout Mik, Maria Roosen, Merijn Bolink, Berend Strik, Job Koelewijn - ze zitten allemaal bij Welters.

Galerie Welters in De Paviljoens. Odeonstraat 5, Almere. Di t/m zo 12-17u. T/m 1 nov. Reiner Matysik, Emmanuel Ropers en Famke van Wijk, Galerie Welters, Bloemstraat 140, Amsterdam. Di t/m za 13-18u. T/m 10 okt.

In Almere mag het er dan organisch uit zien, Welters heeft er meer dan tien jaar over gedaan deze 'sterrenstal' bij elkaar te krijgen. Hij begon dertien jaar geleden als galerie voor ruimtelijk werk (met onder andere Michael Jacklin en Sjoerd Buisman) en veranderde langzaam in een 'gewone' galerie waarin ook schilderkunst wordt getoond - van de kunstenaars die hij in het begin presenteerde is niemand meer over. Waar Welters tegenwoordig voor staat valt daardoor niet makkelijk samen te vatten, al wordt er in Almere wel iets duidelijk: Welters houdt van kunst waarin de 'werkelijkheid wordt gekanteld' - geen abstractie, geen zuiver realisme, maar kunst waarin de dingen zo'n draai krijgen dat de toeschouwer er anders naar gaat kijken.

Het beste voorbeeld daarvan is Merijn Bolink, door Welters vijf jaar geleden hoogstpersoonlijk van de academie geplukt. Hij is in Almere met twee werken vertegenwoordigd: een prachtig beeld van een houten ladder waarin een opgezette eekhoorn is 'ingebouwd', en een tafeltje waarop, onder een lamp, de voorwerpen en ingrediënten staan uitgestald waarmee je een cake bakt. De 'grap' is daarbij dat de voorwerpen geen zwarte schaduwen hebben, maar bestaan uit het materiaal van het origineel.

Aan dit werk is echter goed te zien hoe precair dat 'kantelen' in zijn werk gaat: het 'tafeltje' is een van de minste werken die Bolink ooit maakte. Dat komt vooral doordat de interne logica is verdwenen: de schaduw van de cakevorm is van hetzelfde materiaal als het origineel, terwijl de schaduw van de suikerzak is nagetekend. Bovendien heerst er in De Paviljoens helder daglicht, waardoor die lamp er voor joker bijstaat - Bolink is hier in gefröbel vervallen. Dan liever de enorme, pretentieloze bronzen vogel van Tom Claassen, die zo karikaturaal is uitvergroot dat je er alleen maar om kunt lachen, de meterslange, uit meer dan zestig blauwglazen ballen bestaande 'Rozenkrans' van Maria Roosen of de grillige, hoekige mens-tekeningen van Matthew Monahan.

Welters' galerie heeft ondertussen zo'n status dat iedere nieuweling die hij presenteert met opvallende welwillendheid wordt bekeken. Dat dat niet onterecht is blijkt uit de presentatie van academieverlaters waarmee hij het seizoen jaarlijks opent. Ook dit jaar is dat een interessante keuze: vooral het werk van de Duitser Reiner Matysik springt eruit. Matysik maakt veelkleurige, net-echte planten die hij zelf heeft 'ontworpen'. Deze Flora Futuralis zien er prachtig en verleidelijk uit, een beetje als koraal, een beetje als tuinplanten, maar doordat ze van klei zijn gemaakt krijgen ze ook iets vettigs en unheimisch. Een kunstenaar die zijn eigen planten ontwerpt en erin slaagt daarmee te overtuigen - dat lijkt me nu typische Welters-kunst.