Ergens klopt er hier iets niet

In de supermarkt, bij de inpaktafels, stonden een moeder en haar zoontje van een jaar of vier, vijf. Ze vroeg hem even te helpen met het inpakken van de boodschappen, maar het jongetje aarzelde, keek moeilijk en zei toen half zingend: 'maar dat kan niet, want ik maak alles stuk'. Zonder het te beseffen citeerde hij uit Niet of nooit geweest, de zomerhit van Acda en De Munnik die de afgelopen maanden overal te horen was en aldus ook het bewustzijn van het jongetje moet hebben bereikt.

Niet of nooit geweest is een prachtig nummer, met een mooie klaroenstootmondharmonicauithaal als intro en deze beginregels: 'Ik zie twee mensen op het strand, / vlakbij het water, hand in hand / de zon zakt, ze zwijgen van geluk.' Beter kan een zomerhit niet beginnen. En ook overigens zijn alle ingredi¨enten voor een hit aanwezig. Een mooie mengeling van natuurlijke eenvoud en raffinement: rauw geluid, Noordhollandse tongval, en twee wonderlijk harmonieuze stemmen. Een licht weemoedige melodie, maar voorzien van een refrein met een hoog meezinggehalte, vanwege de lekker lange uithalen en de lange aa's in 'Ik ben mezelf niet / of al die jaa-ren nooit geweest', 'Ik ben de gangmaa-ker op het verkeerde feest' danwel 'Ik ben de schoenmaa-ker bij de verkeerde leest.'

Ik moet het tientallen keren gehoord en meegezongen hebben zonder me nu werkelijk af te vragen waar het over ging. Iets met strand en hand in hand, verliefdheid, zomer en zon, zee en zout - genoeg aanwijzingen om snel tot het thema van de vakantieliefde te besluiten, tevens het ideale thema voor een zomerhit. Af en toe drongen er uit de tekst ook wel zekere problemen tot mijn zingende bewustzijn door, maar die leken mij hooguit noodzakelijk voor de voortgang van het lied. Er was bijvoorbeeld wel een suggestie van vreemdgaan ('ik draag een ring maar 'k heb jou nooit getrouwd') en van de bijbehorende vervreemding (passim), maar aan het eind bleek het toch allemaal mooi en prachtig te zijn geweest: 'Maar laat me dit nooit meer vergeten, bovendien.'

De tekst deed er dacht ik verder niet zoveel toe, zoals meestal bij mooie meezingnummers. Totdat ik een interview met de makers las, en daarin Paul Acda over zijn teksten hoorde zeggen dat hij graag wilde dat ze ook zonder muziek overeind zouden blijven: 'Ik wil dat je een liedtekst kan voordragen als een gedicht. Dan is het goed.' Ik besloot alsnog de single-CD te kopen, met tekstvel, en probeerde de tekst voor te dragen als een denkbeeldig gedicht voor een denkbeeldige zaal met al even denkbeeldige po¨ezieliefhebbers. Het viel niet mee: vanwege de melodie natuurlijk, die zich bij de voordracht steeds weer hinderlijk opdrong, maar nog meer vanwege de tekst zelf die bij lezing veel raadselachtiger bleek te zijn dan vermoed. De eerste drie regels zijn nog goed te volgen, maar daarna wordt het al snel ingewikkeld. Er wordt gegoocheld met persoonlijke voornaamwoorden, redengevende voegwoorden, gedachten en uitspraken, zodat de lezer al snel met de zanger kan concluderen: 'ergens klopt er hier iets niet', maar waar? Wat hebben we deze zomer eigenlijk gezongen met zijn allen?

Aanvankelijk lijkt de zanger naar een verliefd stel bij de strandlijn te kijken, maar alles wijst erop dat hij het meisje in kwestie zelf ook kent: 'Ik ken haar net, want dat ben jij'. En die jongen lijkt hij ook wel eens eerder ontmoet te hebben: dat is hijzelf, maar dan gezien door zijn eigen vervreemde blik. 'Hij lijkt op mij' zegt de zanger en het tafereeltje 'lijkt zo vertrouwd', maar er is ´e´en probleem: 'ik kan die jongen toch niet zijn' want hij is nu juist iemand die altijd alles stuk maakt. Er is een sterke suggestie van overspel, maar met wie? Het meisje kan een verse strandliefde zijn, maar verderop blijkt ook dat ze 'eerder al verbonden' zijn geweest. De zanger raakt er in ieder geval danig van in de war. Hij is zichzelf niet, zingt hij - of hij is het wel, maar dat betekent dan dat hij het al die jaren nooit geweest is. In het laatste geval doemt dan meteen ook een nieuw gevaar op, dat van een naderende echtscheiding (want wie in een lied zegt 'ik draag een ring' bedoelt 'ik ben getrouwd').

De rol van het meisje moet intussen niet onderschat worden, want zij lijkt al even twijfelzuchtig. 'Al die verliefdheid wat een zonde / we zijn het allebei maar willen het niet zijn.' Willen ze allebei niet verliefd zijn, of willen ze niet zichzelf zijn? Worden ze allebei verscheurd door tegenstrijdige gevoelens of spelen ze allebei graag een dubbelrol? En had de beginregel dan niet beter kunnen luiden: ik zie twee `a vier mensen op het strand? Dat de zanger vervolgens een einde aan deze verwarring wil maken valt te begrijpen. Hij roept zichzelf op iets te doen 'waardoor je mij nooit meer wilt zien' - waarmee hij aansluit bij zijn eerder genoemde neiging alles stuk te maken. Maar hij hoopt tegelijk dat hij dit nooit meer vergeten zal - en daarmee lijkt hij weer aan te sluiten bij zijn verliefdheid.

Niet of nooit geweest is kortom geen eenvoudig gedicht. Hoe langer je er over nadenkt, hoe duizelingwekkender de mogelijkheden tot duiding. Wordt hier een geval van depersonalisatie bezongen, of gaat het gewoon om een zonnesteek? Onschuldige strandliefde of huwelijkscrisis? Bindingsangst of de verwarring van geluk? Verliefdheid of melancholie? Lijdt de zanger aan de typisch romantische kwaal altijd daar te zijn waar het geluk niet is? Of lijdt hij, al even typisch romantisch, bij voorbaat aan het toekomstige gevoel van heimwee? Het is geloof ik allemaal mogelijk, maar het zijn wel erg veel mogelijkheden voor ´e´en gedicht. En nu weet ik wel dat een goed gedicht vanzelf meestal meer dan ´e´en lezing oproept, maar dat wil jammer genoeg nog niet zeggen dat het omgekeerde ook waar is.

Intussen blijft het wel een prachtig lied - en dus de zoveelste bevestiging van dit vreemde verschijnsel: dat de tekst er bij een lied niet of nauwelijks toe doet. Woorden waar iemand zijn best op heeft gedaan, een lied dat zonder die gezongen woorden geamputeerd zou klinken - en toch weet niemand wat het gezongene precies te betekenen heeft. Schrale troost misschien voor de zanger met dichterlijke ambities: er zijn heel wat dichters die met hun woorden zouden willen bereiken wat hij met een enkele rauwe uithaal bereikt. 'Zoals een heleboel dichters ben ik verschrikkelijk jaloers op die componisten. Die zitten niet aan die verwijzingen vast' zei Hans Faverey eens. Hij had het liefst zonder betekenissen gedicht, maar hij zat er nu eenmaal aan vast, aan die woorden die helaas altijd wel wat betekenen.