Elleboogstoot testcase voor aanklager

Feyenoord gaat de schorsing voor aanvoerder Van Gastel aanvechten bij de burgerechter. Mag de commissie van beroep van de KNVB een vrijspraak omzetten in een veroordeling?

AMSTERDAM, 25 SEPT. Een betaald-voetbalorganisatie is gebonden aan de eigen regels en de procedures van de KNVB. Toch loopt Feyenoord naar de rechter om te klagen over de schorsing voor vier wedstrijden die zijn aanvoerder Jean-Paul van Gastel heeft gekregen van de beroepscommissie van de KNVB.

Het staat een profclub vrij dat te doen indien zij meent dat de wijze van toepassing van de eigen regels en procedures een onrechtmatige daad jegens haar inhoudt, zo verklaarde minister d'Ancona (sportzaken) bijna tien jaar geleden in antwoord op kamervragen. Dat is trouwens gewaarborgd door de Grondwet. De Grondwet zegt echter niets over het mogelijke succes voor Feyenoord bij de rechter.

Deze moet er voor oppassen op de stoel van de KNVB te gaan zitten, zo bleek in het geval van de bekerfinale tussen Feyenoord en Den Bosch in 1991 die aanleiding was tot de vragen aan minister d'Ancona. De rechter liet de tweede helft van deze wedstrijd overspelen, omdat de laatste acht minuten waren verstoord door het publiek. Dit vonnis werd in hoger beroep echter vernietigd.

Terecht, vindt de Amsterdamse hoogleraar sportrecht Heiko van Staveren, want de rechter behoort zich niet te ver op het terrein van de sport te begeven. Wat betekent dit nu voor de klacht van Feyenoord? Aanleiding is een elleboogstoot van de Feyenoord-aanvoerder tegen Sittard-speler Hamming. De tuchtcommissie sprak Van Gastel vrij: de scheidsrechter had niets gezien en de tuchtzaak was geheel gebaseerd op televisiebeelden.

De aanklager, die sinds een jaar is aangesteld om de meer algemene belangen van de KNVB in tuchtzaken te vertegenwoordigen - tekende beroep aan. In de tuchtzaak verklaarde Hamming er niet meer helemaal zeker van te zijn dat hij door de Feyenoord-aanvoerder was geraakt. Zijn verklaring: “Ik heb er weinig belang bij dat Van Gastel wordt geschorst”. De beroepscommissie was niet onder de indruk en hield het bij de televisiebeelden, die weinig ruimte voor twijfel boden.

Het tuchtreglement van de KNVB erkent televisiebeelden wel als bewijs maar bepaalt met zoveel woorden dat een bewezenverklaring niet alleen op tv-beelden mag worden gestoeld. Dit is dan ook de eerste grond van de klacht van Feyenoord tegen de KNVB bij de rechter. Het ligt voor de hand dat deze zijn oordeel mede zal afstemmen op de algemene (straf)rechtspraktijk. Die geeft Feyenoord weinig hoop. Er worden aan de lopende band mensen veroordeeld voor verkeersovertredingen op grond van videobeelden.

Het strafrecht kent op zichzelf wel het vereiste van steunbewijs. Zo geldt de eis dat iemand niet kan worden veroordeeld op alleen zijn bekentenis. Maar de strafrechter heeft daar weinig moeite mee. Een klassiek voorbeeld is het geval van de postbode die werd beschuldigd van verduistering in dienstbetrekking. Hij had dat bij de politie bekend, maar niemand had het verder gezien. De rechter zag voldoende steunbewijs in de verklaring van de PTT dat de verdachte inderdaad als postbeambte werkzaam was geweest op de plaats en de tijd van het tenlastegelegde feit.

Op deze manier - Van Gastel zal wel niet hebben ontkend dat hij als aanvoerder van Feyenoord in de bewuste wedstrijd Hamming heeft ontmoet - is de KNVB-beroepscommissie gauw binnen. Een tweede bezwaar van Feyenoord is dat deze beroepscommissie helemaal niet het recht heeft om een vrijspraak om te zetten in een veroordeling.

In het gewone strafrecht geldt een speciale regel: een vrijspraak door de rechtbank kan in hoger beroep door een gerechtshof alleen ongedaan worden gemaakt met algemene stemmen - hetgeen uitdrukkelijk moet blijken uit de uitspraak. Dit laatste is in strijd met het beginsel van het geheim van de raadkamer: in het algemeen geven vonnissen niet blijk van de stemverhouding tussen de rechters. Er is dan ook een speciale reden. Een rechtbank doet (in ernstige zaken) uitspraak met drie leden en een gerechtshof ook. Als een rechtbank unaniem vrijspreekt en een hof met meerderheid van stemmen veroordeelt, zou dat neerkomen op veroordeling door een minderheid van rechters. Hoewel een hof hoger is dan een rechtbank, vond de wetgever dat toch te ver gaan.

Vandaar de unanimiteitsregel. Het tuchtreglement van de KNVB voorziet daar niet in. Getalsmatig ligt het in elk geval anders. De tuchtcommissie bestaat namelijk uit drie leden en de beroepscommissie uit vijf. Het gevaar van een minderheidsveroordeling is dus aanmerkelijk geringer. Is er desalnietemin voldoende reden om de beroepscommissie te verplichten tot een stemverklaring? Zo kan de elleboogstoot van de Feyenoord-aanvoerder toch nog een aardige test-case opleveren voor de KNVB en zijn nieuwe aanklager.