Een Nobelprijswinnaar over een godswonder; Kenzaburo Oë & zoon

Kenzaburo Oë: Hikari groet de dingen. Kroniek van een genezend gezin. Uit het Engels vertaald door Arjaan van Nimwegen. Bijleveld, 224 blz. ƒ 29,90 Kenzaburo Oë: Het eigen lot. Uit het Engels vertaald door M. Marshal-van Wieringen. Meulenhoff, 243 blz. ƒ 34,90 Kenzaburo Oë: A Quiet Life. Uit het Japans in het Engels vertaald door Kunioki Yanagishita en William Wetherall. Picador, 240 blz. ƒ 31,50 Lindsley Cameron: Hikari Oë. Het zwakzinnige genie. Uit het Engels vertaald door Jabik Veenbaas. Meulenhoff, 224 blz. ƒ 39,90 De muziek van Hikari Oë is verschenen op het platenlabel Denon (CO-78952 en CO-78953).

Een schrijver krijgt zijn eerste kind. Zijn pasgeboren zoon heeft een gat in zijn schedel en daardoor puilen zijn hersens naar buiten. De arts zegt dat er wel geopereerd kan worden, maar dat het kind altijd een plant zal blijven. Na lang aarzelen besluit de schrijver te laten opereren.

Zes jaar later loopt de schrijver in de bergen, samen met zijn zoon die sinds zijn geboorte nooit een stom woord sprak. De ouders draaien veel klassieke muziek voor hem en ook platen met vogelgeluiden. Tijdens die wandeling klinkt een vogel. 'Dit is een waterral', zegt het zoontje. Vanaf dat moment begint het kind meer en meer te praten en ontpopt het zich gaandeweg als virtuoos componist van Mozart-achtige kamermuziek.

De vader is de Japanse Nobelprijswinnaar Kenzaburo Oë en de zoon is Hikari Oë, wiens twee cd's met vlekkeloze navolgingen van de Weense school en vroege Romantiek in zowel Japan als Amerika een heuse hype veroorzaakten.

Deze hype lijkt nu schoorvoetend ook Nederland bereikt te hebben. Praktisch gelijktijdig kwamen er Nederlandse vertalingen uit van een Hikari-biografie en een bundel essays van Oë over zijn zoon. Daarnaast verscheen de vijfde herdruk van Oë's meesterlijke roman Het eigen lot, waarin Hikari's geboorte centraal staat. Ook de cd's zijn te koop, al schijnen die nog niet zo goed te lopen.

Het blijft natuurlijk een godswonder dat Hikari, al is hij met een IQ van 65 nog steeds technisch 'licht achterlijk', in staat is gebleken met zijn ouders te communiceren en vervolgens niet alleen gevoelig bleek voor muziek maar die ook zelf kan creëren. Het vervelende is alleen dat, juist door zijn geestelijke handicap, het bijna onmogelijk wordt een objectief oordeel over zijn composities te vellen.

In de discussie over Hikari Oë's muziek is al eens verwezen naar de opmerkingen van Arlene Croce, de dansrecensente van The New Yorker. Toen zij in 1995 de beruchte dansvoorstelling Still/Here van Bill T. Jones moest bespreken, een stuk over aids gedanst door seropositieve dansers, klaagde zij dat over zoiets geen objectief verslag te schrijven viel. Het ging niet meer om dans, zei Croce, maar om aids. Het is een probleem in appreciatie: hebben we het over kunst of over ziekte? Eenzelfde vraag doet zich voor met de muziek van Hikari Oë. Luisteren we naar muziek van een zwakzinnige of naar pure muziek? Of naar de zoon van een Nobelprijswinnaar?

In datzelfde dilemma zit Lindsley Cameron gevangen, die dit jaar een onthutsend slecht geschreven biografie van Hikari Oë publiceerde. Het boek Hikari Oë. Het zwakzinnige genie rammelt aan alle kanten, de stijl is erbarmelijk, en vooral: de auteur kan niet kiezen wat zij vertellen wil. Haar missie is de wereld te verkondigen dat Hikari een van de beste componisten is, en tegelijkertijd wil zij het wonder van de daken roepen dat een verstandelijk gehandicapte tot fenomenale dingen in staat is.

Die tweespalt zit al in de verschrikkelijke titel die de uitgever het boek meegaf (de Engelse versie heet The Music of Light), maar kom je op vrijwel elke bladzijde tegen. Af en toe behandelt Cameron ook de lezer als idioot, bijvoorbeeld wanneer zij de Japanse uitspraak van namen uitlegt: 'Kenzaburo rijmt op 'pá hoezo', Hikari op 'Mi lárie' (-) zijn zuster heet Natsumiko ('Dat móe nie zo').' Vermoedelijk zorgt Camerons naar eigen zeggen traumatische afkomst als adoptiekind voor een wat curieuze identificatie met de Japanse componist. Het resultaat werkt averechts. Wie zo'n warhoofd als advocaat treft,komt er slecht vanaf: de onmacht van de biograaf besmet het imago van de componist. Dat in Japan Hikari's grootste aanhang bestaat uit licht verveelde huisvrouwen versterkt dat beeld alleen maar.

Nee, iemand die echt wil weten hoe het is om met een fenomeen als Hikari te leven, kan beter een willekeurige roman van zijn vader lezen. Al zou je het niet zeggen op basis van de in het Nederlands vertaalde romans: sinds Hikari's geboorte in 1963 is de zwakzinnige zoon een van Oë's allerbelangrijkste literaire thema's. Binnen een jaar nadat hij vader was geworden, publiceerde Oë zijn magistrale roman Het eigen lot.

Dit boek was het eerste dat van hem in Nederlandse vertaling verscheen en beschrijft hoe de jonge hoofdpersoon Vogel een zoon krijgt die een hersenbreuk blijkt te hebben. Terwijl zijn vrouw in het ziekenhuis ligt en de artsen afwachten tot hij besluit of hij het kind wil laten leven of niet, zwerft Oë's alter ego Vogel dronken door de stad, slaapt met een oude vriendin en is totaal in paniek. Zijn stijl is wel eens vergeleken met een vloer bezaaid met glasscherven - even schitterend als moeilijk toegankelijk - maar de meedogenloosheid en het lichte leedvermaak waarmee Oë zichzelf beschrijft is indrukwekkend. Oë's vroegste fans waren teleurgesteld door het happy end van de roman, want Vogel besluit zijn zoon te laten leven, maar zij beseften niet dat hier een nieuwe Oë was opgestaan die als vader een keuze had gemaakt die zijn schrijverschap blijvend beïnvloed heeft.

Sindsdien zijn Nederland en Oë twee verschillende kanten opgegaan. Terwijl Oë voornamelijk nog romans schreef waarin een verstandelijk gehandicapte zoon met zijn vader de wereld bevocht, vaak gekoppeld aan een angst voor nucleaire dreiging, stapten wij hier terug in de tijd en leerden vooral Oë's vroegere werk kennen.

Engelse vertalingen van werk uit de afgelopen jaren zijn er wel. De roman A Quiet Life, bijvoorbeeld, schetst even onbarmhartig als Het eigen lot hoe Oë schijnbaar zonder veel scrupules een uitnodiging accepteert om een jaar writer in residence in Californië te worden en zijn dochter en jongste zoon achterlaat om op Hikari te passen. Dochter Ma-chan, halverwege de twintig, is nu plotseling het hoofd van de familie en moet nog sneller volwassen worden dan anders. Het dagelijkse contact met haar verstandelijk gehandicapte broer, die in de roman Eeyore heet, is de katalysator voor haar verwachtingen van de toekomst. De reacties van haar omgeving op haar broer worden een toetssteen voor de wereld. De vader blijft in deze roman een stem aan de telefoon.

Dat Oë in werkelijkheid meer verantwoordelijkheidsgevoel kent, blijkt wel uit een bundel essays die hij oorspronkelijk voor de krant schreef en die nu als Hikari groet de dingen in de winkel ligt. De Nederlandse titel roept associaties op met Pipo de Clown, maar de inhoud is een reeks van liefdevolle en scherpe observaties van Hikari's gedrag en de reacties van de buitenwereld. En dan besef je een belangrijke rijkdom van Hikari's gift en van zijn vaders roem. Japan is geen vriendelijke plek voor verstandelijk gehandicapten en Hikari's bekendheid doet er veel aan dat te veranderen. Dat was de gedachte achter Hikari groet de dingen en een prettige bijkomstigheid van Oë's stugge maar altijd eerlijke romans.