Een god van 127 centimeter

Simon Mawer: Mendels dwerg. Vertaald door Liesbeth Teixeira de Mattos, Anthos, 311 blz. ƒ 39,90

Dr. Benedict Lambert is een briljant moleculair bioloog. Toevallig is hij ook nog de achter-achterneef van Georg Mendel, de monnik die in de negentiende eeuw met zijn onderzoek naar erwtenplanten de basis legde voor de moderne genetica. Benedict Lambert wijdt zijn onderzoek aan een speurtocht naar het gen dat dwerggroei of achondroplasia veroorzaakt. Zijn belangstelling is niet alleen wetenschappelijk, maar ook persoonlijk; Benedict is zelf een dwerg. Hij is de enige in zijn familie die met dwerggroei behept is: zijn toestand is een gevolg van een wrede speling van de natuur en hij wordt gedreven door de wens te weten 'waar hij vandaan komt'.

Simon Mawer (Engeland, 1948), van huis uit zelf bioloog, verweeft in deze roman het verhaal van Benedict Lambert met dat van Georg Mendel, die met zijn ontdekkingen zijn tijd tientallen jaren vooruit was. De verhaallijnen grijpen in elkaar als de twee strengen van het DNA. Dwerggroei is een ideaal voorbeeld om de Mendeliaanse principes van de erfelijkheidsleer te illustreren. Ouders die drager zijn van het gen, hebben vijftig procent kans om het gen door te geven aan hun nakomelingen. De werkelijkheid haalde Mawer overigens tijdens de voorbereiding van deze roman in. In 1995 lokaliseerde dr. Jacqueline Hecht, verbonden aan de universiteit van Houston, het gen dat achondroplasia veroorzaakt.

Het gegeven dat Benedict Lambert slechts 127 centimeter lang is, bood echter ook ongekende dramatische mogelijkheden. Mawer is weliswaar in staat om de lezer zijn aanvankelijk schrik om Benedicts misvormde uiterlijk te laten vergeten, maar voor de mensen in zijn eigen universum blijft zijn gestalte allesbepalend. Jean Piercy, de vrouw op wie hij verliefd is, houdt van hem, maar kan zijn lichaam niet accepteren. Het is dan ook geen wonder, dat Lambert zijn verhaal vertelt met dezelfde ondertoon van bijtend sarcasme waarmee hij ook zijn omgeving tegemoet treedt. 'Vroeger was u op de kermis naar mensen zoals ik komen kijken', houdt hij zijn gehoor in een collegezaal voor. Of: 'Een nanoseconde is gedefinieerd als de maximale tijdsduur dat een dwerg zijn conditie kan vergeten'. Door zijn kennis van de genetica en zijn sceptische houding is Lambert bovendien ook onze gids in het schemergebied waar de ontdekkingen van Mendel door de eugenetici zijn misbruikt. Mawer spaart de lezer niet en dat leidt soms tot een overdaad aan informatie, waar het verhaal een beetje zoek dreigt te raken tussen de wetenschappelijke uiteenzettingen.

Mendels Dwerg (oorspronkelijk titel: Mendel's Dwarf) is een intrigerende ideeënroman, waarin Mawer ons de ontwikkelingen in genetica en voortplantingstechnologie door een sinistere lachspiegel laat bekijken. Benedict Lambert wordt voor een bijna onmenselijk zwaar dilemma geplaatst. Wanneer Benedict via IVF een kind verwekt bij Jean, biedt zijn kennis van de biologie hem de mogelijkheid om voor God te spelen. Ben weet dat van duizend van zijn zaadcellen 'er vijfhonderd het commando voor groei droegen, voor normaliteit, voor geluk en bevrediging - en vijfhonderd droegen de vloek.' Hij kan ervoor kiezen om zijn kind een gelukkig, normaal leven te geven. Anderzijds, wanneer Ben besluit om een bevruchte eicel met het gen voor dwerggroei niet terug te plaatsen, welk oordeel velt hij dan met terugwerkende kracht over zichzelf?

Mawer heeft van Ben een persoon van vlees en bloed gemaakt, die gedreven wordt door krachtige en niet altijd even fraaie emoties. Zijn wraaklust is er uiteindelijk de oorzaak van dat zijn zoon sterft. Daarmee eindigt Mendels Dwerg als een klassiek drama, waarin Lambert, mede dankzij zijn eigen ingrijpen, ervoor zorgt dat de gebeurtenissen die hij zo graag in een andere richting had gebogen, uiteindelijk toch hun voorbestemde loop hebben.