DSM zoekt verlossing van cycliciteit

DSM-bestuursvoorzitter ir. S.D. de Bree kan het woord 'cycliciteit' bijna niet meer uit zijn mond krijgen. Die vermoeidheid is begrijpelijk, want het bedrijf zou intussen ook stukken minder gevoelig moeten zijn geworden voor de extreme schommelingen die de traditionele chemische industrie doormaakt bij het op- en neergaan van de conjunctuur.

HEERLEN, 25 SEPT. De beleggers zijn klaarblijkelijk nog niet zo ver. De koers van chemieconcern DSM op de Amsterdamse effectenbeurs schoot gisteren, toen het bedrijf een legertje analisten op bezoek had, met 4,8 procent omhoog tot bijna 170 gulden. Maandag bereikte het fonds nog een dieptepunt van 138 gulden.

Die sterke stijging had alles te maken met de bekendmaking, gisteren, van de wijze waarop DSM 'de financieringsstructuur gaat optimaliseren'. Het bedrijf kondigde aan 2,4 miljoen eigen aandelen in te kopen. Daarvoor in de plaats geeft het cumulatief preferente aandelen uit. De onderneming handhaaft daarbij haar strategie die uitgaat van versterking op stabielere markten. Dat spreekt de beleggers kennelijk wel aan.

DSM wil een 'core'poration zijn, liet De Bree gisteren weten, waarbij het verder opschuift van bulkchemie naar producten met hogere toegevoegde waarde. Daardoor dient het bedrijf minder afhankelijk te worden van de deining van de wereldmarkt. Een groei van de omzet met tien procent per jaar is het doel.

De 'core'poration moet uit drie divisies bestaan, waartussen kruisbestuiving plaatsheeft. Tussen de divisies is sinds 1995 een levendige uitwisseling van werknemers die inzichten en ideeën uit 'een vorig leven' meenemen naar hun nieuwe bureau. “DSM moet meer zijn dan de som der delen”, zegt De Bree.

De relatief nieuwe poot is die van life science products, die met de acquisitie van Gist-brocades eerder dit jaar een forse stimulans heeft gekregen. Met deze producten worden halffabrikaten voor de farmaceutische industrie bedoeld, speciale voedingsartikelen en bestrijdingsmiddelen.

De tweede poot is die van de performance materials, die bijzondere kunststoffen maakt waaruit bijvoorbeeld lichte kogelvrije vesten, pantsers voor auto's van hoogwaardigheidsbekleders, vezels, buizen, bumpers, achterlichten en specifieke harsen worden vervaardigd.

De derde poot, de productie van polymeren en industriële chemicaliën, is de meest traditionele van DSM. Dat is tevens de poot die het meest gevoelig is voor die dekselse cycliciteit, maar hij brengt vooralsnog wel het meeste geld op en blijft broodnodig om voor de twee andere de middelen te genereren waaruit investeringen en acquisities moeten worden betaald.

Al met al streeft DSM ernaar dat life science straks een derde van de omzet genereert, evenveel als performance materials. De ouderwetse bulkchemie moet voor de overige veertig procent blijven zorgen.

Dat DSM al een eind in die richting is blijkt uit de acquisities in de voorbije jaren en de omzetgroei in de verschillende divisies die daarvan een gevolg waren. Zo werd op het gebied van wat nu life science wordt genoemd al in 1985 het bedrijf Andeno in Venlo overgenomen. Twee jaar later volgde Plaine, daarna HSC, in 1990 ACF Chemie in Maarssen, BMS en Chemferm in het begin van de jaren negentig.

Sindsdien is de omzet in deze divisie steil omhooggegaan, waaraan de bedrijven Chemie Linz, Deretil en Minera stevig hebben bijgedragen. Lag ten tijde van het inpalmen van Andeno de omzet nog op zo'n tweehonderd miljoen gulden, begin dit jaar was dat geklommen tot 3,5 miljard gulden. Toen moest Gist-brocades nog worden overgenomen.

De divisie is van verdere groei verzekerd, meent De Bree. Dat heeft vooral ook te maken met de opkomst van de farmaceutische industrie als afnemer van DSM-halffabrikaten voor hun geneesmiddelen. De geneesmiddelenmarkt blijft toenemen met jaarlijks een procent of zes, als gevolg van mondiale vergrijzing en technische vooruitgang.

Met de overname van Gist-brocades is de positie van DSM als partner voor farmaceutische bedrijven versterkt. “Die bedrijven willen ook graag een grote partner. Dat blijkt onder andere uit het feit dat niemand in Brussel bezwaar heeft gemaakt tegen de acquisitie van Gist-brocades. Bovendien zie je een tendens bij de grote farma-concerns dat zij een deel van hun productie uitbesteden”, aldus De Bree.

De versterking van Performance Materials begon in 1982 met de overname van Urachem, dat voordien eigendom van Unilever was. De omzetgrafiek van deze divisie toont een wat grillig verloop, maar ze klimt niettemin gestaag, vooral na de inlijving van het Britse Freeman, Polymer Corp. en Copolymer, Desotech. Begin jaren negentig volgden Akzo EP en Nitriflex. Na de koop van het Duitse BASF UPR gaat ook hier de omzet bijna recht omhoog. Zette deze divisie in 1980 nog geen miljard gulden om, inmiddels is dat meer dan vier miljard.

Het verschuiven van accenten binnen een industrieel conglomeraat als dat van DSM is niet gemakkelijk. Alle productiefaciliteiten zijn op de een of andere manier aan elkaar gekoppeld en afhankelijk van elkaar. Is het niet op het punt van restenergie, dan is het wel door een grondstof die de ene fabriek als afval verlaat en de volgende als basisproduct binnenkomt.

Zo zou het ondenkbaar zijn dat DSM een product als kunstmest zou laten vallen, hoe onvoorspelbaar de markt daarvoor ook is. De productie daarvan is eenvoudig nodig om andere fabrieken aan de gang te houden. “Dat is ook de reden dat wij de divisie polymeren en industriële chemicaliën topfit willen houden”, aldus De Bree.

Al met al verwacht DSM in 2002 een omzet te bereiken van tien miljard euro. Dat is dan zo'n 10 miljard gulden meer dan de omzet die in 1997 werd gerealiseerd, 12,4 miljard gulden.

Daarbij hoopt De Bree er wel op dat de Amerikaanse concurrentie op de achtergrond blijft. “Een dollar van twee gulden vinden we prima, één van 1,85 gulden ook. Maar bij anderhalve gulden krijgen we het benauwd.”