De zee geeft en de zee neemt, ook in Breskens

Voorstelling: Riders to the Sea van R. Vaughan Williams door het Residentie Orkest en Zeeuws Philharmonisch Koor o.l.v. George Pehlevanian m.m.v. o.a. Carolyn Watkinson, Hieke Meppelink, Renate Arends en Peter Arink. Decor: Melle Hammer. Kostuums: Ronald Kok. Regie: Jeroen Lopez Cardozo. Gezien: Haven Breskens. Herhalingen: 25 t/m 27/9.

Aan een silo in de haven van Breskens hangt een enorm kunstwerk: de vijf broden en twee vissen, waarmee volgens het bijbelverhaal na de wonderbaarlijke vermenigvuldiging een enorme schare volgelingen van Jezus kon worden gespijzigd. In een botenloods even verderop is dezer dagen de slotmanifestatie van het Festival van Zeeuws Vlaanderen: de opera Riders to the Sea van Ralph Vaughan Williams - een werk dat is doortrokken van onwankelbaar geloof in God, ondanks de tol die hij eist voor het vissen op zee.

Riders to the Sea (1937) naar een toneelstuk van J.M. Synge is het muzikaal-theatrale equivalent van Heijermans toneelstuk Op hoop van zegen (1900). De Engelse Kniertje heet Maurya. Haar man en vier van haar zonen bleven op zee, tijdens de opera wordt ze geconfronteerd met de dood van haar laatste twee zonen. Michael is dood aangespoeld, Bartley wordt door een van zijn paarden in zee geworpen en ook hij verdrinkt. 'De zee geeft, de zee neemt, de naam des Heren zij geloofd.' De zee functioneert in Riders to the Sea als een instrument van God, die zich manifesteert in de natuur.

Terwijl in Op hoop van zegen de zoon Geert nog opstandigheid toont, ontbreekt die geheel in Riders to the Sea. Maurya is even berustend als Kniertje en vraagt God zielenrust voor haar zonen, haar zelf en alle nog levende zielen op aarde. “Wat anders kunnen we nog verlangen? Geen enkel mens kan eeuwig blijven leven, wij moeten er vrede mee hebben.”

Omringd door haar twee dochters en de hele dorpsbevolking - alleen nog vrouwen - staat ze daar aan het slot als Maria, de Mater dolorosa. Relgieuze symboliek te over: zeven mannen heeft ze verloren. Ook de vijf broden en twee vissen vormen tezamen het heilige getal zeven.

Het probleem bij Riders to the Sea, die hier zijn professionele Nederlandse première krijgt, is de beknoptheid van het werk. Vaughan Williams kwam er niet toe een complement te componeren. De slechts 35 minuten durende opera wordt nu in Breskens ingeleid door The Four Sea Interludes uit Brittens dorp-aan-zee-opera Peter Grimes (1945), een perfect idee dat de voorstelling doet uitgroeien tot iets meer dan een uur. Bij het luisteren naar Riders to the Sea hoort men ook waar Britten zijn inspiratie vandaan haalde.

Het Residentie Orkest, uitstekend spelend onder leiding van George Pehlevanian, zit rechts in de loods, waar voor het publiek een tribune is gebouwd. Boven het orkest is het huis van Maurya. Links is een 'strand' van zeezout en daar lopen de vrouwen zorgelijk rond tijdens de geënsceneerde 'ouverture' met The Four Sea Interludes. In dat strand lichten noodlampen op als pinkelende sterren: het is alsof de hemel op aarde is gevallen.

Ondanks het smartelijke karakter is de voorstelling in de regie van Jeroen Lopez Cardozo een toonbeeld van indrukwekkende beheersing en berusting zonder een spoor van handenwringende uitbeelding van leed. De beklemmmmende ontroering ontstaat vanzelf, door de klaaglijkheid en ingehouden wanhopigheid van de muziek, door het indringende donkere zingen van Carolyn Watkinson als Maurya, door de beelden van de schuifelende vrouwen, door de striemende regen die zichtbaar wordt als de loodsdeuren opengaan: 'tears from heaven'.

Het thema van de voorstelling - 'De zee geeft, de zee neemt' is in de haven van Breskens de realiteit van alledag. Voor en na Riders to the sea kan men in de vismijn genieten van zeebanket. Morgen wordt aan de haven een monument onthuld voor de vissers die bleven op zee.