De roman is niet dood; Gesprek met Dermot Bolger

Om een 'nieuwe Ierse literatuur' mogelijk te maken stichtte de schrijver Dermot Bolger twintig jaar geleden de Raven Arts Press. Inmiddels is Bolgers vijfde roman 'Een tweede leven' in een Nederlandse vertaling verschenen. Een gesprek over de moderne Ierse roman die 'sprankelt van humor en vitaliteit'

Dermot Bolger: Een tweede leven. Vertaald door Kathleen Rutten. De Geus, 319 blz. ƒ 49,90

De geschiedenis van Ierland lijkt zich altijd elders te hebben afgespeeld. Althans, volgens de Ierse schrijver Dermot Bolger. Bolger (1959) begon twintig jaar geleden zijn eigen uitgeverij, omdat het land en de mensen die hij in de literatuur aantrof, niet leken op hetgeen hij zag en hoorde in zijn omgeving. “Er bestonden geen Ierse uitgeverijen, en de mensen die Ierse literatuur uitgaven, zaten in Londen, New York enzovoort, en ze hadden een uitgesproken idee over wat Ierse literatuur zijn moest. Die moest gaan over de problemen in Noord-Ierland en zich afspelen op het platteland. Daardoor werd het echte, alledaagse leven van de mensen in Ierland niet in literatuur beschreven. Toen zijn we begonnen met Raven Arts Press, want er waren hele generaties opgestaan waar nog nooit over was geschreven en dat probeerden wij te doen. We publiceerden werk van bijvoorbeeld Patrick McCabe, die later The Butcher Boy zou schrijven, en voor het eerst stonden woorden als 'drugs' en 'landelijk Ierland' in dezelfde zin. We probeerden een andere Ierse literatuur te ontginnen.”

Vindt Bolger dat er momenteel sprake is van een nieuwe Ierse literatuur?

“Ik denk zeker dat er een nieuwe Ierse literatuur is. Tien jaar geleden waren er van die zelfbewuste thema-avonden over de vraag 'Is de roman dood?', en dat is gelul, want mensen houden van verhalen. En zolang er verhalen bestaan, zal de roman bestaan. Het probleem van veel literatuur is dat het wel knap gedaan is, maar zolang je niet met het hoofdpersonage meeleeft - wat niet betekent dat je het personage aardig moet vinden, maar je moet een personage wel begrijpen, er bepaalde gevoelens bij hebben -, zolang je dat niet voelt in een verhaal, dan werkt het niet. Ik denk dat een van de redenen dat Ierse schrijvers zoals Roddy Doyle, Paul Duncan en Joseph O'Connor de laatste vijf jaar erg succesvol zijn in zowel Ierland als het buitenland, de sprankeling is die er in hun werk zit, een sprankeling van humor, van leven en vitaliteit waar mensen op reageren.”

Bolger stelt duidelijk dat veel schrijvers wel een eigen visie hebben, en dat nog maar weinigen de archetypische Ierse roman proberen te schrijven, over het verlies van de onschuld, het in conflict raken met de eigen seksualiteit, de kerk en familie. “Voorheen werd er een beeld geschilderd, terwijl tegenwoordig iedere schrijver een ander beeld schetst, dat deel uitmaakt van het gefragmenteerde geheel dat Ierland is.”

In het onlangs in vertaling verschenen Een tweede leven - zijn vijfde roman - geeft Bolger een beeld van een geschiedenis die de laatste dertig jaar in Ierland verborgen is gebleven. Hoofdpersoon is Sean Blake, een fotograaf, die vlak na zijn geboorte werd opgegeven voor adoptie. Een bijna dodelijk ongeluk drijft hem ertoe op zoek te gaan naar zijn natuurlijke moeder en zijn hernieuwde kans op leven betekenis te geven. “Een tweede leven begon als een roman over reïncarnatie, want toen ik in Dublin bezig was met een toneelstuk dat ik had geschreven, kreeg één van de acteurs een auto-ongeluk en was hij een moment klinisch dood. Later beschreef hij hoe hij buiten zijn lichaam trad en hij van bovenaf de ziekenbroeder zag die zijn lichaam in de ambulance legde. Hij merkte op dat de man roos op zijn muts had, en het zijn dat soort merkwaardig details waaruit het verhaal ontstond. Ik begon te schrijven met het idee van een boek over reïncarnatie en het ontwikkelde zich tot een roman over adoptie. Want terwijl ik aan het schrijven was, waren er meer en meer vrouwen in de maatschappij die op zoek gingen naar hun kinderen die in de jaren vijftig en zestig van hen waren weggenomen, en deze kinderen waren weer op zoek naar hun moeder.”

Dit gegeven werd de kern van het boek. Blake's moeder was negentien en ongetrouwd en moest hem afstaan aan de nonnen in een klooster. Omdat ze haar familie en omgeving te schande maakte, vluchtte ze zoals veel vrouwen naar Engeland. Veel meer weet Blake ook niet van haar, van wat er van haar is geworden nadat ze hem zes weken had verzorgd. Wat rest is vertwijfeling. Via flashbacks, dromen, foto's en anekdotes puzzelt Blake onbetrouwbare stukjes feit en fictie bij elkaar. Het verhaal slingert heen en weer tussen heden en verleden, leven en dood. Onderwijl doet Blake zijn best om achter de identiteit van zijn moeder te komen, of sterker: hij gaat op zoek naar een ware moederliefde die hij nooit heeft gekend. Het is de grote verdienste van Bolger dat het boek, met zijn overvloed aan dood, verlies, verzoening en verdriet, geen melodrama is geworden.

Bolgers stijl is soepel en poëtisch. De aandacht van de lezer wordt vastgehouden door onverwachte plotwendingen. “Ik stippel mijn romans nooit van tevoren uit, want zo blijft voor mij het schrijven spannend. En zolang ik niet weet wat er in een verhaal gaat gebeuren, weet een lezer dat zeker niet.” Toch lukt het Bolger om op de laatste bladzijden alles bij elkaar te brengen. Een tweede leven eindigt met een climax die, zoals zoveel in het boek, gedurfd en ontroerend is.

“Mijn roman is deel van dit land, en ik denk dat dat belangrijk is. Als ik tot tranen wordt geroerd door wat ik hoor, op de radio, op straat of waar dan ook, dan wordt een lezer daar hopelijk ook door geraakt.”