De Panter en de Pissebed

De Panter en de Pissebed (Gerrard Verhage, NL), Ned.3, 21.00-22.00u.

Sinds het tv-drama Ik ga naar Tahiti (1992), waarin het fusilleren in 1945 van graficus H.N. Werkman verklaard werd uit persoonlijke rancune van een politiechef, vormen regisseur Gerrard Verhage en scenarioschrijver Ger Beukenkamp een hecht duo.

Onlangs zochten zij nog de publiciteit, omdat hun speelfilmproject Marx en Rosenblatt, een grimmige modernisering van Potasch en Perlemoer, maar geen subsidie krijgt. Getuige hun tv-drama De Panter en de Pissebed, vanavond uitgezonden door de Vara als deel van de trilogie In de Greep van de Staat over eigentijdse politieke kwesties, specialiseren Verhage en Beukenkamp zich allengs in cynische portretten van onaangename mensen.

De titelhelden van De Panter en de Pissebed vormen een echtpaar uit de klasse der nouveaux riches. De man (Tom Jansen) heeft zich ondanks zijn LTS-opleiding opgewerkt tot 'koning van de onderwereld', een rioolzuiveraar die met steun van de overheid en een beetje fraude de grootste tankcleaner van Nederland geworden is: “Vijftien procent van de netto winst reserveer ik voor boetes. Met een advocaat op de Lange Vijverberg kom je daar altijd mee weg.” Zijn vrouw (Willeke van Ammelrooy) sleept zich in panterpakjes van receptie naar receptie en moet haar bek houden, als ze zegt dat ze haar man liever niet in de bajes ziet eindigen; hij koopt haar kritiek af met de betaling van een tweede facelift.

In de vertolking van Jansen en Van Ammelrooy krijgen beide naar het leven getekende tragische proleten-met-geld zowaar allure. Het is alleen jammer dat scenario en regie zwelgen in de clichés, in de oppervlakkige sfeertekening van minachting voor gestudeerde slappelingen, die je in je zak kunt steken. Eerder dan een visie op de maatschappelijke implicaties van dergelijke wildgroei, ontvouwt het drama bewondering voor het anti-elitarisme van de hoofdpersonen. Niet het mechanisme van misbruik van economische en politieke macht wordt blootgelegd, maar de aantrekkelijkheid van apen met gouden ringen.

Ook al doet de FIOD in de slotscène een inval, de makers lijken het meeste plezier te beleven aan de vuilbekkerij van de schurken, zonder echt greep te krijgen op hun betekenis.