De edele wilden van het Pikmeer; Achter de schermen van de Kameleon-reeks

Paul Steenhuis: Helden zonder zee. Het verhaal achter Nederlands populairste jeugdboekenserie de Kameleon. Meulenhoff, 174 blz. ƒ 24,90

In mijn tiende levensjaar onderzocht ik het werkelijkheidsgehalte in de Kameleon-reeks van H. de Roos. Voeren de broers Sietse en Hielke Klinkhamer op het Pikmeer bij Grouw of woonden ze in Oldeboorn? Waar stond de molen die 'Woudaap' heet? De boerderij van Jellema, het paviljoen, de brug, de Klinkhamer-smederij, waar stonden ze in werkelijkheid? Mijn onderzoek leidde tot de conclusie dat sommige schrijvers over veel fantasie beschikken. Al ligt de verbeelding van H. de Roos dicht bij de werkelijkheid van mijn jeugd. De overall en klompen waarin de Klinkhamertjes rondlopen in de vele Kameleon-delen, droeg ik zelf. Een omgeving als waarin zij rondvaren zag ik bij elk bezoek aan mijn grootouders te Grouw. Maar hoe realistisch ook de omgeving van de Kameleon-personages, de wereld van het boek blijft tot op zekere hoogte de wereld van het boek.

Gedreven door de liefde van zijn jeugd ging de journalist Paul Steenhuis op zoek naar de (onthutsend onbekende) schrijver en de werkelijkheid achter de reeks. Een werkelijkheid die haar grenzen inderdaad kent. Zo rekent Paul Steenhuis - hoe mild ook - in zijn Helden zonder zee definitief af met het sprookje dat de recente toeristenindustrie van het Sneekermeerdorp Terherne schraagt: het zou als geheel 'model hebben gestaan voor het Kameleondorp'.

We lezen in Helden zonder zee dat De Roos als het om realiteit ging eerder de ars combinatoria hanteerde. Niks Terherne: de 'Woudaap' werd net als veldwachter Zwart uit Krommenie geïmporteerd, de smederij van Klinkhamer komt uit het Friese Langezwaag, het eiland met de bosjes uit Terkaple, het paviljoen uit Grouw, en het tweeling-motief (Sietse en Hielke zijn eeneiïg) weer uit Langezwaag, waar Hotze de Roos als zoon van een timmerman/socialistisch raadslid in 1909 werd geboren.

Dertien miljoen

Een eenvoudig man, de schrijver van maar liefst zestig delen van de Kameleon-reeks. De critici vonden zijn boeken trouwens ook uiterst eenvoudig - 'geen begin, climax of slot' schreef een recensent in 1980. Tegenover de geestdrift jegens Annie M.G. Schmidt steekt de officiële Kameleon-receptie schamel af.

Bij de lezertjes blijken de zaken echter al bijna vijftig jaar anders te liggen. Er gingen niet minder dan dertien miljoen Kameleon-boeken over de toonbank (Schmidt haalde er tien), wat De Roos in 1991 een nominatie voor de CPNB-publieksprijs voor het kinderboek opleverde. Hij overleed echter vóór hij kon vernemen wie had gewonnen.

In de paar interviews die hij in regionale kranten gaf, moppert hij wel eens over miskenning, in een bescheiden toespeling op 'lawaaischopperij' van Mulisch of Reve, maar het is de vraag of hij zich, gezeten in de voorkamer van zijn kleine timmermanswoning te Krommenie - waar hij zich als noodgedwongen arbeidsmigrant in de crisisjaren dertig had gevestigd en altijd is blijven wonen - vaak bekreunde om miskenning.

H. de Roos, een timmermanszoon die timmerman werd en in zijn vrije tijd kinderboeken schreef. Een eenvoudig man? Wie aanvankelijk in Paul Steenhuis' Helden zonder zee bladert, op zoek naar de werkelijkheid achter Woudaap en Kameleon-dorp, constateert met verbazing dat er grote namen vallen: Dickens, Rousseau, Goethe etcetera. Als Paul Steenhuis schrijft dat Erasmus' Lof der Zotheid van invloed is geweest op de wording van boerenknecht en plattelandsnar Gerben Zonderland in de Kameleon-reeks, haal je in eerste instantie de wenkbrauwen op. Daarbij zijn het geen geringe thema's die Steenhuis aansnijdt. Hij vindt in de Kameleon-reeks het beginsel van liberté, égalité en fraternité, Rousseauiaanse elementen, reminiscenties aan Neêrlands vervlogen glorie ter zee (de Klinkhamertjes als 'helden zonder zee'), intertekstuele verwijzingen (naar werk van Dickens of volksverhalen), hij haalt Rudi Fuchs aan als het de themacombinatie vrijheid-polder betreft, citeert Wim Kok als het erom gaat dat vrijheid iets is wat je steeds weer opnieuw moet veroveren, en combineert het formaat van de Kameleon - het kakelbonte, piepkleine, maar pijlsnelle opduwertje met automotor - zowel met de automobiel als symbool, als met een uitspraak van Thorbecke uit 1847 over de kracht van kleine staten. Ook Steenhuis' vergelijking van Sietse en Hielke Klinkhamer met de 'edele wilden van Voltaire of Chateaubriand' wekt op het eerste gezicht nogal verwondering.

Helden zonder zee is onmiskenbaar het boek van een Kameleon-fan. Toch maakt Paul Steenhuis op basis van archiefonderzoek en interviews duidelijk dat het met die eenvoud van Hotze de Roos wel meevalt. De schrijver van de Kameleon-reeks blijkt het typische product van het socialistische milieu in de jaren twintig en dertig, cultureel bijgevoed door Wereldbibliotheek en Volkshogeschool. En de Lof der Zotheid had de schrijver van de Kameleon-boeken wel degelijk gelezen.

'Hij zwoer bij Erasmus', zegt broer Gerrit de Roos.

Via de lessen op de Volkshogeschool maakte Hotze de Roos kennis met Rousseau. Hij schreef er zijn eerste (toneel)teksten en hield een uitgebreid dagboek bij.

'Daar ben ik gestimuleerd om door te gaan', zei De Roos in een van zijn schaarse interviews. 'Uiteindelijk heb ik me gewaagd aan jeugdboeken. Dat waagstuk ging dertig delen lang voortreffelijk. Generaties jongens en meisjes, onder wie Paul Steenhuis en ik, zijn door de Kameleon de wereld van het boek ingesleept. Een wereld die bij De Roos zo geloofwaardig voorkomt, dat je als kind nauwelijk kunt geloven dat alle landschappelijkheid waarin de personages zich bewegen ook niet in werkelijkheid op die manier door God en de mensen was gegroepeerd.

Pensionering

Na deel dertig werd het minder. Paul Steenhuis wijt die achteruitgang vooral aan de pensionering van timmerman De Roos. De grappen die hij op zijn werk hoorde, vormden een belangrijke bron voor de buitengewoon humoristische avonturenreeks over de Kameleon-schippers. Een klassieke Zonderland-grap bij voorbeeld is het verhaal over de visite die hij krijgt:

'Ik zette een theeschoteltje met hagelslag op tafel. Tast toe, zei ik. Hij nam een korrel chocola. Doe niet zo bescheiden, zei ik. Neem er nog één.'

De bron der zotheid droogde na Hotze de Roos' pensionering snel op. Het is dan ook niet toevallig dat de klassieke schelm en nar Gerben Zonderland in de laatste dertig delen figureert als getrouwd man, als boer met land. Hotze de Roos kon niet zonder de werkelijkheid om fictie te maken. Natuurlijk was er de krant: meer en meer werden de avonturen van de broertjes Klinkhamer doorspekt met recente maatschappelijke ontwikkelingen. Maar door de introductie van bij voorbeeld drugsdealers verloor de serie haar tijdloze karakter.

Dat neemt niet weg dat alleen al de eerste dertig delen van de Kameleon-reeks een monument vormen in de Nederlandse jeugdliteratuur, een monument dat door Paul Steenhuis op erudiete, grondige en sympathieke manier in de bloemen is gezet, met een studie die leest als de Kameleon-reeks zelf. Meeslepend, met open oog voor de werkelijkheid, en met respect voor de ongrijpbare poëzie van het platteland, dezelfde poëzie die de schrijvers van sommige kinderboeken tot de schrijvers van je jeugd maakt. Ot en Sien van Ligthart en Scheepstra heeft die kwaliteit, het werk van H. de Roos heeft dat ook: tot mijn genoegen werd ik er door Paul Steenhuis aan herinnerd.