Besluit valt volgende week; Kamer wil opheldering Bijlmerramp

DEN HAAG, 25 SEPT. De Tweede Kamer neemt volgende week een besluit over een parlementair onderzoek naar de ramp met het El Al-vrachtvliegtuig in de Bijlmermeer op 4 oktober 1992.

De werkgroep Vliegramp Bijlmermeer, onder voorzitterschap van het CDA-Kamerlid Th.Meijer, heeft de opzet voor een dergelijk onderzoek gisteren naar de Kamercommissie voor Verkeer en Waterstaat gestuurd. De verwachting is dat het voorstel brede steun krijgt.

De werkgroep zegt dat “bestudering van de tot nu toe beschikbare documenten ons niet tot de overtuiging heeft gebracht dat de gegeven informatie op alle onderdelen correct en volledig is”.

Het onderzoek zal zich onder meer richten op het verkrijgen van meer duidelijkheid over de lading van de El Al-Boeing.

Een deel van de vrachtbrieven, corresponderend met ruim 20.000 kilo vracht, is nog niet achterhaald. In de zes jaar die liggen tussen de crash en het besluit van de werkgroep, is bij stukjes en beetjes opheldering gekomen over een belangrijk deel van de lading. Die bestond onder meer uit militaire apparatuur. De leden van de werkgroep (PvdA, VVD, CDA, D66 en GroenLinks) willen enkele getuigen horen over de gang van zaken bij het verzamelen van vrachtbrieven en verzamelstaten.

De werkgroep wil op dit punt ook duidelijkheid over de rol van de Economische Controledienst (ECD).

Ook op andere onderdelen zullen getuigen worden opgeroepen. Die kunnen in dit 'gewone' onderzoek niet onder ede worden gehoord, wel in een parlementaire enquête. Daarom stelt de werkgroep voor om de mogelijkheid open te houden tezijnertijd over te stappen op dit zwaardere middel, bijvoorbeeld wanneer medewerkers van inlichtingendiensten moeten worden gehoord.

Verder zal worden onderzocht hoe de luchtverkeersbeveiliging de rampvlucht heeft begeleid.

Ander vragen betreffen de route die het zwaar gehavende toestel (dat twee motoren had verloren) kreeg uitgestippeld en de gezondheidsklachten van omwonenden.

De werkgroep wil tevens opheldering over de vraag hoe er verschil kan bestaan tussen de route die de luchtvaartautoriteiten hebben gereconstrueerd en de vlucht die volgens getuigen werd gemaakt.