Afwisselend aanbod met accent op de Spaanstalige film op festival in San Sebastián; Seks in Amerika in luchtige zedenschets

Het Spaanse San Sebastián herbergt jaarlijks een van de intiemste filmfestivals van Europa met 'voor elk wat wils, zonder een oncontroleerbaar monstrum te worden.' Indruk wekte met name de film 'Happiness' over de seksuele frustraties achter de façade van het Amerikaanse streven naar geluk.

SAN SEBASTIÁN, 25 SEPT. Zonder al te grote pretenties, met een afwisselend aanbod en hier en daar een verrassing: te midden van het jaarlijkse geweld van Cannes, Venetië en Berlijn verdedigde het filmfestival van San Sebastián, dat morgen eindigt, andermaal met succes zijn reputatie als een van de meer intieme filmfestivals in Europa. “Voor elk wat wils, zonder een oncontroleerbaar monstrum te worden”, zo definieert festival-direteur Diego Galán zijn geesteskind.

Dat daarbij een duidelijk accent ligt op de Spaanstalige film, met een aantrekkelijke markt van een paar honderd miljoen toeschouwers in het achterhoofd, mag daarbij niet verwonderlijk heten. Alleen al in Spanje steeg het bioscoopbezoek in het eerste kwartaal van dit jaar met zo'n 25 procent (elf miljoen verkochte kaartjes). De groei is ondermeer het gevolg van de explosieve groei van het aantal multiplex-theaters die de concurrentie in het aanbod stimuleren.

Maar ook de betrekkelijk laag-budgettaire producties van merendeels jonge regisseurs hebben inmiddels een voldoende aanbod van eigen bodem gecreëerd voor de thuismarkt. Kaskrakers als de thriller Abre los Ojos van Alejandro Amenábar of de vettige politiesatire Torrente van Santiago Segura zorgden het afgelopen jaar voor een stevige groei in de recettes. En hoewel nog aan de bescheiden kant, is nu ook de export van Spaanse films ontdekt.

In de officiële selectie presenteerde het Spaanse Lolafilms No se lo digas a nadie (Vertel het aan niemand) van de Peruaanse regisseur Francisco Lombardi. Lombardi, ondermeer bekend als verfilmer van Vargas Llosa's roman Cuidad de los Perros koos ditmaal de gelijknamige roman van Peru's populaire schrijver en televisiepresentator Jaime Bayly als uitgangspunt. Het verhaal van het met zijn homoseksualiteit worstelende rijkeluis-zoontje uit Lima is volgens de regisseur vooral een aanval op de hypocrisie van de macho-cultuur in de met coke overgoten upper-class. De film geldt in Peru reeds als een succes, maar of de thematiek ook buiten de Zuid-Amerikaanse context aan zal slaan valt nog te bezien.

Het met Lolafilms concurrerende Sogetel nam verhoudingsgewijs meer risico met Barrio (De Buurt), een harde sociale schets over de troosteloze zelfkant van Spanjes economische voorspoed onder de conservatieve regering Aznar. Regisseur Fernando León, duidelijk beïnvloed door het werk van de Britse veteraan Ken Loach, weet niet zonder humor een realistisch beeld te schetsen van de pogingen van drie 15-jarige vrienden om te ontvluchten uit de door armoe en drugskolonies geteisterde voorsteden van Madrid. En duidelijke kanshebber, meende de kritiek, al is de thematiek wellicht wat zwaar verteerbaar.

Antonio Banderas kreeg andermaal in Sebastián de kans om zijn rol als onbezoldigd filmambassadeur van Spanje waar te maken. Hoewel buiten mededinging kreeg The Mask of Zorro, waarin Banderas op overtuigende wijze de hoofdrol van Don Diego voor zijn rekening neemt, ruim de aandacht. Dat het verhaal van Zorro zich afspeelt tegen de achtergrond van de Spaanse onderdrukking in California deed daarbij kennelijk niet terzake. Banderas kon zijn beklag doen over de beperkte Latijnse invloed in Hollywood. En tegenspeler Anthony Hopkins ontving uit zijn handen een speciale prijs voor hetacteursoeuvre, een eer die hij dit jaar overigens deelde met John Malkovich en Jeanne Moreau.

Een goede ontvangst kreeg de eveneens buiten mededinging geselecteerde film Besieged van Bernardo Bertolucci. De liefdesgeschiedenis tussen een Afrikaanse emigrante en een Britse musicus in Rome bleef evenwel vooral steken in elegant verfilmde interieurs en ritmische Afrikaanse muziekfragmenten.

In de niet-officiële, open 'Zabaltegi'-selectie, viel meer te beleven. Met name Happiness, de hilarische zedenschets van Amerika's grootstedelijke middenklasse van de jonge regisseur Todd Solondz, wist indruk te wekken. Solondz weet wel raad met de vulkaan aan seksuele frustraties die borrelt achter de façade van het Amerikaanse modelstreven naar geluk. Pedofilie, telefoonseks en impotentie passeren op luchtige wijze de revue, waarbij vooral de kennelijke belangstelling voor sperma van de regisseur niet onvermeld mag blijven. Dat Solondz voor de bijrol van familiemoeder koos voor Louise Lasser - hoofdrolspeelster in de jaren zeventig-sitcom Mary Hartman - kan geen toeval zijn. Het lijkt alsof we Mary Hartman na twintig jaar opnieuw ontmoeten, dikker, zwaar aan de valium, met een man die wel wat Viagra kan gebruiken (Ben Gazzara) en volwassen kinderen ten prooi aan de perverse obsessies van alledag.

Beduidend minder was de ontvangst van Acid House, naar drie verhalen van de Schotse auteur Irvine Welsh. Duidelijk geïnspireerd op Welsh' succesvol verfilmde Trainspotting, weet regisseur Paul McGuigan alleen in het eerste verhaal van het drieluik te overtuigen. Enigszins tegenvallend bleek All the little animals, het (late) regisseursdebuut van Jeremy Thomas. De hoofdrol van John Hurt als een excentrieke dierenliefhebber verveelt geen moment, maar maakt de enigszins sprookjesachtige vertelling er niet minder voorspelbaar op.

Sterker bleek Divorcing Jack, een satirische thriller over de machtstrijd in het gepacificeerde Belfast. Deze coproduktie met de BBC had meer het karakter van een verdienstelijke televisiefilm. Het toeval wil dat de film juist wordt vertoond, nu de ETA in Baskenland een wapenstilstand heeft afgekondigd. Als er een parallel te trekken valt tussen Noord-Ierland en Baskenland, dan is het wel het onvermijdelijk samengaan van cynisch opportunisme met politiek fanatisme in Divorcing Jack. Wat dat betreft had de timing in het Baskische San Sebastián niet beter gekund.