Winkelen op stand

“We have a strict dressing code.” Niet begrijpend kijk ik naar de man in circuspak en vervolgens naar de drommen toeristen om me heen. Shorts en sweatshirts bepalen het straatbeeld in Londen. Pas na een dreigende frons wordt me duidelijk waarom me de toegang wordt ontzegd: als ik m'n been krom wordt een scheur zichtbaar in mijn spijkerbroek.

Zo'n selectie aan de poort maakt natuurlijk nieuwsgierig en dus proberen we het een deur verder. Met manke tred en weggedoken achter mijn reisgezel onttrek ik mijn gescheurde spijkerbroek aan het oog van de tempelwachters. Welkom in Harrods.

Luxury is the future, zo wordt de bezoeker van alle kanten verzekerd. En de waar wordt bij het woord gevoegd. Na de onvermijdelijke parfumafdelingen direct na binnenkomst wordt het binnenstromende publiek naar koopkracht opgesplitst. De hogere regionen van de maatschappelijke stratosfeer kunnen volstaan met een bezoek aan de lagere etages.

Deze lagere etages worden bevolkt door dienstig gekleed personeel, dat zich zichtbaar niet op zijn gemak voelt met mijn aanwezigheid - de klant is koning, maar wat zijn dit voor tijden waarin de koning gekleed gaat in een gescheurde spijkerbroek? “Kan ik u ergens mee van dienst zijn?” Nee, we kijken alleen even naar dit alleraardigste kanten hesje à raison de 335 Britse ponden.

De minder gegoede burger moet een lange weg afleggen naar het gedrang dichter bij het dak van het gebouw. De verschillende verdiepingen zijn met elkaar verbonden door de Egyptian stairs, een soort roltrappen in een neo-Egyptische, fin-de-siècle stijl. Een passende setting voor de plaquette die de Egyptische eigenaar van Harrods wil plaatsen voor zijn verongelukte zoon en diens geliefde, prinses Diana.

Het warenhuis is de spiegel van de maatschappelijke orde. Twee dagen later stapte ik de Parijse tegenhanger van Harrods binnen. Geen hinder ondervonden van mannen in circuskostuum. De Bally's en Gucci's naast de naamloze merken op één schoenenafdeling. De hoofddeksels voor arm en rijk op één-en-dezelfde hoedenboom. Het burgerkloffie naast de bontmantels. En dat alles in één doorlopende ruimte onder de grandeur van een glas-in-gietijzeren koepel. Vive Galeries Lafayette, vive la république.