Wereldburger moet zich in de VN kunnen herkennen

De Verenigde Naties lijken niet langer in staat een document te ratificeren met een reikwijdte in dezelfde orde van grootte als bij voorbeeld de Preambule tot het Handvest van de Verenigde Naties of de illustere Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

Vorig jaar heb ik dat onvermogen trouwens zelf kunnen gadeslaan bij de voorbereiding op de topconferentie bij het vijftigjarig jubileum van de VN, toen achter de coulissen werd geprobeerd een beknopt document op te stellen in de vorm van een verklaring die heel in het kort moest ingaan op de veranderingen die de afgelopen vijftig jaar in de wereld hebben plaatsgehad.

Tijdens die voorbereidingen kwam ik al snel tot het besef hoe moeilijk het tegenwoordig is om mondiale overeenstemming te bereiken over wat dan ook. Het was niet zo dat niemand met de voorgestelde teksten wilde instemmen, maar velen wilden eerst weten wie ze geschreven had en of dat geen mensen waren tegen wie zij zich hoorden te verzetten. Anderen wilden zuiver omwille van het prestige een zinsnede of alinea toevoegen of schrappen. En het gevolg was - het laat zich raden - dat geen enkel document tot stand kwam.

Ondanks deze mislukking en de steriliteit die eruit spreekt, geloof ik toch dat degenen onder ons die dat willen met wat moeite nog de spirituele facetten en de spirituele oorsprong van de door de Verenigde Naties verdedigde waarden kunnen belichten en die waarden ook in de praktische activiteiten van de organisatie tot uiting kunnen brengen. Als een betere toekomst voor deze wereld moet worden gezocht in het domein van de geest, in dat van de morele orde en in een nieuw besef van verantwoordelijkheid jegens deze wereld - en volgens mij moet en kan dat - wie anders dan de Verenigde Naties moet daarvan dan telkens opnieuw de katalysator zijn?

Er is al veel gezegd over de hervorming van VN-instellingen, waaronder ook de Algemene Vergadering en de Veiligheidsraad, en zelfs van de VN in haar geheel. Wat ik in dat verband zou willen voorstellen klinkt thans wellicht nog tamelijk onrealistisch, maar toch meen ik dat ik mijn gedachten over zulke hervormingen moet uiten, omdat ik er innig van overtuigd ben dat die gedachten, en de bezielende waarden erachter, het unieke en geweldig belangrijke streven van de VN in de toekomst kunnen verrijken.

Ik heb mijn eerste voorstel tot verandering al even genoemd: ik acht het raadzaam te speuren, vanuit de Verenigde Naties, naar een gemeenschappelijke ondergrond van spirituele waarden waarop de verschillende culturen van onze huidige wereld zich kunnen verenigen. De VN moeten op zoek gaan naar manieren om heel het stelsel dat tot doel heeft de thans door het mensdom gedeelde rechten en verantwoordelijkheden te bevorderen, waaronder ten minste de door de VN geformuleerde mensenrechten, dieper in deze spirituele ondergrond te doen wortelen.

Ten tweede meen ik dat de Verenigde Naties en haar diverse organisaties, comités en commissies bij alle activiteiten in toenemende mate en systematisch rekening zouden moeten houden met de waarde van de mensenrechten. Al hun handelen dient te wortelen in, verband te houden met, of te zijn afgeleid uit het begrip mensenrechten. Zo kan in de wereld wellicht een klimaat ontstaan waarin minder particularisme en minder onverschilligheid en tolerantie voor evidente misstanden heersen - een onverschilligheid die veelal wordt gemotiveerd door egoïsme of door bekrompen economische of geopolitieke belangen.

In mijn ogen wordt het grootste probleem van de hedendaagse multipolaire wereld - een wereld die recent honderden atavistische nationale belangen heeft zien herrijzen - niet gevormd door misdaden als zodanig, maar door tolerantie jegens misdaden. Om één voorbeeld te geven: men denke aan de lange tijd die het duurde voordat Europa een eind wist te maken aan de oorlog in Bosnië en Herzegovina. En wie weet had die oorlog tot op de huidige dag voortgeduurd als de Verenigde Staten niet hadden ingegrepen.

De derde opmerking die ik wil maken is zeker niet nieuw: alle VN-gremia, -instellingen en -procedures moeten nodig worden 'gedebureaucratiseerd' en 'gedeformaliseerd', wat tot grote besparingen op de begroting van de organisatie als geheel zal leiden. Een dergelijke hervorming zal de VN niet alleen in staat stellen haar zo belangrijke werk efficiënter uit te voeren, maar zal daarnaast het misschien wat intimiderende aanzien van haar bureaucratie wegnemen, waardoor de VN zelf wellicht de spirituele rol waarvan ik sprak effectiever zal kunnen vervullen.

Mijn vierde voorstel is het volgende: de Verenigde Naties moeten overwegen de Veiligheidsraad te herstructureren, hoe moeilijk dat ook moge zijn. In tal van opzichten is de huidige Veiligheidsraad slechts een overblijfsel uit de naoorlogse tijd. Ik stel me een Veiligheidsraad voor met een permanente zetel voor landen die de grootste bevolking hebben, de grootste invloed uitoefenen en het best zijn toegerust om de diverse continenten en beschavingsgebieden in de wereld te vertegenwoordigen. Geïntegreerde regio's zoals Europa zouden zich bijvoorbeeld heel goed door één gezamenlijke afgevaardigde kunnen laten vertegenwoordigen.

Daarnaast gaan mijn gedachten uit naar een veel flexibeler besluitvormingsproces. Een mogelijke hervorming op dat vlak zou kunnen zijn dat het vetorecht, dat nu door elk van de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad kan worden uitgeoefend, alleen geldig zou zijn als het wordt gebruikt door ten minste twee permanente leden.

Tot slot mijn wellicht belangrijkste voorstel: ik vind dat de Verenigde Naties alles in het werk moeten stellen om te zorgen dat de wereldburger haar als zijn of haar eigen organisatie gaat zien, niet slechts als een club van regeringen. Het lijdt geen twijfel dat zo'n imago op verschillende manieren zou kunnen worden versterkt. Zo zou men rechtstreeks belasting aan de Verenigde Naties kunnen betalen, waarbij de overheid van elk land het geld slechts int en doorstuurt naar de afgesproken bestemming. Bijdragen aan de VN zouden dan bijdragen van alle aardbewoners zijn, niet meer die van regeringen. Het zou prachtig zijn als alle mensen zouden weten dat de VN hun eigen organisatie is, al betalen ze er maar een miljoenste deel van hun jaarinkomen aan.