Wegbereiders van het poldermodel

De jeugdboekenserie de Kameleon, over de tweeling Hielke en Sietse met hun motorboot de Kameleon, bestaat vijftig jaar. Waarom werd deze serie Neerlands populairste kinderboekenreeks?

Vorige week verscheen van Paul Steenhuis bij uitgeverij Meulenhoff 'Helden zonder zee. Het verhaal achter Nederlands populairste kinderboekenserie'. 176 blz. ƒ 24,95. ISBN 90 290 5760 2

“Gemeenschapszin en persoonlijke verantwoordelijkheid zijn beide nodig om antwoord te kunnen geven op de grote vraagstukken en uitdagingen van deze tijd”, zei de koningin in de laatste troonrede. Voor de Nederlandse volwassenen die vroeger de boeken over Hielke en Sietse Klinkhamer en hun boot de Kameleon lazen - en dat moeten er velen zijn, omdat er dertien miljoen delen zijn verkocht - is dat gesneden koek.

Want Hielke en Sietse doen in al die boeken niets anders dan vervuld van gemeenschapszin hun verantwoordelijkheid dragen. Ze lossen problemen in hun omgeving op, ze helpen werklozen en minder bedeelden in hun dorp. En als op het meer zondagszeilers of onfortuinlijke beroepsschippers in moeilijkheden raken, schieten Hielke en Sietse te hulp in hun 'lompe maar sterke' motorboot de Kameleon.

Een beloning voor zulke reddingsacties hoeven ze niet: hooguit willen ze een zak peren voor hun vader en moeder, nadat ze een meisje van de verdrinkingsdood hebben gered. Want de tweeling rooft zelf de peren al van de boom achter de smederij van hun vader nog voor die rijp zijn. De beloningen die ze krijgen voor hun goede daden, zijn bestemd voor anderen, die het beter gebruiken kunnen. Materialistisch en egoïstisch zijn ze niet, deze twee jongensboekenhelden. Sterker nog: omdat de schrijver een tweeling van ze maakte, vormen ze op zich al een kleine gemeenschap. Samen zijn ze sterk, zonder overleg en samenwerking komen de twee nergens, dat snapt iedere jeugdige lezer.

Dat klinkt allemaal wel erg rechtschapen en altruïstisch, als je dit aspect uit de Kameleon-reeks zo apart belicht. Maar de van oorsprong Friese timmerman Hotze de Roos (1909-1991), die in Krommenie woonde en in zijn vrije tijd zestig Kameleon-boeken schreef, wist die boodschap goed te verpakken in avonturen, grappen en kwajongensstreken van Hielke en Sietse, hun vrienden Cor, Kees en Louw en de boerenknecht Gerben Zonderland. In 1948 voltooide De Roos zijn eerste boek, De schippers van de Kameleon. Generaties Nederlandse kinderen hebben sinds in 1949 dat eerste deel verscheen Kameleon-boeken gelezen omdat ze de grappen van Gerben zo leuk vonden en de avonturen van de tweeling op het Friese platteland zo spannend. Die boodschap namen ze op de koop toe, voorzover ze die al bewust tot zich namen.

Toch heeft De Roos dat idee van de gemeenschapszin met opzet in zijn boeken verwerkt. Hij kwam uit de armste streek van Nederland, de Woudstreek in Friesland, waar voor de Eerste Wereldoorlog de Nederlandse sociaal-democratie wortel schoot. Zijn vader, een timmerman-aannemer uit Langezwaag, was een sociaal-democraat, aanhanger van F. Domela Nieuwenhuis en later wethouder voor de SDAP.

In 1932, tijdens de crisis, bezocht de jonge Hotze de Roos een 'ontwikkelingskamp voor jonge werkloozen' van de eerste Nederlandse Volkshogeschool in Bakkeveen in Friesland, waar men gemeenschapszin predikte als oplossing voor de crisis. Daar kwamen hoogleraren van de Groninger universiteit cursussen geven, die de jonge werklozen ondermeer met denkbeelden van filosofen, zoals Jean-Jacques Rousseau, op de hoogte brachten. Diens ideeën over 'terug naar de natuur' en democratie, 'vrijheid, gelijkheid en broederschap' spraken de christelijke en sociaal-democratische Volkshogeschoolleiders erg aan. De Roos is sterk beïnvloed door die denkbeelden.

Dat is te merken als je Hielke en Sietse tegen die achtergrond bekijkt: ze zijn eigenlijk de belichaming van de Verlichtingsidealen - op een moderne Hollandse manier en toegesneden op kinderen, uiteraard. Hielke en Sietse staan met hun boot voor de vrijheid (liberté), want met hun Kameleon kunnen ze overal heenvaren in het waterige polderland. Ze symboliseren de gelijkheid van alle mensen (égalite), want ze zijn een identieke tweeling. En ze zijn niet alleen broers, maar helpen mensen in hun omgeving, als waren dat ook hun broers: ze hebben een ruime opvatting van de broederschap van alle mensen (fraternité). Bovendien zijn alle Kameleon-boeken op te vatten als een ode aan het platteland, het leven in de vrije natuur, ver weg van de verdorven stadse, materialistische cultuur ('terug naar de natuur').

De Roos maakt in de Kameleon-boeken het platteland spannend, vol rovers, dieren en avonturen. Zijn twee hoofdfiguren zijn nobele wilden uit Nederlands vrije natuur. Hij maakt helden van ze, met hun onoverwinnelijke boot.

Daarmee passen Hielke en Sietse volledig in de vaderlandse traditie van varende helden: ze zijn oppermachtig op het water, net zoals Tromp, De Ruyter en Bontekoe. Alleen met dat verschil dat Hielke en Sietse niet eerst scheepsjongens hoeven te worden, zoals De scheepsjongens van Bontekoe (van J. Fabricius). Ze zijn meteen de schippers van de Kameleon. Ook hoeven ze niet naar een verre kolonie: het paradijs in gedekoloniseerd Nederland is vlakbij moeders pappot te vinden - op het Friese platteland. Dat Nederlandse kinderen van na de oorlog, die steeds minder van vaderlandse maritieme glorie zagen, waarover ze nog wel op school wat te horen kregen, zich graag identificeerden met jonge moderne varende helden, lijkt me geen toeval.

Net zomin is het toeval dat Nederland nu de vruchten plukt van het zogenoemde poldermodel. Dat houdt kort gezegd in dat werknemers met werkgevers overeen zijn gekomen dat de werkers hun looneisen matigen, zodat de vaderlandse ondernemers beter kunnen concurreren met het buitenland. Maar in ruil voor die teruggeschroefde looneisen hebben de werkgevers moeten beloven meer banen te scheppen: zo kunnen de werklozen in Nederland aan de slag.

En dat is helemaal in de geest van Hielke en Sietse: ze hoeven zelf geen geld of beloning, maar gebruiken die om werklozen te helpen. Dat zowel de huidige werkgevers als de huidige werknemers in hun jeugdjaren de Kameleon-boeken lazen, heeft bijgedragen aan de totstandkoming van het poldermodel.