Vragen over toneel in Oosten

De Commissie Oostelijk Toneelbestel bracht deze week een rapport uit over het theaterleven in Oost-Nederland. De aanbevelingen blijken dubbelzinnig. Moet de artistiek leider van het Theater van Oosten van Amsterdam naar Arnhem verhuizen? Of moet hij weg?

AMSTERDAM, 24 SEPT. Het is de bedoeling dat we het “tussen de regels door lezen”, men wilde het “niet vet op de voorpagina hebben”, men heeft “een voorzet willen geven” en “een effect willen sorteren, zodat de juiste conclusies op de juiste plekken worden getrokken.” Ja, Leonard Frank, artistiek leider van Theater van het Oosten, zou moeten opstappen. Nee, dat Frank moet opstappen staat er niet. De twee ondervraagde leden van de Commissie Oostelijk Toneelbestel houden zich op de vlakte én spreken klare taal.

Het laatste op voorwaarde van anonimiteit. De commissie wordt immers niet geacht een kwalitatief oordeel te vellen. De opdrachtgevers - de gemeenten Arnhem, Enschede en Nijmegen en de provincies Gelderland en Overijssel - wilden een onderzoek naar de mogelijkheden het theaterleven in Oost-Nederland “nieuwe impulsen” te geven zonder “artistieke toetsing van individuele instellingen”. Dat behoort volgens hen tot de taak van de Raad voor Cultuur.

De aandacht van de commissie ging vooral uit naar de positie van hetTheater van het Oosten, de voornaamste toneelinstelling in de regio. Maar door de beperkte opdracht is het deze week uitgebrachte advies vaag. Dat het gezelschap een eigen huis zou moeten krijgen is duidelijk genoeg, maar wat wordt bedoeld met “een sterke artistieke en maatschappelijke binding” en “worteling in Arnhem” waarop het zich “in eerste instantie” zou moeten concentreren?

Volgens Herman Hofman, lid van het bestuur van Theater van het Oosten, dat zich overigens verheugd toont over de aanbevelingen, gaat het de commissie er niet om dat Theater van het Oosten Gelders drama gaat uitbrengen, maar dat de artistieke en zakelijke leiding (die berust bij de beiden in Amsterdam woonachtige Leonard Frank en Hans Verhoeven) in Arnhem woont.

Twee anonieme commissieleden bevestigen dat met “worteling” inderdaad bedoeld wordt dat leiding en spelers zich in Arnhem vestigen. Hans Verhoeven, die mede namens Frank zegt te spreken, geeft aan de aanbeveling een andere uitleg. “Als ze vinden dat we hier moeten gaan kroeglopen en onze kindertjes op school moeten doen, dan hebben ze met deze formulering wel een ongelooflijke omweg genomen. Dat kunnen ze dan toch gewoon zeggen?”

Verhoevens uitleg is voor het gezelschap veel gunstiger. Hij ziet Theater van het Oosten in de eerste plaats ontslagen worden van de landelijke reisverplichting en bovendien bevat het advies volgens hem aansporingen aan het adres van de gemeente Arnhem en de provinciale overheden om met meer geld over de brug te komen. Nu ontvangt het Theater van het Oosten uitsluitend rijkssubsidie (3,3 miljoen gulden). Verhoeven: “Dit is een belangrijk advies, want het trekt de regionale overheden terug in hun verantwoordelijkheid.”

Hoe vreemd Verhoeven het ook vindt om “in het openbaar over arbeidsvoorwaarden te onderhandelen”, hij wil toch wel zeggen dat Frank noch hij bereid is naar Arnhem te verhuizen. En opstappen zullen ze ook niet.

Maar de commissieleden beseffen: “Je kunt sleutelen aan een gezelschap wat je wilt, het succes staat of valt met de artistieke leiding”. “Maar we hebben ervoor gekozen, dat niet hardop te zeggen”. Eén van hen heeft, ten onrechte, begrepen dat Frank bereid is het veld te ruimen. Hij zegt dat “zeer te waarderen” en spreekt over de “juiste conclusies op de juiste plekken.”

Bestuurslid Hofman hoort ervan op dat Franks vertrek wordt beoogd. Men wil toch juist dat hij in Arnhem gaat wonen? Wil hij dat niet? “Nu ja, een halszaak is het niet.”.