Santa Monica

Zou Monica Lewinsky weten dat zij genoemd is naar de heilige Monica, de moeder van Augustinus, die zoveel leed heeft ondervonden van het slechte leven dat haar zoon leidde voordat deze zich bekeerde en zelf ook heilig werd verklaard? Het zou kunnen, want graaf Spencer wees er bij de begrafenis van zijn zuster Diana tenslotte ook fijntjes op dat zij die genoemd was naar de godin van de jacht uiteindelijk zelf degene zou worden op wie gejaagd wordt.

Maar waarschijnlijk is de kennis van de klassieken onder de Engelse upper class groter dan die van het rooms-katholieke eigen der heiligen onder de middle class van Santa Monica en omgeving. Sinds de laatste weken heeft de naam Monica overigens een welhaast even grote bekendheid verworven als die van Diana en wij mogen dan ook aannemen dat ook deze naam inmiddels door een pientere ondernemer als merknaam is gedeponeerd, al was het maar voor een wasmiddel. Aan een heiligverklaring, zoals onlangs voor Diana is voorgesteld, is deze Monica echter voorlopig nog niet toe. Het is interessant te zien dat president Clinton, terwijl hij steeds meer kritiek krijgt van zijn landgenoten, ook uit nogal onverwachte hoek steun heeft gekregen van niemand minder dan de toch als anti-Amerikaans bekend staande Franse ex-minister van Cultuur, Jack Lang. Deze heeft het idee gelanceerd voor een internationale campagne ten gunste van Clinton en aan de pers medegedeeld dat zijn idee in de Franse amusementswereld veel instemming heeft gevonden. 'Beaucoup, beaucoup, beaucoup', zo liet hij de Herald Tribune weten. Ik geloof het graag.

Niet minder interessant zijn de overeenkomsten en verschillen tussen de Lewinsky- zaak en de kwestie waaruit deze is voortgekomen, namelijk de Paula Jones-affaire. Bij deze laatste ging het niet om seks maar om 'sexual harassment', het min of meer onder druk opeisen of afdwingen van seksuele gunsten c.q. het lastig vallen van mensen (doorgaans vrouwen) met verlangens op dit gebied. Deze zaak en vele andere, zoals die van rechter Clarence Thomas die enige tijd geleden de gemoederen verhitte, zijn typerend voor het harde klimaat dat de man-vrouw-verhoudingen thans in Amerika beheerst en voor de typische advocatenmaatschappij die Amerika is geworden (er gaat geloof ik meer geld om in de advocatuur dan in de industrie), waarin geschillen bij voorkeur op het scherp van de snede worden uitgevochten.

Het meest curieuze aan de op causale wijze met elkaar verbonden Jones- en Lewinsky-affaires is echter dat zij op het eerste gezicht veel op elkaar lijken, maar bij nader inzien eerder elkaars tegendeel blijken te zijn. In beide gevallen gaat het om seks tussen een machtige man en een ondergeschikte vrouw. In het eerste geval om een gouverneur en een niet zeer kwetsbaar ogende receptioniste. In het tweede om de 'machtigste man ter wereld', zoals het cliché luidt, die iets heeft met een nauwelijks volwassen stagiaire. Het laatste lijkt dus veel erger dan het eerste, maar dat is het niet want het gaat hier kennelijk niet om 'sexual harassment', maar om iets heel anders, niet minder klassiek overigens: een machtig man die valt voor de verleidingen van een jonge vrouw, in dit geval, om met Remco Campert te spreken, 'een jong ding uit de achterban'. Het is overigens opvallend dat alleen vrouwelijke columnisten zich afvragen hoe het mogelijk is dat een man zo dom kan zijn. Zouden die nooit een boek hebben gelezen?

De extreme standpunten die in deze zaak worden ingenomen en die lopen van 'niets aan de hand' tot 'de president moet weg', komen voort uit het feit dat hier enkele belangrijke principes met elkaar in botsing komen. Zo botst het nieuwe, overigens in Middle America minder algemeen dan in Europa beleden credo van de privacy ('wat twee volwassen mensen samen doen, is alleen hun zaak') met het oude Amerikaanse geloof dat de first family een voorbeeld voor het Amerikaanse volk moet zijn, onder andere door de waarde en schoonheid van een harmonieus gezins- en familieleven uit te dragen. Anderzijds botst het besef dat weinig persoonlijke relaties en maatschappelijke instellingen kunnen overleven zonder enig gelieg of althans een grote economie met de waarheid met de traditionele en begrijpelijke eis dat het woord van de president boven iedere twijfel moet zijn verheven. Het is dan ook een uitstekend idee om het belang van privacy nog eens met kracht te bepleiten, zoals Thomas Nagel in de Times Literary Supplement van 14 augustus jl. heeft gedaan, maar het is wat al te gemakkelijk om de hele zaak af te doen met de opmerking: 'wij liegen nu eenmaal allemaal altijd over dit soort dingen'.

In de klassieke Engelse romans komt de held, net als president Clinton, vaak in een moeilijke situatie terecht. Als het goed is, doet hij ten slotte 'the only honourable thing to do'. Dat is meestal zoiets als niet trouwen met zijn grote liefde maar met de vrouw aan wie hij zich nu eenmaal verplicht heeft, dan wel zich aanmelden voor de koloniën of als vrijwilliger naar het front vertrekken. In deze traditie zou 'the only honourable thing to do' voor Clinton zijn geweest: aftreden en weigeren over zijn privéleven te spreken. De meest praktische, maar weinig verheffende oplossing zou zijn geweest: aanblijven en alles bekennen. Een meester in de politieke overleving zijnde, koos Clinton voor de middenweg. Dat kan nog altijd verkeerd aflopen, maar ook goed.

Voor een proces tot heiligverklaring van Monica Lewinsky is het, zoals gezegd, nog te vroeg. Wel dient zij geprezen te worden voor de eerlijkheid waarmee zij verklaarde: 'Ik lieg al mijn hele leven'. Het is misschien wat verrassend om een prijs voor eerlijkheid toe te kennen aan iemand die verklaart altijd te liegen, maar toch is deze paradox minder ingewikkeld dan de klassieke: 'Alle Kretenzers zijn leugenaars, zei de Kretenzer'. Ik zou trouwens nog een stap verder willen gaan en het niet willen laten bij een prijs, maar ook willen voorstellen twee monumenten voor haar op te richten: een namens de vrouwenbeweging, omdat zij de macht van de vrouw op zo treffende wijze heeft aangetoond, en een vanwege de mannenbeweging (als die bestaat), omdat zij heeft laten zien dat mannen niet altijd opdringerige lastpakken zijn, maar soms ook onhandige, zij het geen onschuldige, slachtoffers van vrouwelijke verleiding. De opschriften voor deze beide monumenten zijn niet moeilijk te bedenken. Op het eerste kunnen de beroemde woorden van George Bush komen te staan: 'Read my lips', op het tweede, met een variant op Hamlet: 'Frailty thy name is man'.