Rekenkamer heeft zware kritiek op werkwijze CRI

DEN HAAG, 24 SEPT. De uitwisseling van recherche-informatie tussen de divisie Centrale Recherche Informatie (CRI) en de politieregio's vertoont ernstige gebreken. Ruim de helft van de recherchegegevens die in anderhalf jaar bij de CRI zijn gemeld, klopt niet of niet meer.

Dit concludeert de Algemene Rekenkamer in een uiterst kritisch onderzoeksrapport dat vandaag verschijnt. Minister Korthals (Justitie) en de CRI onderschrijven de bevindingen van de Rekenkamer.

De CRI, sinds 1994 onderdeel van het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD), ondersteunt politie en justitie bij de bestrijding van zware en georganiseerde criminaliteit. In 1997 bedroeg het budget van de CRI 78 miljoen gulden.

De Rekenkamer onderzocht de informatie die de CRI en vijf geselecteerde politieregio's elkaar vorig jaar verschaften en ontdekte dat de regio's recherche-informatie van landelijk belang onvoldoende doorgeven aan de CRI. De helft komt nooit bij de CRI terecht, de overige informatie is vaak incompleet. Ook is recherche-informatie soms nog jaren nadat een onderzoek is afgerond als actueel in de systemen van de CRI opgeslagen.

De Rekenkamer wijt het gebrek aan informatie-uitwisseling deels aan “emotionele en uit de politiecultuur voortvloeiende weerstanden” tegen samenwerking binnen de politie-organisatie. Ook de grote verschillen in automatiseringssystemen tussen de politieregio's worden een 'ernstige complicatie' genoemd. De CRI is volgens de Rekenkamer in een vicieuze cirkel verzeild geraakt. Door “onvoldoende vertrouwen” wordt informatie niet uitgewisseld.

Ook de zogenoemde veredeling, het nader uitwerken van specialistische recherche-informatie, is zo slecht ontwikkeld dat “de aanwezigheid en de continuïteit” van de specialistische rechercheafdeling “voor de langere termijn [...] onvoldoende gewaarborgd” is.