POLITIEK

Nu de verkiezingen steeds dichterbij komen, verdwijnt de behaaglijke voorsprong die de SPD lange tijd in de peilingen had. Tot in april leken de socialisten steeds populairder te worden, wat vooral ten koste ging van de Groenen. Maar de christen-democraten winnen sindsdien weer terrein, terwijl de aanhang van de SPD kleiner wordt.

Volgens een peiling van 20 september is de achterstand van CDU en CSU op de SPD nog slechts 2 procentpunt (38,5 procent tegen 40,5 procent). Wat voor de christen-democraten nu misschien nog belangrijker is dan een procent meer of minder, is de uitslag die de liberale coalitiepartner FDP komende zondag behaalt. De liberalen zweven namelijk gevaarlijk dicht langs de rand van de kiesdrempel van 5 procent. Dit kan betekenen dat zij geen zetels in de Bondsdag zullen veroveren. Voor de ex-communistische PDS geldt dat gevaar minder. Deze partij zit in de peilingen weliswaar onder de kiesdrempel, maar moet toch in staat worden geacht de meerderheid in minimaal drie kieskringen te veroveren, wat voldoende is om de kiesdrempel te omzeilen. Als de SPD de verkiezingen wint en de kanselier mag leveren, komt zij in een comfortabele positie terecht. De Bondsraad, de Duitse Eerste Kamer, wordt namelijk gedomineerd door gelijkgezinde politici uit de deelstaten. Grote veranderingen hebben zich in het Duitse politieke landschap nooit voorgedaan. Twee partijen zijn altijd dominant geweest: de SPD en de combinatie CDU/CSU. Sinds 1980 zijn de Groenen en de SPD concurrenten op de linkerflank. De PDS trekt kiezers van alle gezindten.