'MID beïnvloedt kwestie Srebrenica'

ROTTERDAM, 24 SEPT. Het onafhankelijke onderzoek dat de Noordhollandse commissaris van de koningin J. van Kemenade doet naar de val van de enclave Srebrenica, wordt tegengewerkt door de Militaire Inlichtingendienst MID. Dat vindt de vakbond voor defensiepersoneel VBM/NOV.

Voorzitter J. Golsteijn van de vakbond zegt dat het hoofd van de MID, H. Vandeweijer, op 20 augustus zijn afdelingshoofden heeft geschreven dat MID-medewerkers, die door Van Kemenade worden benaderd, “bij de interviews gebonden zijn aan hun geheimhoudingsplicht”. Dat verbaast Golsteijn zeer. “Geheimhoudingsplicht bestaat alleen maar als er sprake is van staatsbelang. Dat is hier toch niet aan de orde?”

Golsteijn vraagt zich af of generaal O. van der Wind, die namens de zogenoemde commissie-De Ruyter het debriefingrapport over Srebrenica schreef, wèl of geen informatie heeft gehad van werknemers van de MID.

In de brief aan zijn afdelingshoofden meldt Vandeweijer voorts dat hij het “wenselijk” vindt dat “indien MID-medewerkers voor een interview worden benaderd, zij mij tijdig op de hoogte stellen”. Golsteijn is van oordeel dat de MID zo “een filter plaatst” op het onderzoek van Van Kemenade.

Begin augustus kreeg Van Kemenade opdracht na te gaan of er aanwijzingen zijn dat het ministerie van Defensie feiten of mededelingen over Srebrenica achterhield of onzorgvuldig behandelde. Het gaat daarbij onder meer over de verloren gegane fotorolletjes.

Golsteijn heeft “twijfels” over de samenstelling van de commissie. Hij heeft “sterke aanwijzingen” dat er “voorlichters van Defensie” deel van uitmaken. Dat noemt hij “onaanvaardbaar, omdat zij mogelijk niet objectief zijn”. Het stoort Golsteijn dat Van Kemenade weigert de namen van zijn medewerkers bekend te maken.