Leraren nog bang voor de computer

In Den Haag kregen oud-leraren die willen herintreden gisteren voorlichting. Twee van de drie aangeschrevenen willen eerst bijgespijkerd worden voor ze les gaan geven.

DEN HAAG, 24 SEPT. Het zijn vooral zenuwen die oud-onderwijzers ervan weerhouden weer voor de klas te gaan staan. Natuurlijk, ze willen graag want 'lesgeven is lesgeven'. Maar de vraag is of ze het nog wel kunnen, want 'er is zoveel in het onderwijs veranderd'. De honderd belangstellenden kwamen er gisteravond in de Haagse Hogeschool niet helemaal uit. De meeste van hen hebben meer dan tien jaar geleden voor het laatst voor de klas gestaan. Ze zouden terugkeer nooit overwogen hebben als oud-staatssecretaris Netelenbos hen niet een brief had gestuurd met de vraag of ze weer wilden lesgeven. Met name de introductie van computers en de mondigheid van de leerlingen blijken een grote drempel. “Lesgeven is niet meer gewoon voor de klas staan en doceren. Lesgeven is nu samenwerken met de kinderen”, meent Elaine Jesserun-Essed (52).

Jesserun is moeder van volwassen kinderen. Nu die uit huis zijn, wil ze weer iets doen. Terug naar school ligt voor de hand met haar onderwijservaring - ze stond vier jaar als onderwijzeres op een basisschool. “Ik ben er al wel een hele tijd uit”, zegt ze. “Maar lesgeven heb ik altijd al prettig gevonden. Ik denk dat ik een goede bijdrage kan leveren aan het onderwijs, en het komt mijzelf natuurlijk ten goede.”

Het ministerie van Onderwijs is heel blij met moeders als Jesserun, omdat zij kunnen helpen om het lerarentekort op de basisschool weg te werken. Speciaal voor deze groep organiseert het ministerie opfriscursussen. De oud-onderwijzers worden ingewijd in de laatste onderwijsvernieuwingen en kunnen lesgeven in een 'nagebootste schoolsituatie'. Een eventuele stage moet de laatste twijfels wegnemen.

Dominique Markerink (36) is inmiddels aan de slag als lerares in groep een en twee. Ze werd begin dit jaar “letterlijk van het schoolplein geplukt” toen ze haar dochtertje ophaalde. “De school had dringend mensen nodig. Zelfs met mijn diploma van de kleuterkweek, kon ik aan de slag. Het bevalt beter dan ik had gedacht. In vijftien jaar is niet zo heel veel veranderd. En binnen twee weken had ik die computers door.” Ook Louise Gros (32) staat met veel plezier opnieuw voor de klas. “De kinderen zijn mondiger, maar bang hoef je niet voor ze te zijn.” Wat haar wel energie kost, zijn de buitenschoolse activiteiten en vele vergaderingen. “Vroeger waren daar veel minder van.” Markerink en Gros vertellen de aanwezigen dat de opfriscursus juist dat extra duwtje richting het onderwijs is. “Ik ontmoette allerlei mensen die in het zelfde schuitje zaten. Bovendien gaf de cursus me het gevoel dat ik nog echt wel voor de klas kon staan”, zegt Gros.

Maja van Reeven (34) is inmiddels over de drempel heen en heeft gesolliciteerd op de school van haar kinderen. Maar ook als die school haar niet aanneemt, zal ze verdergaan met zoeken. “Ik heb de afgelopen jaren als vrijwilliger met kinderen gewerkt. Ik wist niet dat er zoveel leerkrachten nodig waren”, zegt Van Reeven, opgeleid tot kleuterleidster. Een opfriscursus lijkt haar een goed idee om er “weer even in te komen.”

De voorlichtingsavond blijkt een groot succes. Vooral het filmpje over een leerkracht op een basisschool overtuigt. De lesmethode mag zijn veranderd, maar de kinderen reageren nog net zo als tien jaar geleden. En zoals de lerares uit het filmpje meldt: “Als je niet weet hoe de computer werkt, is er altijd wel een dreumes die het ding wel aan de praat krijgt.”