Kostbare drinkglazen in Fries museum

Tentoonstelling: Het wellvaaren van deese bodem. Frides Laméris en zijn zoektocht in de glazenkast van het Fries Museum. Fries Museum, Turfmarkt 11, Leeuwarden. T/m 8 november. Ma-za 11-17u, zo 13-17u.

Het grootste deel van het glasbezit in het Fries Museum is afkomstig uit een legaat dat in 1892 aan het museum werd geschonken. Vaak kwamen de stukken niet uit hun kasten. Maar een paar maanden geleden heeft de Amsterdamse kunsthandelaar Frides Laméris deze deelcollectie bekeken en er een een kleine expositie uit samengesteld. Ongeveer 170 glazen, voornamelijk daterend uit de 17de en 18de eeuw, komen nu op de expositie tot hun volle recht.

Het is overigens de vraag of het glaswerk in de vorige eeuwen wél frequent tevoorschijn werd gehaald, want het gaat niet om gewoon gebruiksgoed, maar om kostbare gelegenheidsglazen en -bokalen. De tamelijk grote kelk of cuppa is dikwijls met rad of diamantstift gedecoreerd en draagt niet alleen toepasselijke spreuken of andere opschriften, maar ook afbeeldingen van familiewapens, schepen of historische figuren. Het drinkende gezelschap toastte bij speciale gelegenheden bijvoorbeeld op een destijds illustere geleerde ('vivat professor Cannegieter') of op de stad Franeker of Leeuwarden. De exemplaren met een radgravure van David die zijn hartsvriend Jonathan de hand reikt, zijn bedoeld voor een dronk op trouw-tussen-mannen. Ten overvloede is de tekst 'Glick deze twee bestan moet onse trowe gaan' toegevoegd.

De titel van de tentoonstelling is gebaseerd op de 'welvaren-glazen'. Gekalligrafeerde teksten en fraaie, gegraveerde taferelen benadrukken het verlangen naar voorspoed, of welvaren, voor ernstige zaken. Bijvoorbeeld voor 'deese bodem', Oost-Indië of - speciaal voor de tuinbouwsector - de godin Flora. Een mengeling van trots op wat bereikt is en bezwering van de wisselvallige fortuin spreekt uit een heilwens als 'het wellvaaren van onse landerijen'.

Niet direct als drinkglas herkenbaar zijn twee ducdalfs, omstreeks 1600 in Antwerpen gemaakt. Ze hebben het uiterlijk van een tafelbel, maar dienden ook - omgekeerd - als beker voor wijn. De bel werd geluid en de wijn, die men in één teug moest uitdrinken, werd ingeschonken. De naam voert terug naar de gehate hertog van Alva (duc d'Alva) die in 1573 de Nederlanden verliet. Zijn vertrek werd nog lang daarna met een heildronk herdacht.

Tot de grootste kostbaarheden behoort een hoog fluitglas van uiterst dun 'cristallo'. Een onbekende kunstenaar heeft op de kelk een levendige gravering van bloemen, engelen en vogels aangebracht. De sierlijke cuppa rust op een serpentstam, een alsmaar gedraaide glasdraad in de vorm van een slang, waarin een toets blauw is verwerkt. De combinatie van fluitglas en serpentstam van zo'n hoge kwaliteit komt zelden voor.

De tentoonstelling eindigt met een paar glazen tafelvoorwerpen uit de 18de eeuw, waaronder een 'arbre'. Aan een stammetje, bekroond door een kom, ontspruiten acht takken waaraan steeds een klein mandje hangt, bestemd voor amandelen, gember, vijgen of andere gesuikerde vruchten. Dit Luikse tafelstuk bezit geen opschriften of symbolische afbeeldingen van stedelijke welvaart of vriendschap. Het verwijst alleen naar een uitgebreid en feestelijk dessert, de bekroning van een maaltijd waarin de glazen rijk gevuld waren.