Instrumenten die jagen naar een orgie van geluid

Concert: Asko Ensemble o.l.v. Oliver Knussen. Werken van Benjamin, Lindberg en Andriessen. Gehoord 23/9, Concertgebouw Amsterdam. Herhaling 24/9 Muziekcentrum Vredenburg, Utrecht.

Als een pronkende pauw achter een strak hekwerk verbergt Ravel in de Prelude van l'Heure Espagnole een serene melodie achter het monotone getik van staande klokken en pendules. Ook Louis Andriessen kent het effect van een schemerende schoonheid. In De Snelheid (1982-84), het laatste werk op het eerste concert in de serie Tijdgenoten woensdagavond in het Concertgebouw, zijn het de strakke, snelle pulsen van de Woodblocks die een zachte melodie in de lage fluiten als het ware wegtikken. Andriessen hoorde in 1981 op een concert in Kopenhagen een duet voor contrafagot en contrabas en stelde vast dat het hier verre familie betrof - beide instrumenten zijn uiteindelijk uit hetzelfde materiaal. Zo ontstond een stuk dat over hout zou gaan, vandaar de Woodblocks. Uit dit gegeven groeide echter een andere uitgangspunt, ontstond tenslotte een muzikaal essay over de snelheid. Twee koperensembles volgen de houtstaafjes, elkaar opzwepend in alternerende hoketusstijl, een derde groep met fluiten, harpen en strijkers richt zich nauwelijks hoorbaar naar een langzame puls. Maar dié zal het winnen. De dreunende trom roept uiteindelijk ieder instrument tot zijn orde.

Tegenover Andriessens beklemmende bewering van de tijd stond het nog steeds te voltooien Engine uit 1996 van Magnus Lindberg. De titel verwijst naar het computerprogramma 'Patchwork', waarvan Engine, dat in staat is harmonische regels te genereren, een afgeleide is.

Het werk had echter ook 'opening van het jachtseizoen' kunnen heten, de instrumentengroepen jagen elkaar op, duwen en rukken, dreigende crescendi voeren naar een orgie van geluid. Verbaasd kijk je naar het podium: komt dat allemaal van slechts negen blazers, vijf strijkers en één slagwerker? Aanvankelijk vlecht Lindberg rustpunten in, maar halverwege besluit hij dóór te razen. Enkele unisoni in het koper zou je kunnen opvatten als reflectieve momenten, maar dan wel heel korte, vóórt gaat de jacht.

Ook George Benjamin kan een klemmend betoog opbouwen gehoord de derde van zijn Three Inventions (1993-95) in een flirt met Aziatische rituele hofmuziek. Maar Benjamin is beslist esthetischer dan Lindberg of Andriessen, vooral uit op prachtige scherpe klankkleuren. Kinderen zijn bang voor pauwenveren, voor de vreemd bizarre glans ervan, en het is dit coloristische effect dat Benjamin succesvol nastreeft.

Zo was er een duidelijke programmaopbouw vanuit een esthetisch standpunt (Benjamin) over een jachtig (Lindberg) naar een beklemmend (Andriessen). Het Asko Ensemble analyseerde terzake deze verschillen, maar waarschijnlijk komt Andriessens werk beter tot zijn recht in een minder wollige akoestiek. Zo lijkt het Nederlands Philharmonisch Orkest dat op 7 en 8 december De Snelheid uitvoert in de koelere Beurs van Berlage met een voorsprong te beginnen.