Het oosten als laboratorium

HEEFT U geen angst voor de verhuizing van Bonn naar Berlijn?'', vraagt de jonge politicus in het schilderachtige stadje Rheinbach bij Bonn.

“Heeft u echt geen angst dat de Duitsers zich daar anders gaan gedragen in die grote stad met die enorme Pruisische gebouwen?” De jonge politicus, lid van de Bondsdag, huivert. Angst heerst in het provinciale Bonn, de stad zonder 'verleden', waar nu nog de regering en het parlement zitten. Angst voor de grote Umzug naar de hoofdstad Berlijn.

Jarenlang heeft een steeds groter wordende groep parlementariërs geprobeerd de verhuizing tegen te houden. Zakkenrollers, het verre 'Oosten', de Russische mafia, de 'Pruisen' - het vervult de katholieke Rijnlanders met angst.

Met 'gouden' regelingen probeert de regering de angst weg te nemen, van 'scheidingsgeld' voor achtergebleven gezinnen tot wekelijkse vliegtickets. Een enkeling wil nog dat het onderhoud van het paard door de Staat wordt betaald.

Aan de vooravond van de nieuwe eeuw - een Zeitwende - begint voor de Duitsers een nieuw hoofdstuk. Na twee dictaturen en een oorlog keert de politiek terug naar Berlijn.

Tezelfdertijd verdwijnt de D-mark, de geliefde munt die symbool staat voor het Wirtschaftswunder - het enige waarop de Duitsers na de oorlog echt trots zijn. De mark verbindt Ossies en Wessies met elkaar. ('Komt de mark niet naar ons, dan komen wij naar haar', riepen de Oost-Duitsers in '89.) De mark wordt euro. De uitspraak van Thomas Mann wordt werkelijkheid: 'Ik ben een Duitse Europeaan en een Europese Duitser.' Vooral voor Oost-Duitsers is dat nog even wennen.

En dan is er, behalve Hauptstadt Berlin en de euro, die derde factor van onzekerheid. Het einde van het 'tijdperk-Kohl' nadert. Zestien jaar heeft de kanselier het land met rustige hand geregeerd. Wie komende zondag de verkiezingen ook mag winnen (Kohl en zijn rivaal Schröder zijn verwikkeld in een nek-aan-nek-race), het is de laatste keer dat Kohl zichzelf kandidaat stelt. Achter hem staat de nieuwe generatie klaar, aangevoerd door 'kroonprins' Wolfgang Schäuble, de man in de rolstoel.

De nieuwe bondskanselier wacht zware taken. Hij zal het Duitse model moeten hervormen - alleen al om gunstiger voorwaarden te scheppen voor investeringen en banen, zodat de torenhoge werkloosheid kan dalen. Hij zal meer bruggen tussen Ossies en Wessies moeten bouwen.

Voorlopig is de kloof tussen het oosten en westen van Duitsland de afgelopen jaren alleen maar toegenomen, tussen werkenden en werklozen, haves en have-nots. In het oosten groeit stille woede: over 'annexatie' door de Wessies, over de 'ellebogenmaatschappij' van het kapitalisme, over de gebroken beloften en over de pijnlijke littekens van het verloren verleden. Eén op de tien Oost-Duitsers verlangt terug naar de DDR. De groep die uit onvrede wil stemmen op de PDS van de vroegere communisten of op extreem-rechtse partijen wordt er op 30 procent geschat.

Wie zal het vermoeide Duitsland de nieuwe eeuw binnenloodsen? Kohl (68), de staatsman? Of Schröder (54), de charmeur?

Duitsland staat op een politiek kruispunt. Voor het eerst in de naoorlogse geschiedenis kan een coalitie van 'rood en groen', van SPD en Groenen, aan de macht komen. Geven de Duitsers hun stem aan Gerhard Schröder en Joschka Fischer, dan betekent dat het einde van Adenauers politiek van 'Keine Experimente' en begint een politiek avontuur.

Schröder ziet zichzelf als hervormer. Hij belooft een 'derde weg' die het Duitse model overeind houdt. In zijn campagne blijft hij echter vaag over zijn plannen voor modernisering en mijdt hij pijnlijke waarheden. Het terugdraaien van hervormingen, die de SPD heeft aangekondigd, klinkt weinig veelbelovend. Het is zo goed als zeker dat 'rood-groen' meer belastingen, een milieurevolutie en meer strijd betekent. Maar haalt het Duitsland uit de malaise, met echte banen?

Een stem voor Kohl en de liberale FDP betekent 'weiter so': wel hervormen, maar kalm aan. Belastingverlaging vormt het hart van Kohls verkiezingsprogramma. Alleen lastenverlichting trekt de broodnodige investeerders aan die banen scheppen. De regering wijst herhaaldelijk naar het 'wonder in Holland', waar lonen zijn gematigd, het sociaal stelsel is afgeslankt en de werkloosheid sterk is gedaald. Dat moet in Duitsland toch ook kunnen, zo meent Kohl.

Wie Duitsland ook zal regeren, de hevige internationale concurrentie dwingt veranderingen af. De politiek mag moeite hebben met hervormingen, de positie van het bedrijfsleven is na jaren van pijnlijke reorganisaties niet te beklagen. Onder druk van de globalisering zijn concurrentiekracht en winstpositie van Duitse ondernemingen sterk verbeterd. De renaissance van de auto-industrie is daarvan het beste voorbeeld.

Aan innovatie lijkt het ook niet te ontbreken. Jaarlijks worden nieuwe records op patenten gebroken. Intussen is dankzij enkele hervormingen van de regering-Kohl het aantal ziekmeldingen sterk gedaald en worden al twee jaren gematigde CAO's afgesloten.

De winkeltijden zijn versoepeld. Tegelijkertijd zet het herstel van de Duitse economie door dankzij een explosief groeiende export. De buitenlandse investeringen beginnen volgens de nieuwste cijfers zelfs voorzichtig aan te trekken.

Desondanks blijft de werkloosheid, die licht daalt, met bijna 4,5 miljoen uiterst hoog. Volgens het IMF en de OESO, de organisatie van industrielanden in Parijs, is dit voor 80 procent te wijten aan de hoge druk van sociale premies en belastingen. Zonder ingrijpende structurele hervormingen van het sociale stelsel (ziektekosten, pensioenen) en het belastingsysteem zal het aantal werklozen nog lang boven de 10 procent liggen, zo waarschuwde het IMF deze week.

Is er in Duitsland al niet een stille revolutie gaande? “Het oosten beleeft veranderingen die in het westen van Duitsland nog onzichtbaar zijn”, zei Kurt Biedenkopf, de premier van Saksen op een recent CDU-partijcongres. In Oost-Duitsland geldt de wet van de remmende voorsprong. Er ontstaan hyper-moderne bedrijven met de nieuwste technologieën, de hoogste productiviteit en moderne arbeidsverhoudingen.

Zo heeft Volkswagen in Zwickau een supermoderne fabriek gebouwd, Eko Stahl in Eisenhüttenstadt en de Opel-vestiging in Eisenach is het meest productieve autoconcern ter wereld. Ongeveer 2.000 werknemers zetten daar 180.000 Corsa's en Astra's in elkaar. Acht jaar geleden werkten er nog 9.500 werknemers, die per jaar niet half zoveel auto's afleverden.

Bij Dresden ontstaat een klein Silicon Valley aan de Elbe met grote concerns als Siemens, de Amerikaanse chipfabrikant AMD en honderden kleinere computer- en micro-elektronische bedrijven.

Nog zijn Siemens, Opel, Eko Stahl en Volkswagen oases in een woestijn. Terwijl een vijfde deel van de Duitse bevolking in het oosten woont, wordt daar ondanks de enorme investeringen slechts een tiende van de totale binnenlandse productie geleverd. Maar wat zijn acht jaren bij de overgang van een rotte commando-economie naar democratie en kapitalisme, zo vroeg de Amerikaan Fred Irwin, president van de Amerikaans-Duitse Kamer van Koophandel, zich eerder dit jaar af.

Hij rekende voor dat de laatste jaren driehonderd Amerikaanse bedrijven 13 miljard in het oosten van Duitsland hebben geïnvesteerd: goed voor 60.000 arbeidsplaatsen. De mensen willen er werken en zijn bereid er iets voor te doen. Irwin heeft er alle vertrouwen in dat Duitsland verandert, “maar het duurt alleen zo verdraaid lang”.

Intussen vestigt aan toenemend aantal West-Duitsers zich in het oosten. Voor het eerst sinds de hereniging verhuisden vorig jaar evenveel Wessies naar het oosten als Ossies naar het westen.

Het oosten wordt in toenemende mate een laboratorium voor het westen van Duitsland. De turbulente veranderingen in de voormalige DDR zullen de hele republiek veranderen, zo meent Lothar Späth, oud-politicus en nu ondernemer. De meeste ondernemingen sluiten met het personeel zelf een 'Bündnis für Arbeit' af over de hoogte van het salaris, de werkweek, vakantiedagen en de Kerstgratificatie. In nog slechts 30 procent van de gevallen wordt de CAO nageleefd.

Späth is de Jürgen Schrempp van het oosten. Hij haalde het zieltogende elektronicabedrijf Jenoptik op een zelfde spectaculaire manier uit de problemen als Schrempp enkele jaren geleden Daimler-Benz. “We willen geen wild-west in het oosten, maar over verschillen in beloning en langer werken moet toch te praten zijn.” Wat als Aufbau van het oosten is begonnen, mondt volgens Späth onherroepelijk uit in een Umbau van heel Duitsland. Een dynamische economie kan niet meer de structuren van gisteren gebruiken.

Zou het mogelijk zijn twee Duitse tradities met elkaar te verbinden? De traditie van de geleefde democratie, van vijftig jaar West-Duitse republiek? En die andere traditie, van de intense Zivilcourage, die bij de vreedzame revolutie van de Oost-Duitsers weer aan de oppervlakte is gekomen?

“De verhuizing van Bonn naar Berlijn is een zegen voor het oosten”, vindt de schrijver Martin Walser. Angst voor een 'Berliner Republik' wuift hij weg. Berlijn is de hoofdstad van een bondsrepubliek. Leipzig, Dresden, München, Hamburg, Frankfurt - zij alle voeden deze republiek, niet alleen Berlijn, meent hij. “In Berlijn ontstaat geen centralisme.” Bovendien zegt Walser altijd te hebben geloofd in de continuïteit van de geschiedenis, maar niet in de continuïteit van het verschrikkelijke. “We zijn immuun geworden voor een herhaling van de horror. Dat merk ik overal. Zodra er in Europa of Duitsland een neiging tot autoritarisme de kop zou opsteken, dan zal in Duitsland zelf onmiddellijk het grootste verzet daartegen ontstaan.”