Een injectie van duizend miljard mark

'HET KAPITALISME was wel even wennen'', zegt Gabriele Schröder. Ze woont in het heuvelachtige Waldheim in het Oost-Duitse Saksen. Gabriele is scheikundig specialiste en werkt al sinds haar achttiende bij Florena, een bedrijf in bodycrème, scheerzeep, haarwater - alles wat lekker ruikt.

Voor de Wende in 1990 was Florena het grootste cosmetica-Kombinat in de DDR. Er werkten zevenhonderd mensen. Maar toen de markten in Oost-Europa en Rusland wegvielen, had het personeel niets meer te doen. Bij de Treuhand, de organisatie die de industrie in het failliete oosten moest privatiseren, was het chaotisch. Niemand wist wat er met Florena moest gebeuren, zegt Gabriele die in de ondernemingsraad zit.

Totdat de driekoppige directie besloot het bedrijf zelf te kopen. Van de 700 personeelsleden moesten er 600 vertrekken. Gabriele had geluk en mocht blijven, hoewel ze al vijftig was. “Eerst moesten we leren wat kapitalisme eigenlijk was”, zegt Gabriele en ze werd met haar collega's enkele weken naar het westen gestuurd, naar een cosmetica-bedrijf in Hamburg. Voor een spoedcursus vrije-markt-denken.

De kwaliteit van de producten moest verbeteren, want in de DDR leverde Florena alleen massaproductie. Ze moesten leren verkopen, want er waren geen afnemers. Maar het moeilijkste was het 'umdenken', zegt Gabriele, de herbezinning. “We hadden allemaal problemen in ons hoofd.” Geen enkel begrip van vroeger klopte meer. Want, was de ondernemer niet de vijand met wie je niet kon samenwerken? En wat betekende vrije concurrentie als de markt al tussen grote bedrijven was verdeeld?

Gabriele is nu productiechef en vindt het prettig meer verantwoordelijkheid te dragen. De fabriekshal is vernieuwd, zegt ze trots, we hebben verwarming en werken met goed materiaal. “Als het vroeger stormde, woei de regen hier zo naar binnen. Het was altijd koud.”

Cosmetica-bedrijf Florena floreert weer en als iedereen een deel van het loon inlevert, kunnen vijftien nieuwe medewerkers worden aangenomen. Het personeel werkt twaalf uur per dag en verdient minder dan de CAO voorschrijft. We staan niet op met zonneschijn, elke dag moeten we een nieuwe strijd leveren, zo had de directeur zijn personeel voorgehouden.

Florena is een van de 'bloeiende landschappen' die bondskanselier Helmut Kohl na de hereniging had beloofd. “In drie tot vijf jaar”, zo voorspelde Kohl nog in het voorjaar van 1991 in het Thüringse Erfurt, zou het oosten in bloei staan. De Oost-Duitsers moesten enkele jaren geduld hebben, dan zou economische voorspoed komen. Maar de fabriek van Florena steekt met zijn frisse wit-blauwe kleuren eenzaaam af tegen de grauwheid van Waldheim.

Kohl en zijn economische adviseurs hadden zich lelijk vergist. De boedel die de DDR achterliet, bleek veel rotter te zijn dan de regering in Bonn had vermoed. Schatte Detlev Rohwedder, de latere vermoorde baas van de Treuhand, aanvankelijk dat de erfenis van de planeconomie 600 miljard mark waard was, na enkele jaren bleek de balans een tekort van 270 miljard te vertonen.

Als een stoomwals rolden de agenten van de Treuhand door het oosten om de commando-economie zo snel mogelijk op te ruimen en de vrije markt ruim baan te geven. In twee jaar werden vrijwel alle planeconomische structuren vernietigd. Bijna 80 procent van de industrie had geen toekomst. Fabriekspoorten werden gesloten, of bedrijven werden dusdanig afgeslankt dat alleen een gezonde kern overbleef. Tegelijkertijd stelde de regering in Bonn forse subsidies beschikbaar om investeerders naar het oosten te lokken: buitenlanders en Duitsers.

Acht jaar na de hereniging is het oosten een grote bouwput. Ruim 50 miljard mark is gestoken in een hypermodern telefoonnet, 150 miljard in nieuwe spoorrails, Autobahnen en provinciale wegen. Honderdduizenden woningen zijn gerenoveerd. In het oosten wordt meer geïnvesteerd dan in het westen.

Het economisch instituut Ifo in München heeft berekend dat sinds de hereniging ruim 1.000 miljard mark in het oosten is geïnvesteerd. Jaarlijks steekt Duitsland 150 miljard mark in de 'Aufbau Ost'. Het merendeel van het geld, 70 procent, wordt besteed aan het 'sociale net': bijstand, werkloosheidsuitkeringen, pensioenen. Experts die de regering adviseren, de 'vijf wijzen' genoemd, hebben zich hierover kritisch uitgelaten. Een te gering deel van de subsidies is uitgegeven aan productie-verhogende investeringen. Het kan niet zo zijn dat het ontstaan van economisch sterke regio's wordt belemmerd door gewenning aan subsidies, schreven de vijf wijzen een jaar geleden in een rapport.

“We hebben de situatie enorm onderschat”, reageert topambtenaar Eike Röhling, die bij het ministerie van Economische Zaken in Bonn met de 'Aufbau Ost' is belast. “We hadden geen leerboek waarin stond hoe we het moesten doen.” Het oosten wilde alles net zo hebben als het westen, anders voelde het zich achtergesteld. Dat is een fatale fout gebleken.

Zo werden de salarissen snel opgetrokken tot 75 à 85 procent van het West-Duitse niveau, terwijl de productiviteit de helft bedroeg. Arbeid, die er toch al niet genoeg was, werd op deze manier nog duurder. De grote boom aan buitenlandse investeerders is uitgebleven. Investeerders reizen liever direct door naar Polen waar de lonen een fractie zijn van die in Oost-Duitsland.

Werkten in de vroegere DDR 10 miljoen van de 16 miljoen inwoners, nu hebben nog slechts 6,4 miljoen een baan. Officieel bedraagt de werkloosheid in het oosten zo'n 20 procent. De Saksische premier Kurt Biedenkopf gaat ervan uit dat ruim 30 procent van de banen verloren is gegaan.

“We wachten nog steeds op het Wirtschaftswunder”, zegt Detlef Brinkhoff van het arbeidsbureau in het Thüringse Altenburg. Ooit was het stadje gespecialiseerd in naaimachines, vertelt hij. Maar na de Wende viel in één klap de markt in Oost-Europa weg. Nu importeren we naaimachines uit Azië. “Dat is goedkoper”, verzucht Brinkhoff, maar in Altenburg staan de meeste productiehallen bij de naaimachinefabriek Altin leeg. Er worden alleen nog speciale naaimachines voor gehandicapten gemaakt.

Mensen tussen 40 en 65 jaar zijn de klos, zegt Brinkhoff, zij komen nauwelijks meer aan de slag. Veel jongeren zijn weggetrokken naar het westen. Nu komen er ook nog eens honderden asielzoekers bij. En Altenburg heeft al een paar duizend Russen opgevangen. “Stelt u zich eens voor wat een springstof dat is.”

'Het kapitalisme heeft alles op z'n kop gezet”, zegt Gabriele Schröder van Florena. “Het socialisme nam iedereen bij de hand. Was een jonge vrouw zwanger in het bedrijf, dan werd alles voor haar gedaan, van de medische zorg tot de opvang. Nu zeggen ze: ben je zwanger? Dan is dat jouw probleem!”

Vooral voor ouderen is dat wennen, merkt Gabriele om zich heen. Zij hechten aan sociale samenhang. Velen kunnen niet wennen aan de eisen van de nieuwe prestatiemaatschappij, aan de ongelijkheid. In Florena lopen veel 'sociale gevallen' rond, merkt ze.

Vroeger hadden in het woonblok van Gabriele in Waldheim alle zestien mensen werk. Nu hebben alleen Gabriele en haar man nog een baan. “Voorheen zaten velen bij hetzelfde bedrijf. De kinderen speelden er samen in de crèche, we gingen met elkaar op vakantie. Nu praten we amper nog met elkaar. We zijn op onszelf teruggeworpen.”