De grenzen zijn bereikt

DE ONDERNEMER Martin Viessmann heeft in Duitsland een kleine revolutie ontketend. In Allendorf, gelegen in het heuvelland van de deelstaat Hessen, heeft hij een moderne fabriek gebouwd die oranjekleurige heet-waterketels maakt en ook Viessmann heet. Het bedrijf is nog opgericht door zijn opa. Met bijna vierduizend werknemers is Viessmann in de zwakke economische regio de belangrijkste werkgever.

De 45-jarige Martin Viessmann staat in Allendorf bekend als een dynamische, snelle jongen, die in een Porsche rijdt en in zijn vrije tijd piloot is. Op een dag stond Viessmann voor de vraag waar hij een nieuw bedrijf zou bouwen. Hij wilde een nieuw produkt op de markt brengen - gaswandketels. “Maar de concurrentie in die sector is zwaar”, zegt Viessmann op zijn kantoor, dus hij sloeg aan het rekenen.

Al snel was duidelijk dat de bouw van zo'n fabriek in Duitsland niet mogelijk was. De loonkosten in deze arbeidsintensieve branche waren te hoog, rekent hij voor: 42 mark per uur in West-Duitsland, 27 mark in Frankrijk en 5 mark per uur in Tsjechië. Dus besloot Martin Viessmann de fabriek in het Tsjechische buurland te bouwen, in Pilzen.

Het protest klonk luid toen de ondernemingsraad dat hoorde. Het personeel vreesde dat het vertrek naar Tsjechië het begin was van Viessmanns' vertrek uit Duitsland. Het bedrijf had al eerder honderden banen afgestoten om het hoofd boven water te houden. De overgebleven werknemers vreesden voor hun baan.

Wat konden ze doen om de uitbreiding van de productie in Tsjechië te verhinderen?, vroeg de voorzitter van de ondernemingsraad.

Martin Viessmann legde hem zijn rekensom voor: langer werken voor minder loon. Het was even slikken, maar het personeel ging overstag: de werknemers zouden 38 uur per week gaan werken in plaats van 35 uur voor hetzelfde salaris. Van zijn kant zag Viessmann af van de fabriek in Tsjechië en garandeerde dat drie jaar lang niemand zou worden ontslagen.

Viessmann sloot met al het personeel een nieuw arbeidscontract af, buiten de machtige vakbond IG Metall om. Dat was mogelijk omdat slechts 10 procent van het personeel vakbondslid was.

Martin Viessmann had met zijn zogenoemde 'Bündnis für Arbeit' een kleine revolutie ontketend. Ten slotte had hij het aangedurfd het heilige huisje van de Duitse naoorlogse geschiedenis - de CAO - omver te gooien. Hij had de starre, onnodig collectieve CAO door individuele overeenkomsten vervangen.

Toen IG Metall vervolgens naar de rechter stapte om het akkoord te verbieden, wees de rechtbank de klacht af omdat het personeel ermee had ingestemd. Maar, tekende de rechter aan, “het model-Viessmann is geen voorbeeld voor de economische vestigingsplaats Duitsland, Standort Deutschland.

De reactie van IG Metall en de arbeidsrechter is typerend. Het Duitse sociale model - dat wordt gekenmerkt door een vrije markt met een stevig sociaal vangnet - is onaantastbaar, ook al vereist de verhevigde internationale concurrentie (de globalisering) dat er moet worden afgeslankt. Regelmatig zegt bondskanselier Kohl dat nergens in Europa de vakanties zo lang zijn, de salarissen zo hoog, de werktijden zo gering, studenten zo lang studeren en winkels zo kort geopend zijn als in Duitsland. De Bondsrepubliek is wereldkampioen Freizeit, en toch zijn werknemers volgens de statistieken wereldwijd het meest ziek. Duitsland lijkt volgens Kohl “één groot recreatiepark”.

Dat kan niet langer zo blijven. Het land leeft op te grote voet. Internationale investeerders laten Duitsland links liggen. De stijging van de werkloosheid, tot ruim vier miljoen, kost de staat vele miljarden extra. Te veel bedrijven gaan bankroet. Jongeren krijgen steeds moeilijker een stageplaats bij bedrijven omdat dat te duur is. Het beroemde leerlingenstelsel, een combinatie van studie en praktijk, staat onder druk. Het Duitse model met zijn strakke arbeidsvoorwaarden, sterke ontslagbescherming, ruime sociale voorzieningen en genereuze gezondheidszorg heeft zijn grenzen bereikt.

De internationale concurrentie en de kosten van de Duitse hereniging zijn voor de Bondsrepubliek een hard gelag. De kas is leeg en de schulden lopen op. Duitsland moet zich voorbereiden op zwaar weer.

Twee jaar geleden kondigde de regering een bezuinigingsprogramma aan van 50 miljard mark. Dat was al rijkelijk laat, meent werkgeversvoorzitter Hans-Olaf Henkel, die de 80.000 grotere ondernemingen in de industrie vertegenwoordigt. Volgens Henkel zijn er grote fouten gemaakt. De hele samenleving was jarenlang afgeleid door de opbouw van het oosten. “We dachten dat we de Wiedervereinigung uit onze achterzak konden betalen. Maar de economische groei van begin jaren negentig bleek een luchtbel te zijn.”

De bezuinigingen van de regering-Kohl stuitten meteen op groot verzet van de vakbeweging. Het verblijf in kuuroorden werd sterk verkort. De ontslagregeling in kleinere bedrijven werd versoepeld. De eigen bijdrage voor medicijnen werd verhoogd. Maar het was vooral de korting, van het ziekengeld van 100 naar 80 procent in de eerste zes weken, die tot wekenlange stakingen leidde.

De belangrijkste hervorming, Kohls belastingrevolutie, is niet eens van de grond gekomen doordat de SPD de plannen in de Bondsraad heeft geblokkeerd. In Bonn heerst al tijden 'Wahlkampfstimmung'. De regering-Kohl wil bedrijven en particulieren lagere belastingen en premies bieden als een belangrijke impuls voor nieuwe investeringen en nieuwe banen. In de Verenigde Staten had Reagan al in de jaren tachtig een dergelijke een belastingrevolutie ontketend; in Duitsland ligt de oppositie al zo lang dwars dat de plannen nog steeds in de ijskast liggen.

“De bekwaamheid om zich te verzetten, is in onze samenleving hoogst ontwikkeld”, klaagde Wolfgang Schäuble, fractieleider van de CDU/CSU en Kohls kroonprins. “Het is idioot moeilijk om in dit land iets te veranderen.”

Minister van Financiën Theo Waigel heeft koortsachtig geprobeerd de ene na de andere belastingtegenvaller in de begroting weg te werken door nieuwe bezuinigingen en door de verkoop van het 'tafelzilver' van de Staat. In zijn drang om ook nog aan de strenge criteria voor de euro te voldoen, wilde hij de goudvoorraad herwaarderen, waardoor hij in een pijnlijk conflict kwam met de heilige Bundesbank. De nijpende financiële situatie dreigde de internationale geloofwaardigheid van Duitsland op het spel te zetten.

Toen de regering het mes wilde zetten in de subsidies voor de verliesgevende mijnbouw, trokken duizenden boze mijnwerkers uit het Roergebied op naar Kohls bondskanselarij in Bonn. Onder druk van de straat én de SPD slikte de regering weer een deel van de plannen in.

Hoewel de Bondsrepubliek groter en sterker is dan enig ander land in Europa, lijkt de Duitse reus op een Gulliver die met talloze touwen is vastgebonden. De idiote winkeltijden (om vrijdagmiddag twee uur 'Feierabend') mogen zijn aangepast, de vele arbeidswetten zijn nog steeds weinig flexibel.

Intussen gingen ook studenten massaal de straat op om te protesteren tegen de aanhoudende bezuinigingen in het hoger onderwijs. Dat was sinds 1968 niet meer gebeurd. De studenten wilden studeren, maar de bibliotheken hadden te weinig geld voor de nieuwste literatuur, collegezalen waren overvol en leerstoelen bleven jaren vacant.

Eens waren de Duitse universiteiten tempels van de wetenschap. Nu zakken ze af naar een middelmatig niveau. Terwijl het aantal studenten de laatste decennia met sprongen stijgt, dalen de uitgaven voor het onderwijs. 'Wat is er gaande in dit land, dat er geen geld meer is voor jonge mensen om te studeren?', vragen bezorgde burgers zich af. Is juist kennis niet altijd de sterke kant van het grondstoffenarme Duitsland geweest?

Een ingrijpende hervorming van het universitaire systeem is dringend nodig. Nog altijd kunnen studenten ongelimiteerd studeren, waardoor ze op late leeftijd op de arbeidsmarkt komen. Zelfs invoering van collegegeld is taboe.

'Stillstand' en 'Reformstau' kenmerken het klimaat in de late jaren negentig. De glans van 'Made in Germany' lijkt te verbleken. Het alarmerende cijfer van vijf miljoen werklozen is nog net niet gehaald. Maar met 4,5 miljoen is de werkloosheid hoog; de alarmerende grens van vijf miljoen is net niet overschreden. Het belangrijkste thema bij de verkiezingen van zondag is dan ook: werk, werk en nog eens werk.