Data zijn cruciaal in Agusta-affaire

Verbeten argumenteren de beklaagden in het Agusta-smeergeldproces met de vijftien raadsheren. Voor het Hof van Cassatie in Brussel beschuldigen ze vooral elkaar.

BRUSSEL, 24 SEPT. In de beklaagdenbank zit voormalig NAVO-chef Willy Claes voortdurend aantekeningen te maken. Als hij het woord wil, moet hij zijn vinger opsteken. Tijdens het spreken trillen soms zijn handen, maar eenmaal op dreef lijkt het of hij zelfverzekerd een orkest dirigeert. Hij zwaait met zijn armen, wijst omhoog, legt een hand op het hart. Verbeten en met gedetailleerde argumenten probeert Claes tegenover de vijftien raadsheren iedere verdenking van corruptie van zich af te praten.

Naast hem zit voormalig minister van Defensie Guy Coëme, achter een indrukwekkende stapel ordners en papieren waarmee hij wappert als hij zijn woorden kracht wil bijzetten. De derde aangeklaagde, voormalig minister-president van de Waalse regering, Guy Spitaels, doet zijn bijnaam 'dieu' (god) alle eer aan. Hij zit er bij alsof de vragen en antwoorden over legeraankopen en compensaties hem allerminst aangaan. Als hem iets wordt gevraagd antwoordt hij waardig, bijna hooghartig.

Het Agusta-Dassaultproces rond het mogelijk aannemen van steekpenningen door Vlaamse en Waalse socialisten kwam deze week goed op gang. Na de opening begin deze maand werden eerst procedurekwesties behandeld, zoals het verzoek het proces in het Nederlands te laten verlopen. Bijna alle argumenten werden verworpen. Na de procedureslag, begon het Hof van Cassatie eind vorige week met de ondervraging van de in totaal twaalf verdachten. Beleefd maar vasthoudend vuurt voorzitter Marc Lahousse zijn vragen af. “Meneer Claes, zouden we uw mening mogen horen over dit onderwerp”, vraagt hij bijvoorbeeld. De antwoorden zijn goed voorbereid en soms omslachtig, maar nooit worden de beklaagden onderbroken.

Afgezien van enkele familieleden is er nauwelijks publiek in de majestueuze zaal van het Brusselse justitiepaleis. Vaste toehoorders zijn de ongeveer dertig Belgische journalisten, die bij voorbaat spraken van het politieke proces van de eeuw, en het legertje duurbetaalde advocaten.

Chronologisch en tot in de kleinste details volgt voorzitter Lahousse de gebeurtenissen die leidden tot het besluit in december 1988 van de Belgische overheid om 46 helikopters te bestellen bij Agusta. Claes, die als minister van Economische Zaken de compensatie-orders moest beoordelen, verklaarde deze week nog eens: “Op geen enkel ogenblik ben ik het voorwerp geweest van enig oneerbaar voorstel.” Aan de hand van een gedetailleerd alibi betoogde hij nooit Agusta-topman Raffaelo Teti te hebben ontmoet. Hij houdt ook vol niet van tevoren te hebben geweten dat Agusta wilde investeren in zijn kiesdistrict. Met strak gezicht keek Claes toe hoe in de rechtszaal een film uit 1989 werd getoond, waarin hij zegt dat de directeur van Agusta heeft beloofd in Vlaanderen te investeren, naar hij “hoopt en denkt” in Lummen. Maar die film dateert van maanden na het afsluiten van het contract, verdedigde Claes zich.

Niet de drie socialistische kopstukken, maar hun voormalige medewerkers zorgden tot nu toe voor de meest dramatische momenten. Een ex-functionaris van de Socialistische Partij, Luc Wallyn, gaf toe “hoewel het me erg pijnlijk is” de rente te hebben gehouden van de giften van Agusta en Dassault aan de SP: zo'n 700.000 gulden. “Ik heb niet kunnen weerstaan aan de mogelijkheid, hoewel ik het niet nodig had.” Wallyn verklaarde bovendien dat de partijtop op de hoogte moet zijn geweest van een aanbod van Agusta vóór ondertekening van het helikoptercontract. Zijn verklaring wordt ondersteund door zijn vriend en zakenadvocaat Alfons Puelinckx, die namens Agusta moest polsen of de socialisten een gift in ontvangst wilden nemen. Met hun verklaringen komt Europees Commissaris Karel Van Miert, in 1988 SP-voorzitter, in opspraak. Het hof zou Van Miert kunnen oproepen als getuige.

SP-penningmeester Mangé blijft zijn partij verdedigen. Hij zegt dat hij de top pas begin 1989 heeft geïnformeerd over een aanbod van Agusta. Nadat zij het voorstel afwezen, zou hij op eigen houtje het geld hebben geïnd want “er kondigden zich opnieuw geldverslindende verkiezingen aan”. Politici zouden niet gecontroleerd hebben waar het geld vandaan kwam. “Ze waren blij als er geld was.” De data zijn cruciaal. Als de SP wist van een aanbod van Agusta na ondertekening van het contract gaat het om een legale, hoewel dubieuze, gift. Wisten ze het eerder, dan was sprake van corruptie.

Mangé zegt verder dat een groot deel van de in totaal bijna 3 miljoen gulden die de SP ontving van Agusta ging naar “heel veel personen buiten de partij”, waarmee hij onder meer doelt op Wallyn en Puelinckx. “Ik ben er te goeder trouw ingeluisd”, aldus Mangé. Van vliegtuigbouwer Dassault zegt Mangé geen franc te hebben geïnd, wat Wallyn en Puelinckx weer tegenspreken. Stekelig zijn ook de opmerkingen tussen Puelinckx en Claes. De advocaat noemde de bewering van Claes uit 1995 dat hij “nooit, nooit, nooit” van een gift van Agusta had gehoord een “interplanetaire waarheid”. Op zijn beurt had Claes Puelinckx vorige week al eens verweten “een interplanetair verhaal” op te hangen.

Ook in het Franstalige kamp betichten beklaagden elkaar. Een voormalig kabinetsmedewerker van Coëme, Jean-Louis Mazy, zegt dat de Parti Socialiste al voor Agusta had gekozen voordat de laatste onderhandelingsronde was ingegaan. Daarom zou Mazy, die nog contacten onderhield met de Franse concurrent Aérospatiale, buiten spel zijn gezet. Coëme beschuldigde daarop zijn oud-medewerker dubieuze contacten met lobbyisten te hebben onderhouden en op een “walgelijke manier” zijn verdediging te hebben veranderd in een poging zelf buiten schot te blijven. De voormalig kabinetschef van Willy Claes, Johan Delanghe, verdenkt Mazy er zelfs van geheime gegevens te hebben doorgespeeld aan Aérospatiale en eiste bijkomend onderzoek.

Voormalig medewerkers van socialistische ministers, zoals Mazy, Wallyn en Hermanus, lijken vastbesloten niet alleen op te draaien voor smeergeld dat hun partij zou hebben gekregen. De oud-ministers op hun beurt lijken een actie 'beperk de schade voor mezelf en de partij' te voeren, gesteund door trouwe partijgenoten als Mangé. Coëme en Claes, die hun verdediging grondig hebben voorbereid, steunen elkaar tot nog toe in hun verklaringen.

Het Hof van Cassatie zal naar verwachting in december met zijn arrest komen. Dan moet blijken of de vijftien raadsheren het eens zijn met procureur-generaal Eliane Liekendael dat er sprake is geweest van “duistere commissies, verdachte betalingen, kortom smeergeld of vuil geld”.