CONTRASTEN

De Duitse eenwording mag dan al acht jaar een politiek feit zijn, economisch en demografisch zijn oost en west nog altijd twee verschillende gebieden. Neem het inkomen. De inwoners van de oostelijke deelstaten verdienen gemiddeld iets meer dan de helft van de Wessies (27.400 Duitse mark tegen 48.300).

Zelfs in Berlijn is het contrast groot. De Oost-Berlijners zijn weliswaar de rijkste Ossies met een inkomen van 30.900 mark, maar de inwoners van de westelijke wijken van dezelfde stad verdienen 1,7 keer zo veel (54.000 mark). De armoede in het oosten wordt veroorzaakt door de hoge werkloosheid, want de lonen zijn inmiddels op een bijna gelijk niveau. Gemiddeld heeft 17 procent van de Oost-Duitse beroepsbevolking geen werk. De deelstaat Saksen-Anhalt is er het slechtst aan toe, met een werkloosheid van meer dan 20 procent. Zulke niveaus zijn in het westen uitzonderlijk. Alleen in enkele grote industriesteden, zoals Dortmund, is de situatie even zorgwekkend als in het oosten. Maar echt tevreden kunnen alleen de zuidelijke deelstaten Beieren en Baden-Württemberg zijn. De hoge werkloosheid veroorzaakt ook dat er in het oosten weinig kinderen worden geboren. Wie zorgen heeft over de toekomst, denkt immers niet snel aan gezinsuitbreiding. In alle oostelijke deelstaten gaan meer mensen dood dan er geboren worden. Dat de bevolkingsomvang in het oosten niet in snel tempo afneemt, komt alleen door het hoge immigratiesaldo. Kennelijk verhuizen veel West-Duitsers naar het relatief goedkope oosten. Het lage geboortecijfer hoeft niet zorgelijk te zijn. Relatief wonen er een kwart meer tieners en jonge twintigers in het oosten dan in het westen. Zij zullen binnen enkele jaren jonge ouders zijn. Overigens is de bevolkingsopbouw in het oosten tegengesteld aan die in het westen: veel peuters in west, weinig in oost; veel tieners in oost, weinig in west; veel dertigers in west, weinig in oost, enzovoort. Dit verschijnsel doet zich bij alle leeftijdsgroepen voor. Misschien zijn oost en west altijd al verschillend geweest.