Burgemeester Istanbul uit actieve politiek

Door DIYARBAKIR, 24 SEPT. De populaire moslim-fundamentalistische burgemeester van Istanbul, Recep Tayyip Erdogan, verdwijnt uit de actieve politiek. Het Hooggerechtshof van Turkije bevestigde gisteren het vonnis van tien maanden gevangenisstraf en een geldboete voor 'het aanzetten tot haat', dat het Staatsveiligheidshof in Diyarbakir hem eerder oplegde.

Erdogan is de eerste islamitische burgemeester die op aandringen van de machtige militairen in Turkije - die zichzelf zien als de beschermers van het seculiere, wereldlijke karakter van de republiek - het veld moet ruimen. In hun strijd tegen de politieke islam werd medio vorig jaar de regering onder leiding van de moslim-fundamentalistische premier Necmettin Erbakan ook al tot aftreden gedwongen. In januari werd vervolgens de Welvaartspartij van Erbakan door het Constitutionele Hof ontbonden. De partijleider kreeg een verbod op politieke activiteiten van vijf jaar. Erdogan (44) werd algemeen gezien als de opvolger van Erbakan, de geestelijk vader van de politieke islam.

Duizenden aanhangers van de Partij van de Deugd, de opvolger van de Welvaartspartij, en andere geestverwanten van Erdogan, verzamelden zich gisteren uit protest tegen het vonnis bij het stadhuis van Istanbul. De islamitische burgemeester van Ankara, Melih Gükçek, vergeleek Erdogan met de Zuid-Afrikaanse president Nelson Mandela.

Erdogan heeft officieel nog niet gereageerd op de bevestiging van zijn eerdere vonnis. Maar hij heeft steeds beklemtoond dat hij “tot het einde toe met de democratische strijd zal doorgaan. We buigen onze hoofden niet voor repressie.” Erdogan heeft nog 15 dagen de tijd om in beroep te gaan bij de hoogste openbare aanklager in Turkije, Vural Savas. Deze wordt echter beschouwd als een verlengstuk van het leger.

Tientallen islamitische burgemeesters kwamen in maart 1994 aan de macht in Turkije, toen de Welvaartspartij verrassend als de grootste partij uit de gemeenteraadsverkiezingen kwam. Dat was een keerpunt in de ruim 70-jarige Turkse republikeinse geschiedenis, waar de islam slechts een bescheiden plaats in de politiek was toebedeeld en de militairen drie keer de macht hadden gegrepen. De politieke islam beijverde zich niet alleen voor een grote plaats voor de islam in het openbare leven en het opheffen van de staatscontrole over de godsdienst in Turkije, maar het werd eveneens gezien als een protestbeweging tegen de wijdverbreide corruptie en machtsmisbruik in politieke en ambtelijke kringen. Erdogan ontpopte zich al snel tot het symbool van de islamitische politiek van 'gerechtigheid'. Vriend en vijand zijn het er over eens dat Istanbul, dat door trek van het platteland naar de stad uitgroeide tot ruim 10 miljoen inwoners, onder zijn leiding beter wordt bestuurd. Tegelijkertijd wordt hij ervan verdacht islamitische ondernemers voorrang te verlenen bij de aanbesteding van gemeente-opdrachten.

De algemene indruk is dat het niet verstandig is van de Turkse militairen om juist deze 'zoon van het volk', zoals hij vaak wordt aangeduid, op grond van slechts een redevoering uit de politiek te verbannen. Erdogan haalde vorige jaar in de oostelijke stad Siirt een gedicht aan van de vooraanstaande Turkse nationalist Zia Gükalp, waarin “de moskeeën met barakken worden vergeleken, de koepels van de moskeeën met helmen en de minaretten met de bajonetten van toegewijde soldaten”. De rechtbank achtte bewezen dat dat was bedoeld om “tot haat onder de bevolking aan te zetten”. Erdogan werd algemeen echter als een gematigd beschouwd, die in staat werd geacht een brug te slaan tussen radicale en gematigde krachten binnen het islamitische kamp.