Asielbeleid is onlogisch

In België overleed gisteren een twintigjarige Nigeriaanse asielzoekster nadat de rijkswacht een kussen tegen haar gezicht had geduwd om de vrouw in bedwang te houden bij een poging haar op het vliegtuig te zetten. Minister Tobback stelt een onderzoek in. Maar niet alleen de individuele behandeling van de uitgeprocedeerden dient te worden heroverwogen, misschien kunnen ook vragen gesteld worden bij het asielbeleid zelf, stelt Yves Desmet.

Het is een beetje te makkelijk om met het koor mee 'Tobback assisin' te roepen. Het asielbeleid is een te complexe materie om er zich met zwart-witte meningen van af te maken. Daarvoor spelen er ook te veel ethische dilemma's mee. Als een ruime politieke meerderheid in dit land beslist heeft dat België niet het maatschappelijk of economisch draagvlak heeft om iedere asielzoeker ter wereld op te vangen, heeft zulks nu eenmaal consequenties. Het betekent dat er hoe dan ook een selectiebeleid gevoerd wordt en dat er bijgevolg mensen geweigerd en teruggestuurd worden. Maar er is een wereld van verschil tussen zo'n theoretische beleidslijn en het gekrijs van een doodsbange vrouw die op een vliegtuig gesleept wordt. Toch mag men niet vervallen in de hypocrisie van zovele politici die op de spreekgestoelten vertellen dat het gedaan moet zijn met de toevloed van vluchtelingen en die vervolgens brieven schrijven om toch maar uitzondering te verkrijgen voor die ene Nigeriaan die zo populair is bij hun lokale voetbalploeg.

Semira Adamu is op een correcte wijze uitgeprocedeerd, daar lijkt weinig discussie over te bestaan. Volgens de huidige regelgeving moest ze dus terug. Dat is voor haar een drama, maar het is ook de logische toepassing van dat beleid. Veeleer rijst de vraag of bij de concrete toepassing van dat beleid de elementaire rechten van het individu zijn gerespecteerd. Rechten die ook een uitgeprocedeerde heeft.

Heeft de rijkswacht alleen minimaal geweld gebruikt of is ze uit de bocht gegaan? Er zijn met dit korps te veel incidenten geweest om automatisch aan te nemen dat alle regels zijn nageleefd. Het kan evenmin moeilijk ontkend worden dat in de dagelijkse realiteit van het uitgeprocedeerdenbeleid repressie en de harde hand het gehaald hebben van mededogen en aangepaste begeleiding. Het minste wat kan worden gedaan is dus een grondig onderzoek te voeren. Pas dan kan men uitmaken of er al dan niet individueel fouten zijn begaan, en zo ja, in hoeverre de minister daar politiek verantwoordelijk voor was.

Dat neemt niet weg dat nu al werk kan worden gemaakt van een humaner asielbeleid en dat er voor repatriëring betere methodes moeten te bedenken zijn dan het overweldigen met mondkussentjes. Maar niet alleen de individuele behandeling van de uitgeprocedeerden dient te worden her-dacht, misschien kunnen er ook vragen gesteld worden bij het asielbeleid zelf.

Als men gelooft dat men van Europa een versterkte burcht kan maken en tegelijk geen werk wil maken van de economische ontwikkeling van de landen waar de asielzoekers vandaan komen, dan vecht men tegen de bierkaai. We zullen op termijn ofwel hun producten, ofwel hun mensen moeten binnenlaten. Alles buiten houden lukt nooit. Anders gesteld: het is uitermate onlogisch tegelijk een streng asielbeleid te voeren en het budget voor ontwikkelingssamenwerking laag te houden.

Daarnaast zou ook het criteriabeleid iets minder seksistisch mogen zijn: een verboden partij oprichten, meestal een mannenbezigheid, is grond voor asielverlening, je verzetten tegen het gedwongen huwelijk of de besnijdenis, toch ook dingen die je persoonlijke integriteit meer dan een beetje aantasten, is dat niet. Ook dat kan je niet erg logisch noemen.